Herodotos

Kandaules en Gyges

 

(Uit : Barnsteen. Een bundel verhalen uit de klassieke oudheid, vertaald (...) door M. A. Schwartz. MCMLIII. Amsterdam/Brussel, Elsevier.)

 

Kandaules, een afstammeling van Herakles, was koning van Sardes. Deze Kandaules ontbrandde in liefde voor zijn eigen vrouw en vanaf dat ogenblik geloofde hij, dat zij de schoonste was van alle vrouwen op aarde. Nu had hij in zijn lijfwacht een officier, Gyges genaamd, een zoon van Daskylos en een bijzondere gunsteling van de koning. Aan die Gyges deelde Kandaules zijn belangrijkste zaken mee en ook nu, vervuld van de gedachte aan zijn vrouw, sprak hij met Gyges over haar schoonheid en prees die hemelhoog. Niet lang daarna - want het noodlot moest aan de koning worden voltrokken - sprak Kandaules tot Gyges : "Ik zie, mijn vriend, dat gij geen geloof schenkt aan wat ik u vertel over de schoonheid van mijn vrouw. De oren der mensen zijn ongeloviger dan hun ogen. Gij moet haar zien; zorg, dat ge haar naakt te zien krijgt."

Gyges schreeuwde het uit van ontzetting en zeide : "Heer, hoe heilloos is uw woord, dat ik de koningin, mijn meesteres, naakt moet aanschouwen! Weet het wel, met haar kleed legt een vrouw tevens haar schaamte af! Denk aan de spreuken, die de wijzen der oudheid tot onze lering hebben uitgedacht; denk aan die ene spreuk, u welbekend: Een ieder het zijne! Ik geloof u immers; ik geloof, dat uw gemalin de schoonste is van alle vrouwen op aarde. Vraag mij niet te zondigen tegen de wetten. Ik smeek het u."

Met zulke woorden verweerde zich Gyges tegen het voorstel, bevreesd, dat dit hem in het ongeluk zou storten. Maar de koning antwoordde : "Wees gerust, Gyges. Vrees niet, dat ik u in een valstrik lok om uw rechtschapenheid op de proef te stellen, vrees niet de wraak van mijn vrouw. Ik zal het zo inrichten, dat zij nooit zal weten, dat zij door u werd gezien. Ik zal u brengen in het koninklijk slaapvertrek en u opstellen in de kamer achter de geopende deur. Vanavond, als ik ben binnengekomen, zal mijn vrouw niet veel later mij volgen. Niet ver van de deur staat een stoel; zij zal zich ontkleden en haar kleren een voor een daarop neerleggen. Gij hebt dan rustig de tijd haar te zien en te bewonderen. Wanneer zij van de stoel naar het bed loopt en u de rug toedraait, zorg dan, dat ge ongezien door de geopende deur ontsnapt."

Toen Gyges begreep, dat hij er niet aan kon ontkomen, verklaarde hij zich bereid. Het uur van slapen naderde en Kandaules bracht hem de slaapkamer binnen en verborg hem achter de deur. Het duurde niet lang of de koningin verscheen. Zij ontkleedde zich en legde haar kleren een voor een neer voor de bewonderende blikken van Gyges. Toen zij naar het bed liep en hem de rug toekeerde, sloop hij de deur uit. Maar niet zo vlug, of de vrouw merkte hem op. Zij begreep dadelijk, dat dit het werk was van haar man en hoe zij zich ook schaamde, zij klemde haar lippen opeen en deed, alsof zij niets had bemerkt. Maar in haar hart zon zij op wraak tegen Kandaules. Want bij de Lydiërs geldt het evenals bij de meeste andere barbaarse volken voor een grote schande naakt te worden gezien, zelfs voor een man.

Zo bleef zij stil liggen zonder iets te laten blijken. Maar zodra het dag was geworden, verzamelde zij de meest vertrouwden van haar lijfwacht, gereed om haar bevelen op te volgen en riep zij Gyges bij zich. Dit was niets ongewoons, want dikwijls werd hij bij de vorstin ontboden; ook nu trad hij binnen zonder enig vermoeden, dat zij iets wist van hetgeen was geschied. Toen hij voor haar stond, sprak zij aldus: "Gyges, twee wegen liggen voor u open; ik geef u de keus, welk van beide ge wilt gaan. Of ge moet Kandaules doden, en bezit nemen van mij en van de heerschappij over de Lydiërs, of ge moet sterven, hier en op dit ogenblik. Zo zult ge leren de koning niet in alles te gehoorzamen en voortaan niet te zien, wat ge niet zien moet. Of hij moet sterven, die dit plan heeft beraamd, of gij die mij naakt hebt gezien en onbetamelijk gehandeld."

Gyges stond een tijd lang met stomheid geslagen; toen smeekte hij de koningin, dat zij hem niet zou dwingen tot zulk een afschuwelijke keuze. Toen hij zag, dat alle smeken vergeefs was en dat hij werkelijk of zijn meester moest doden of zelf het leven verliezen, koos hij zijn eigen behoud. Hij vroeg: "Als het dan zo moet zijn en gij mij noodzaakt tegen mijn wil mijn koning te doden, laat mij dan horen, hoe ik hem kan besluipen." Haar antwoord was: "Vanuit dezelfde plek, vanwaar hij mij naakt aan u heeft tentoongesteld; wij zullen hem overrompelen in de slaap."

Zo was alles voor de aanval gereed. De nacht brak aan. Gyges, die zag, dat er geen enkele uitweg was, maar dat een van beiden moest sterven, òf hij òf Kandaules, volgde de vrouw naar de slaapkamer. Zij stelde Gyges op achter dezelfde deur en drukte hem een dolk in de hand. Toen de koning sliep, sprong hij uit zijn schuilhoek te voorschijn en doorstak hem. Zo werd Gyges koning en werd de koningin zijn vrouw.

Herodotos, I. 8 - 12