De nu volgende vertaling van Tacitus is ontleend aan:

KLASSIEKE BIBLIOTHEEK
LATIJNSE GESCHIEDSCHRIJVERS
BLOEMLEZING UIT DE WERKEN VAN SALLUSTIUS, CAESAR, LIVIUS EN TACITUS IN NIEUWE VERTALING, SAMENGESTELD EN INGELEID DOOR
Dr JAN VAN GELDER

HAARLEM 1952
N.V. DRUKKERIJ DE SPAARNESTAD


Tacitus Annales II

(...)

II,43 Derhalve gaf Tiberius in den senaat een uiteenzetting van deze gebeurtenissen en van den toestand in Armenië, dien ik hierboven beschreven heb; volgens hem kon het woelige Oosten slechts door Germanicus' wijs beleid tot rust gebracht worden: want hijzelf werd te oud en Drusus was nog te jong. Toen zijn volgens senaatsbesluit aan Germanicus overzeese provincies toevertrouwd met een groter gezag alwaar hij kwam, dan de namens senaat of keizer zetelende stadhouders. Maar Tiberius had uit Syrië Creticus Silanus weggehaald, die aan Germanicus geparenteerd was door de verloving van zijn dochter met Germanicus' oudsten zoon Nero, en Gnaeus Piso tot gouverneur benoemd, een hartstochtelijk man, die van geen wijken wist. Hij dankte die recalcitrantie aan zijn vader Piso; vurig had deze tijdens den burgeroorlog de republikeinse partij, die zich in Afrika opnieuw formeerde, tegen Caesar geholpen; daarna volgde hij Brutus en Cassius; onder de algemene amnestie teruggekeerd, onthield hij zich er toch van naar enig staatsambt te dingen, totdat hij door Augustus zelf verzocht werd uit diens handen een consulaat te aanvaarden. Maar afgezien nog van den hoogmoed dien hij van zijn vader had meegekregen, verhief Piso zich ook op den adel en rijkdom van zijn vrouw Plancina. Nauwelijks erkende hij Tiberius' meerderheid; op diens kinderen keek hij neer als ver beneden zich. En hij twijfelde er niet aan, dat hij was uitverkoren om Syrië te besturen, ten einde Germanicus te fnuiken in zijn verwachtingen. Sommigen geloofden trouwens, dat hem inderdaad door Tiberius geheime opdrachten waren verstrekt; in ieder geval gaf Augusta, uit een typisch vrouwelijke behoefte om Agrippina te kwetsen, aan Plancina de nodige wenken. Want het hof was verdeeld en onenig door verzwegen sympathie voor Drusus en Germanicus. Tiberius begunstigde Drusus, zijn bloedeigen zoon; de vervreemding van zijn oom had Germanicus nog in hogere mate bij de anderen geliefd gemaakt, ook omdat hij van moederszijde voornamer was: hij kon bogen op Marcus Antonius als grootvader, op Augustus als oom. Daarentegen scheen Drusus' overgrootvader, de Romeinse ridder Pomponius Atticus, niet helemaal te passen in de beeldengalerij der Claudii. Ook Germanicus' vrouw Agrippina overtrof in kindertal en goeden naam de echtgenote van Drusus. Maar de broers konden het uitstekend samen vinden en trokken zich niets aan van den strijd in hun omgeving.

(...)

II,53 Het volgende jaar zag Tiberius voor de derde maal als consul, Germanicus voor den tweeden keer. Germanicus echter aanvaardde dat eervolle ambt in Nicopolis, een stad in Achaia, waarheen hij gekomen was, na een bezoek aan zijn broer Drusus in Dalmatië, langs de Illyrische kust, niet zonder alle ellende te hebben meegemaakt van een onvoorspoedige reis over de Adriatische en vervolgens de Jonische Zee. Derhalve besteedde hij een paar dagen om de vloot te kalefateren; tegelijkertijd bezocht hij de baai van Actium, beroemd door de daar behaalde overwinning, den wapenbuit door Augustus gewijd en het kamp van Antonius, wat hem vervulde van gedachten aan zijn voorvaderen. Want, zoals ik al verteld heb, Augustus was zijn oom, Antonius zijn grootvader en zo kon hij zich daar wel een machtig beeld vormen van tragische en verheugende gebeurtenissen. Hierop kwam men in Athene en ter ere van die oude bondgenootschappelijke stad behield hij slechts één lictor. De Grieken ontvingen hem met de meest uitgelezen complimenten, den nadruk leggend op hun klassieke geschiedenis, literatuur en wetenschap om hun vleiende woorden meer waardigheid te geven.

54 Via Euboea stak hij daarop naar Lesbos over, waar Agrippina haar laatste kind, Julia, ter wereld bracht. Toen bezocht hij het randgebied van Klein-Azië, Perinthus en Byzantium, twee Thracische steden, ook den Bosporus en den Hellespont, vol belangstelling om die oude streken waar men zoveel over hoorde praten te zien; tegelijkertijd vaardigde hij heilzame beschikkingen uit voor de provincies die uitgeput waren door interne twisten of wanbeheer. Op den terugweg wilde hij nog de mysteriën op Samothrace bezichtigen, maar een harde tegenwind uit het noorden bracht hem daar van af. Derhalve ging hij eerst naar Ilium en al wat daar eerbied en aandacht verdient door bonte lotswisseling en als bakermat van ons volk, voer dan langs de kust van Klein-Azië en landde in Colophon om het orakel van Apollo Clarius te raadplegen. Daar is geen vrouwelijke profetes zoals in Delphi; een priester, die uit bepaalde families en bijna altijd uit Milete afkomstig is, stelt zich slechts op de hoogte van het aantal der bezoekers en hun namen; dan trekt hij zich in een grot terug, drinkt uit een geheime bron en geeft, terwijl hij toch meestal volkomen ongeletterd is, in goed gebouwde verzen antwoord op de vragen die men in den geest stelt. En men zeide, dat hij Germanicus in raadseltaal, zoals orakels dat doen, een vroegen dood had voorspeld.

55 Gnaeus Piso ondertussen - om maar meteen de uitvoering van zijn plannen ter hand te nemen - joeg de burgerij van Athene eerst een dodelijken schrik aan door met een ontzaglijke opschudding de stad binnen te rijden en ging toen in een onmeedogende redevoering tegen haar te keer; van terzijde gispte hij Germanicus, omdat deze, in strijd met de Romeinse waardigheid, niet de Atheners, die door zoveel rampen waren uitgestorven, maar dat samenraapsel van naties al te vriendelijk had bejegend; zij waren immers Mithridates' bondgenoten tegen Sulla, en die van Antonius tegen den vergoddelijkten Augustus. Zelfs hun oude geschiedenis wierp hij hun voor de voeten: het échec dat zij tegen Macedonië leden, de ondoordachte hardheid waarmee zij hun eigen medeburgers behandelden; want hij koesterde ook nog een persoonlijken wrok tegen de stad, omdat zij een zekeren Theophilus, toen deze wegens vervalsing door den Areopagus was veroordeeld, op zijn voorspraak geen gratie had geschonken. Daarna ging hij Germanicus achterna langs den kortsten weg over zee door de Cycladen en bij het eiland Rhodus bereikte hij hem; ofschoon deze nu heel goed wist hoe hij becritiseerd was, legde hij zo'n humane gezindheid aan den dag dat hij, toen een opgestoken storm Piso op de steile kust dreigde te werpen en zodoende de dood van dien persoonlijken vijand als een ongeluk beschouwd kon worden, niettemin triremen uitzond om hem aan het gevaar te onttrekken. Piso was hier evenwel niet van onder den indruk en na ongeduldig een dag te zijn gebleven, verliet hij Germanicus en bereikte Syrië het eerst. Zodra hij daar bij de legioenen was gearriveerd, betoonde hij zich royaal, trad democratisch op, steunde den man uit den troep; door verder de oude officieren, de strenge tribunen opzij te schuiven en hun plaatsen aan zijn eigen beschermelingen of de slechtste elementen te geven, door in de legerplaats een slappen dienst toe te staan, in de steden bandeloosheid, terwijl de soldaten naar willekeur op het land mochten te keer gaan, door dit alles dan verwierf hij zich zo'n minderwaardige populariteit, dat hij in den mond van het gemeen "vader der legioenen" heette. Plancina hield zich ook niet aan het voor een vrouw geldende decorum: zij nam deel aan de exercities van cavalerie en infanterie, liet zich beledigend uit over Agrippina en Germanicus, waarbij zelfs enkele goede militairen zich tot volgzaamheid in het slechte lieten verleiden, omdat er een oncontroleerbaar gerucht ging, dat een en ander niet zonder de instemming des keizers geschiedde. Germanicus wist dit alles, maar de zorglijke situatie van Armenië riep hem eerst dringend dáárheen.

56 Van oudsher namen de bewoners van dat land een dubbelzinnige positie in door hun eigen politiek en door de geographische situatie van hun gebied: over een grote breedte grenzend aan onze provincies strekt het zich diep in het binnenland uit, tot Medië toe. Zo liggen zij tussen de twee grootste wereldrijken in en zijn daarmee meestal in conflict, daar zij de Romeinen haten, de Parthen benijden. In die periode hadden zij geen koning, omdat Vonones door hen verdreven was; hun voorkeur ging echter uit naar Zeno, zoon van Polemo, den koning van Pontus; van zijn jongste jaren af had deze zich den levensstijl en de kleding der Armeniërs eigen gemaakt en door jachtpartijen, feestmalen en wat barbaren verder zoal doen, evenzeer de gunst van den adel als van het volk gewonnen. Derhalve plaatste Germanicus in de stad Artaxata, met instemming van de leidende kringen en onder groten toeloop van de massa, de koninklijke tiara op diens hoofd. De overige aanwezigen vielen voor hem in het stof en begroetten hem uit één mond, als koning Artaxias, want zo hadden ze hem, naar de stad, genoemd. Het gebied der Cappadociërs echter werd tot een provincie gemaakt en kreeg Quintus Veranius tot gouverneur; en men verlichtte de koninklijke belastingen enigszins, om grotere verwachtingen te wekken van Rome's mildheid. Quintus Servaeus werd aangesteld over de Commagenen, die toen voor het eerst onder de jurisdictie van een praetor kwamen.

57 Deze gunstige regeling van alle bondgenootschappelijke aangelegenheden kon Germanicus toch geen echte voldoening geven wegens de laatdunkendheid van Piso: hem was bevolen een deel van de legioenen zelf naar Armenië te brengen of onder zijn zoon te sturen en geen van beide had hij gedaan. In Cyrrus eindelijk, in het winterkwartier van het tiende legioen, troffen zij elkaar; strak stonden hun gezichten: Piso wilde niet bang schijnen, Germanicus geen dreigenden indruk maken; hij was trouwens, zoals ik al schreef, werkelijk zachtmoedig. Maar zijn omgeving, geverseerd in de kunst om een belediging te ontleden totdat zij ging branden, overdreef de werkelijkheid, verzon er wat bij, beschuldigde den man zelf en Plancina en beider zoons van de meest uiteenlopende dingen; tenslotte begon de Caesar er over in een kleinen kring van vertrouwden; hij sprak zoals verkropte toorn dat ingeeft; Piso's antwoord was een onbeschaamd verzoek om excuus; zij gingen uiteen als verklaarde vijanden. Hierna zag men Piso nog maar zelden de officiële zittingen van den Caesar bijwonen en als hij er soms bijzat, dan nam hij een grimmige en demonstratief critische houding aan. Ook hoorde men hem eens zeggen, op een diner bij den koning der Nabataeën, toen aan Germanicus en Argippina zware gouden kransen werden gegeven en lichte aan de overigen, waaronder Piso, dat die maaltijd werd aangeboden aan den zoon van Rome's eersten burger, niet van den Parthische koning; tegelijkertijd gooide hij zijn krans weg en hield nog een lange uitweiding tegen de luxe, wat Germanicus, al trof het hem pijnlijk, rustig liet begaan.

58 Onder deze bedrijven kwamen er gezanten van den koning der Parthen, Artabanus. Hij had ze gezonden om te herinneren aan het bestaande verdrag van vriendschap: hij wilde dit hernieuwen en zou ter ere van Germanicus naar den oever van den Euphraat komen; inmiddels verzocht hij Vonones niet in Syrië te laten verblijven: hij kon van daar uit maar al te gemakkelijk de stamhoofden door zijn boodschappen tot onenigheid brengen. In zijn antwoord sprak Germanicus in grootsen stijl over het bondgenootschap van de Romeinen en de Parthen, over 's konings komst en de hemzelf bewezen eer met gepaste bescheidenheid. Vonones is geëvacueerd naar Pompejopolis, een kuststad in Cilicië; en niet alleen om aan Artabanus' verzoek te voldoen, maar ook om Piso een steek te geven, bij wien hij zeer in de gunst stond wegens de talrijke diensten en geschenken waarmee hij Plancina gewonnen had.

59 In het consulaatsjaar van Marcus Silanus en Lucius Norbanus ging Germanicus naar Egypte om dat oude land te leren kennen. Maar het behartigen van zijn taak diende als voorwendsel; trouwens, hij verlaagde den korenprijs door den groothandel te dwingen zijn voorraad op de markt te brengen en hij trad zeer populair op: zo bewoog hij zich zonder militair geleide, liep op sandalen en op z'n Grieks gekleed, in navolging van Publius Scipio, die, zoals wij weten, ofschoon de Punische oorlog nog met alle kracht woedde, hetzelfde op Sicilië placht te doen. Tiberius critiseerde niet onvriendelijk zijn kleding en gedarg, maar gaf hem een zeer scherpe berisping, omdat hij, in strijd met Augustus' bepalingen, zonder eerst verlof aan den keizer te vragen naar Alexandrië was gegaan. Want onder andere geheime aanwijzingen tot behoud van de alleenheerschappij had Augustus aan Egypte een bijzonderen status gegeven door voor senatoren en hoge Romeinse ridders den toegang tot dat land afhankelijk te maken van een keizerlijke vergunning; hij vreesde immers, dat de eerste de beste, die de plaatsen waar deze provincie met de zee in verbinding staat zou bezetten (daar ze met een handvol soldaten verdedigd kunnen worden tegen enorme legers) Italië wel aan een hongerblokkade kon blootstellen.

60 Maar deze verwijten over zijn reis hoorde Germanicus pas later; voorlopig voer hij den Nijl op, van de stad Canopus af. Deze is gesticht door de Spartanen ter ere van den scheepskapitein Canopus die daar zijn graf vond, ten tijde dat Menelaus, op zijn terugkeer naar Griekenland, naar een uit den koers gelegen zee en meer speciaal naar Afrika gedreven werd.
De daar dichtstbij liggende monding is gewijd aan Hercules; de omwoners zeggen namelijk, dat de echte en oudste Hercules bij hen is geboren en dat de mannen die zich later even dapper betoonden, naar dien held zijn genoemd. Vervolgens bezocht Germanicus de grootse overblijfselen van het oude Thebe. Op de enorme bouwwerken waren nog opschriften in hiëroglyphen intact, die spraken van voorbije heerlijkheid. Men verzocht een der oudere priesters de taal zijner vaderen te interpreteren en hij las voor, dat er eens zevenhonderdduizend mannen van dienstplichtigen leeftijd hadden gewoond en dat koning Rhamses met dat leger Libye, Aethiopië, de landen der Meden en Perzen, Bactriana en Scythië had veroverd en het hele gebied bevolkt door de Syriërs, de Armeniërs en de aangrenzende Cappadociërs, respectievelijk tot de Zwarte en tot de Lycische Zee, onder zijn gezag hield. Men kon ook nog de schattingen lezen die aan de volkeren waren opgelegd, het gewicht aan goud en zilver, de aantallen wapens en paarden, en de geschenken voor de tempels, ivoor en reukwerken, ook hoeveel koren en van alle mogelijke levensmiddelen en gereedschappen elke natie moest bijdragen, niet minder indrukwekkend dan de huidige ressources van de geweldheerschappij der Parthen en de Romeinse staatsmacht.

61 Ook andere bezienswaardigheden trokken overigens Germanicus' belangstelling; de belangrijkste daarvan waren: een rotsstenen beeld van Memnon, dat een geluid als van een menselijke stem laat horen, zodra de zonnestralen het treffen; en de pyramiden midden in verwaaide en nauwelijks toegankelijke zandvlakten hoog als bergen opgebouwd door koningen die onderling wedijverden in rijkdom; verder kunstmatig gegraven bassins, die dienen als reservoirs voor het overstromende Nijlwater; en elders weer is de Nijl smal en zo diep, dat geen schietlood den bodem vindt. Vandaar kwam men bij Elephantine en Syene, oudtijds de afsluiting van het Romeinse rijk, dat zich nu uitstrekt tot de Rode Zee.

(...)

Portret van Germanicus

69 Maar toen Germanicus uit Egypte terugkeerde, vond hij al zijn maatregelen inzake het leger en de steden afgeschaft of juist omgekeerd. Dit gaf aanleiding tot bezwarende en krenkende uitlatingen aan het adres van Piso, maar niet minder probeerde deze hoe ver hij in zijn verbittering tegen Germanicus kon gaan. Vervolgens besloot Piso uit Syrië te vertrekken. Later hield een ziekte van Germanicus hem weer vast, maar toen hij vernam dat zijn vijand hersteld was en men de daarvoor beloofde offers wilde brengen, liet hij door zijn lictoren de aangevoerde offerdieren, de priesters met hun offergereedschap en het feestelijk gestemde volk van Antiochië uit elkaar jagen. Daarop trok hij zich terug in Seleucië, wachtend op het verloop van de ziekte, die Germanicus opnieuw had overvallen. De verwoestende kracht van diens kwaal werd nog verergerd door de overtuiging, dat hij door Piso was vergiftigd. Inderdaad vond men op den vloer en aan de wanden resten van opgegraven menselijke lichamen, ook toverspreuken en vervloekingen en loden plaatjes met Germanicus' naam er op, half verkoolde, met lijkengif besmeurde as en andere afschuwelijkheden, waarmee men gelooft dat mensen ten dode worden gewijd. Tegelijk beschuldigde men de lieden die door Piso gezonden waren er van, dat zij spiedden naar elk teken van achteruitgang.

70 Germanicus vernam dit alles niet minder met toorn dan met ongerustheid: "Als zijn deurdrempel bezet gehouden werd, als hij den laatsten adem moest uitblazen onder de ogen van zijn vijanden, wat zou er dan met zijn ongelukkige vrouw, wat met zijn jonge kinderen gebeuren? Blijkbaar vond Piso, dat het gift te langzaam werkte: hij had dringende haast om de provincie, de legioenen voor zich alleen te hebben. Maar zo ver was het met Germanicus nog niet gekomen en de moordenaar zou het loon voor zijn misdaad niet behouden." Zo schreef hij Piso een brief, waarin hij hem officieel de vriendschap opzegde; velen beweren, dat deze ook nog het bevel kreeg de provincie te verlaten. In ieder geval draalde hij niet, maar lichtte eigener beweging het anker; wel maakte hij op zee geen haast, om van dichterbij te kunnen terugkeren, als de dood van Germanicus Syrië voor hem openstelde.

71 De Caesar vatte korten tijd weer moed; toen bleek zijn lichaam te zeer verzwakt en zodra hij zijn einde zag naderen, sprak hij als volgt tot de vrienden die bij hem stonden: "Als ik een natuurlijken dood stierf, zou ik nog tegen de goden terecht verontwaardigd kunnen zijn, dat zij mij van mijn ouders, kinderen en vaderland in de kracht van mijn jaren door een voortijdigen dood wegrukten. Nu ben ik het slachtoffer van Piso's en Plancina's misdaad; daarom vertrouw ik mijn laatste wensen toe aan uw hartelijke zorgzaamheid: wilt mijn vader en mijn broer berichten, door wat voor bitterheden gefolterd, door wat voor lagen omstrikt, ik een allerellendigst leven met een alleronwaardigsten dood beëindigde. Degenen op wie mijn vooruitzichten indruk maakten, die het verwante bloed voor mij innam, zelfs zij die afgunstig op mij waren tijdens mijn leven - állen zullen wenen bij de gedachte, dat een man die eens zo'n carrière maakte, die zoveel campagnes overleefde, ten val kwam door de intriges van een vrouw; gij zult een aanklacht kunnen indienen bij den senaat, de hulp der wetten inroepen. Niet dit is de voornaamste taak van vrienden: onder dadenloos geweeklaag zijn lijk begraven, maar: zich herinneren wat hij wilde en wat hij opdroeg uitvoeren. Bewenen zullen Germanicus ook wel onbekenden; wreken zult gij hem, als uw liefde werkelijk meer uitging naar míj dan naar mijn positie. Toont het Romeinse volk Augustus' kleindochter, die ook mijn vrouw is; laat mijn kinderen zien ten getale van zes: dan zal men ditmaal medelijden hebben met de aanklagers en aan hen die misschien een opdracht tot misdaad willen fingeren óf geen geloof hechten óf geen vergiffenis schenken." De vrienden zwoeren, terwijl zij de rechterhand van den stervende aanraakten, eerder het leven dan de wraak te zullen opgeven.

72 Toen richtte hij zich tot zijn vrouw en smeekte haar bij de herinnering aan hemzelf, bij hun gemeenschappelijke kinderen, om haar onbuigzaamheid af te leggen, zich te bukken onder de slagen van het lot en niet, na haar terugkomst in Rome, de daadwerkelijke machthebbers door een vijandigen naijver te prikkelen. Dit zei hij waar de anderen bij stonden en nog andere dingen onder vier ogen: men geloofde, dat hij haar toen voor Tiberius gewaarschuwd heeft. En kort daarop stierf hij, onder een ontzaglijk rouwbetoon van de provincie en de omliggende volkeren. Oprechte smart gevoelden buiten het rijk liggende naties en haar koningen. Zo groot was zijn voorkomendheid tegenover bondgenoten, zijn menselijkheid tegenover vijanden. Om te zien en aan te horen was hij even indrukwekkend, daar hij de grandeur en de waardigheid die bij zeer hoge posities passen wist te handhaven, maar alle hatelijke arrogantie vermeed.

73 De verassing, zonder een officiëlen stoet met beelden van voorvaderen, werd een luisterrijke plechtigheid door de lofredenen en de vermelding van zijn deugden. En er waren er, die zijn knappe verschijning, zijn leeftijd, de aard van zijn dood, ook de omstandigheid dat hij in dezelfde omgeving gestorven was, deden denken aan het lot van Alexander den Groten.
" Waren beiden niet mooie mannen geweest, van hogen adel, die, nauwelijks de dertig gepasseerd, door kwaadwilligheid van hun omgeving in den vreemde bezweken? Maar de laatste had zich een zachtaardig vriend betoond, een matig man, met geen andere kinderen dan uit één wettig huwelijk; niettemin een krijgsman, al ontbrak de doldriestheid en al had men hem verhinderd Germanië, nadat het reeds door zoveel overwinningen aan het wankelen was gebracht, definitief in slavernij neer te slaan. Daarom: als hij eens alleenheerser geweest ware met de rechten en den titel van een koning, dan zou hij zich des te gereder een groten militairen naam gemaakt hebben, naarmate hij in zachtzinnigheid, gematigdheid en in de overige goede eigenschappen Alexander overtrof."
Zijn naakte lichaam werd vóór de verbranding op het forum van Antiochië, waar de crematie zou plaats vinden, ten toon gesteld; of het tekenen van vergiftiging vertoonde, is niet zeker: want al naargelang men bevooroordeeld was door medelijden met Germanicus óf Piso begunstigde, zag men er ook iets anders in.

74 Daarop vond er een bespreking plaats van de generaals en de aanwezige senatoren over de vraag, wie Syrië moest besturen. De overigen nu spanden zich niet bijzonder in om in aanmerking te komen, maar tussen Vibius Marsus en Gnaeus Sentius is lang geaarzeld; toen trok Marsus zich terug voor den ouderen Sentius, die er ook meer op gesteld scheen. En deze zond een zekere Martina, een beruchte gifmengster in die provincie en zeer geliefd aan Plancina, naar Rome, op verzoek van Vitellius, Veranius en de anderen, die met de instructie begonnen waren als stonden de aangeklaagden reeds officieel voor hun rechters.

75 Maar Agrippina, zij het vermoeid door de rouwplechtigheden en ziek, verdroeg toch niet het minste uitstel van haar wraakzucht; zij ging scheep met de as van Germanicus en met haar kinderen, terwijl allen meeleefden met deze vrouw van den hoogsten adel, door haar gelukkig huwelijk nog voor kort het middelpunt der algemene verering, en die toen de resten uit het doodsvuur meedroeg in een plooi van haar kleed, onzeker van enige genoegdoening, bezorgd voor zichzelf en door haar rampzalige vruchtbaarheid evenzovele malen kwetsbaar.
Ondertussen kreeg Piso op het eiland Cos bericht, dat Germanicus was overleden. Zonder enige zelfbeheersing ontving hij deze tijding; hij liet offerdieren slachten, bezocht de tempels, gaf zijn vreugdegevoelens den vrijen loop. En Plancina trad nog onbeschaamder op: toen voor het eerst legde zij den rouw voor een gestorven zuster af en vertoonde zich in vrolijker kleding.

76 In groten getale meldden zich nu officieren bij Piso en herinnerden hem aan de daadwerkelijke sympathie der legioenen; volgens hen moest hij naar zijn provincie teruggaan, die hem ten onrechte was ontnomen en thans geen wettigen bestuurder had. Op grond hiervan bracht hij in bespreking, wat hem te doen stond. Zijn zoon Marcus Piso stelde voor om snel naar Rome te gaan: "Er was nog niets onherstelbaars gebeurd en men hoefde niet bang te zijn voor zwakke verdenkingen en ijdele praatjes. De onenigheid met Germanicus kon leiden tot vervreemding van den keizer, niet tot straf; wat zijn persoonlijke vijanden betreft, die hadden reeds hun satisfactie doordat hij zijn provincie verloren had. Als hij daarentegen probeerde terug te keren, betekende dit, ingeval Sentius weerstand bood, burgeroorlog; en dan zouden de officieren en soldaten zijn partij niet trouw blijven: de recente herinnering aan hun opperbevelhebber, hun diep gewortelde liefde voor de Caesars zou prevaleren."

77 In strijd hiermede zette Domitius Celer, een van zijn beste vrienden, uiteen, dat men van het verloop der gebeurtenissen moest profiteren: Piso, niet Sentius, was tot gouverneur van Syrië benoemd; de roedenbundels, de praetoriaanse jurisdictie, de legioenen waren aan hém gegeven. Als het op vijandelijkheden aankwam, wie kon zich dan met groter recht achter zijn schild dekken dan hij, die officieel het stadhouderschap en persoonlijke orders had gekregen? Er was over ijdele praatjes gesproken - goed, maar ook die moest men wat tijd gunnen om geheel te vervluchtigen: heel vaak bleken onschuldigen niet opgewassen tegen recente verontwaardiging. Maar als hij een leger onder contrôle had, zijn positie versterkte, dan konden zich nog velerlei gunstige kansen voordoen, die voor 't ogenblik niet waren te overzien: "Of moeten wij ons misschien haasten om tezamen met Germanicus' as te landen en je zodoende, zonder verhoor of verdediging, het slachtoffer laten worden van Agrippina's misbaar en die eerste phase van de stompzinnige publieke opinie? Zeker, je weet dat Augusta medeplichtig en de keizer op je hand is - maar achter de schermen; geloof me, voor het publiek zal niemand met meer vertoon rouwen om Germanicus dan zij die thans de grootste vreugde beleven."

78 Zonder veel moeite werd Piso, recalcitrant als hij was, tot dat voorstel overgehaald en in een brief aan Tiberius beschuldigde hij Germanicus van verkwisting en eigendunk; dat hij, Piso, uit de provincie was verwijderd, opdat men ongehinderd zekere veranderingen kon voorbereiden, maar dat hij thans weer het commando over zijn leger op zich ging nemen, met diezelfde trouw waarmee hij het gevoerd had. Tegelijkertijd liet hij Domitius scheep gaan op een trireme en beval hem, ver van de kust en voorbij de eilanden, over de hoge zee naar Syrië te zeilen. De deserteurs die zich meldden deelde hij in manipels in; hij wapende zijn treinknechts, zeilde naar het vasteland en onderschepte een vendel recruten op weg naar Syrië; verder schreef hij aan de vorsten der Ciliciërs om hem met troepen te helpen, in alles wat de oorlogvoering betrof, krachtig bijgestaan door den jongen Piso, ofschoon deze had afgeraden den oorlog te beginnen.

79 Terwijl zij nu langs de kust van Lycië en Pamphylië voeren, passeerden hen de schepen van Agrippina; van weerskanten verbitterd greep men eerst al naar de wapens; toen, uit wederzijdsen angst, beperkte men zich tot hatelijkheden en Marsus Vibius zegde Piso aan naar Rome te komen om zich te verdedigen. Deze antwoordde spottend, dat hij niet zou mankeren, zodra de praetor in vergiftigingszaken den aangeklaagde en diens beschuldigers voor zich had gedaagd.
Inmiddels landde Domitius in de Syrische stad Laodicea; toen hij echter naar het winterkwartier van het zesde legioen wilde gaan, omdat men meende, dat dit het meest voor verandering voelde, werd hij door den commandant Pacuvius tegengehouden. Sentius schreef dit aan Piso en waarschuwde hem geen pogingen te doen om het leger door omkoperij, de provincie door oorlog te herwinnen. Allen van wie hij bemerkte dat ze Germanicus nog niet vergeten waren of diens vijanden haatten, concentreerde hij, niet zonder hun herhaaldelijk voor te houden hoe groot de keizer was en dat de strijd ging tégen of óm de staatsmacht; en hij kreeg een krachtige schare om zich heen, die bereid was te vechten.

80 Ondanks zijn aanvankelijk échec versaagde Piso niet, maar hij bezette, wat in de bestaande situatie het veiligste was, Celenderis, een zeer sterke stelling in Cilicië. Want door bij de troepen die de Cilicische vorsten gezonden hadden de deserteurs in te delen en de kortelings onderschepte recruten, bovendien de slaven van zichzelf en Plancina, had hij ze kunnen formeren tot een voltallig legioen. Hij betuigde dat hij de stadhouder van den keizer was, dat hij uit de provincie die deze gegeven had werd geweerd, niet door de legioenen (immers die riepen hem juist), maar door Sentius, die een persoonlijken wrok achter valse beschuldigingen verborg. "Zij hoefden zich alleen maar in slaglinie op te stellen: de Romeinse soldaten zouden niet vechten, wanneer zij zagen dat Piso, door henzelf eens vader genoemd, de sterkste was als men zou procederen en, mocht men hem met wapens te lijf gaan, niet zwak."
Toen ontplooide hij zijn manipels vóór de wallen van het stadje op een hogen en steilen heuvel; want de rest van het terrein werd door de zee ingesloten. Tegenover hem stonden veteranen, opgesteld in hun centuries en met hun reserves. Hier dus harde soldaten; dáár een moeilijk te naderen positie, maar geen moed, geen hoop, geen wapens zelf: alleen landbouwgereedschap en wat men zoal geïmproviseerd had. Zodra de strijd begon, aarzelde men dan ook slechts zo lang tot de Romeinse cohorten naar boven geklommen waren: toen vluchtten de Ciliciërs en sloten zich in de vesting op.

81 Inmiddels probeerde Piso tevergeefs een aanval te doen op de vloot, die in de buurt wachtte; na zijn terugkeer ging hij voor op den stadsmuur staan; nu eens sloeg hij zich op de borst, dan weer riep hij individuele soldaten met name tot zich, nodigde ze uit voor beloningen en trachtte zo den troep tot muiterij te bewegen; en hij had al zo'n indruk gemaakt, dat een standaarddrager van het zesde legioen zijn veldteken naar hem overbracht. Toen beval Sentius de horens en trompetten te steken, materiaal voor den aanvalsweg te halen en ladders op te richten; de dappersten liet hij op den muur afgaan, anderen met werptuigen lansen, stenen en fakkels in die richting gooien. Eindelijk is Piso's hardnekkigheid overwonnen; hij vroeg om na uitlevering der wapens in zijn stelling te mogen blijven, terwijl men den keizer ging vragen aan wien hij Syrië wilde geven. Deze voorwaarden zijn niet aanvaard en niets méér is hem toegestaan dan zijn schepen en een veilige aftocht naar Rome.

82 In deze stad heersten, nadat Germanicus' ziekte bekend geworden was en alles, zoals dat gaat bij gebeurtenissen in de verte, nog zwarter dan de werkelijkheid werd voorgesteld, droefheid en toorn; ook klachten deden zich horen: "Daarom was hij natuurlijk naar het einde der wereld verbannen; daarom had men Piso stadhouder gemaakt; hierover hadden Augusta en Plancina onder vier ogen gesproken. Dan was het ongetwijfeld ook waar, wat de ouderen over Drusus zeiden: hun die als koningen wilden heersen mishaagde de republikeinse gezindheid van hun zoons en die waren om geen enkele andere reden gedood dan dat zij zich ten doel hadden gesteld het Romeinse volk de vrijheid terug te geven en een gelijke rechtsbedeling voor allen."
Dit was de publieke opinie en daardoor maakte het bericht van Germanicus' dood zo'n indruk, dat nog vóór de afkondiging van de magistraten, vóór het senaatsbesluit, de algemene schorsing van zaken inging: de fora werden verlaten, de huizen gesloten. Overal stilte en tranen; daar was geen vertoon bij; zeker, men onthield zich niet van uiterlijk rouwbetoon, maar dieper in het hart voelde men de pijn. Toevallig brachten kooplieden die, toen Germanicus nog leefde, uit Syrië vertrokken waren, meer optimistische berichten over zijn toestand. Onmiddellijk is hieraan geloof gehecht, onmiddellijk wist iedereen het: al wie hen ontmoet had, vertelde aan anderen verder wat hij zelf maar met een half oor had gehoord en die gaven het dan weer door aan meer mensen, waarbij men het uit louter vreugde steeds mooier maakte. Men rende door de stad, brak tempels open; de nacht bevorderde de lichtgelovigheid: in het duister wordt iets gauwer bevestigd. En Tiberius liet de valse tijding niet tegenspreken, totdat zij op den duur verliep: en het volk gevoelde opnieuw zijn smart, als was Germanicus wederom gestorven.

(...)