REISGIDS BERGAMA
OKTOBER 2009
MURMELLIUSGYMNASIUM

Algemene informatie over Turkije en Bergama
Turkije (Turks: Türkiye), officieel de Republiek Turkije, is een
land dat voor het grootste deel in Azië ligt, op het schiereiland
Anatolië (of Klein-Azië) tussen de Middellandse Zee en de
Zwarte Zee, echter om politieke en culturele redenen wordt het dikwijls
tot Europa gerekend. Turkije is een democratische, de jure laïcistische
rechtsstaat en parlementaire republiek met een president aan het hoofd.
De hoofdstad en de regeringszetel van het land is Ankara.
Turkije is staatkundig verdeeld in 81 provincies. Deze zijn weer onderverdeeld
in 923 districten. De stad Bergama ligt in het gelijknamige district,
dat deel is van de provincie Izmir. De stad telt ongeveer 60.000 inwoners.
Een klein deel van Turkije, rond de grootste stad, Istanboel, ligt in
Europa. Het Aziatische en het Europese deel worden gescheiden door de
Dardanellen, de Zee van Marmara en de Bosporus, die gezamenlijk de Middellandse
Zee met de Zwarte Zee verbinden. Turkije grenst aan acht landen: Bulgarije
in het noordwesten, Griekenland in het westen, Georgië in het noordoosten,
Armenië, Azerbeidzjan en Iran in het oosten, Irak en Syrië
in het zuidoosten. Turkije is een lid van de Raad van Europa sinds 1949
en lid van de NAVO sinds 1952. Sinds 2005 onderhandelen Turkije en de
Europese Unie over toetreding van Turkije tot de EU.
Geschiedenis
Het Turkije van vóór de komst der Turken wordt doorgaans
Klein-Azië of Anatolië genoemd. Anatolië heeft een voorgeschiedenis
die vele duizenden jaren teruggaat, waarin volkeren als Hettieten, Phrygiërs,
Lydiërs, Urarteërs, Armeniërs en Grieken een grote rol
hebben gespeeld.
In de 2e eeuw v. Chr. kwam Anatolië in de invloedssfeer van het
Romeinse Rijk. Anatolië was de eerste provincie van het Romeinse
Rijk waar een groot deel van de bevolking overging tot het christendom.
Toen het westelijk deel van het Romeinse Rijk in verval raakte (omstreeks
400 na Chr.), werd Anatolië deel van het Oost-Romeinse of Byzantijnse
Rijk, met Constantinopel als hoofdstad.
In die periode maakte de reeds eerder begonnen hellenisering grote vooruitgang.
Het gebied werd grotendeels Griekstalig, met uitzondering van het oostelijke
deel waar de Koerden en Armeniërs hun eigen taal behielden.
De Turken in het huidige Turkije zijn de afstammelingen van Oghuz-stammen
die vanuit Centraal-Azië naar Anatolië zijn getrokken. In
1071 versloeg de Seltsjoekse leider Alp Arslan de Byzantijnse keizer
Romanus IV in de Slag van Malazgirt. Dit resulteerde in de stichting
van een Seltsjoeks sultanaat rond de stad Konya.
In 1176 deed de Byzantijnse keizer Manuel I een laatste poging om de
in Centraal-Anatolië gevestigde Seltsjoeken te onderwerpen, maar
zijn leger werd in de slag bij Myriokephalon vernietigend verslagen.
Toen westelijke kruisvaarders in 1204 Constantinopel veroverden, raakte
het Byzantijnse rijk zodanig verzwakt, dat in de komende eeuw vrijwel
geheel Anatolië in handen van de Turken viel.
In 1453, ongeveer 200 jaar na de stichting van het Ottomaanse Rijk,
veroverden de Turken Constantinopel. Deze stad werd de nieuwe hoofdstad
van het Rijk. Dit luidde een periode in van culturele bloei en verovering
van en heerschappij over grote delen van het Midden-Oosten, de Balkan
en Noord-Afrika.
Het Ottomaanse Rijk kende zijn bloeitijd in de zestiende eeuw. Daarna
trad het verval langzaam in en heroverden Oostenrijk en Rusland grote
delen van het Ottomaanse grondgebied.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kozen de Ottomanen partij met Duitsland,
Oostenrijk en Bulgarije. Zij verloren de oorlog. De Ottomanen werden
teruggedrongen tot hun kerngebied in Anatolië. Tijdens en kort
na de oorlog werden diverse bevolkingsgroepen, zoals de Grieken, Armeniërs,
Assyriërs gedwongen te verhuizen. Vele Armeniërs kwamen hierbij
om het leven. Er woedt thans, 90 jaar na dato, een hevige discussie
of er hierbij sprake is van uitlokking en volkerenmoord. Het officiële
Turkse standpunt is dat er bij elke bevolkingsgroep tijdens WO1 in Anatolië
slachtoffers vielen en geen ervan heeft exclusiviteit ten aanzien van
genociden. Buiten Turkije wordt het echter algemeen gezien als volkerenmoord.
Het Sykes-Picotverdrag (1916) en het Verdrag van Sèvres (1920)
regelden de verdeling van het Ottomaanse Rijk onder de overwinnaars.
Daar dit laatste verdrag feitelijk het einde van een Turkse staat op
Anatolië inhield werd het door de Turken niet geaccepteerd. Het
westelijk deel van Anatolië werd Grieks, zuidelijke delen kwamen
onder Italiaans, Brits en Frans controle. Voor de Turken was slechts
het noordelijk deel gereserveerd. De Turken namen het daarom in de Turkse
onafhankelijkheidsoorlog op tegen de geallieerden. Het was de legerleider
Mustafa Kemal (die later de naam Ataturk aan zou nemen) die een bepalende
rol speelde.
Hij tekende ook de Vrede van Lausanne (1923), die een eind maakte aan
de oorlog en de grenzen van het nieuwe Turkije vastlegde. Hij stichtte
op 29 oktober 1923 de Republiek Turkije.
Mustafa Kemal lanceerde hierna zijn politieke visie, het kemalisme geheten,
die Turkije moest moderniseren. Zo werd het kalifaat afgeschaft, werd
Turkije seculier (1928), veranderde het schrift van Arabisch naar Latijns,
werd traditionele kleding afgeschaft en werd de hoofddoek verboden in
openbare ruimtes.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Turkije lange tijd neutraal omdat
eerdere oorlogen (bijvoorbeeld Balkanoorlogen en een jaar later de Eerste
Wereldoorlog) haar veel ellende en leed hadden bezorgd, maar in februari
1945 verklaarde het - voornamelijk symbolisch - Duitsland en Japan de
oorlog. In 1952 traden Turkije en Griekenland tegelijkertijd toe tot
de NAVO. Hierdoor kreeg de NAVO toezicht op de Bosporus - een belangrijke
scheepvaartroute voor de Russen.
Vanaf het jaar 1980 strijden de separatistische Koerden in Oost-Turkije
voor (gedeeltelijke) autonomie. Turkije erkent hun cultuur wel maar
separatisme is verboden. Koerdisch onderwijs werd niet door de staat
verzorgd totdat rebellenleider Abdullah Öcalan opgepakt werd door
Turkse commando's in Kenia. Lange tijd werd zelfs het gebruik van de
Koerdische taal verboden. De Koerdische groepering PKK (Partiya Karkeren
Kurdistane) - Arbeiders Partij Koerdistan) voerde jarenlang een guerrilla,
maar na de arrestatie van hun leider Öcalan is de guerrilla geluwd.
Op 4 april 2002 besloot de partij de gewapende strijd op te geven, echter
deze werd enkele maanden later alweer opgepakt. De organisatie is als
een terroristische groepering aangeduid in de Europese Unie, de Verenigde
Staten, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en vele andere landen
zoals Turkije. In april 2008 werd de EU echter door het Europese Gerecht
van eerste aanleg gelast deze beslissing ongedaan te maken, niet omdat
de organisatie van karakter was veranderd maar omdat er procedurefouten
waren gemaakt. In januari 2009 werd de PKK weer opgenomen op de terreurlijst
van de Europese Unie.
Sinds 2003 is in Turkije de partij AKP aan de macht met premier Recep
Tayyip Erdogan.
Sinds 3 oktober 2005 onderhandelen Turkije en de Europese Unie over
toetreding van Turkije tot de EU.
Actuele ontwikkelingen
In de jaren voorafgaande aan 2001 beleefde de Turkse economie een grote
crisis met torenhoge inflatie. Naast economische en monetaire hervormingen
waren het de terroristische aanslagen op 11 september 2001 die het land
er weer bovenop brachten: als enige NAVO-land met een overwegend islamitische
bevolking werd Turkije plotseling van geopolitiek belang als intermediair
tussen het Westen en de islamitische wereld, en kreeg daarom aanmerkelijke
financiële steun. Als tegenprestatie speelde Turkije een leidende
rol in de vredesmacht in Afghanistan. Maar ook de binnenlandse politiek
van Kemal Dervis, superminister van economie en financiën, speelde
een niet te onderschatten rol.
Onder zware druk van de EU zijn de politieke bevoegdheden van het leger
geschrapt en heeft de Koerdische minderheid meer rechten gekregen.
Bevolking
Bij het begin van de 20e eeuw telde het gebied dat nu Turkije is 12
miljoen inwoners; dat aantal is nu ruim vervijfvoudigd. In Turkije wonen
er 76.805.524 (2009) mensen. Hiervan zijn 73% Turken, 21% Koerden, 2%
Tsjerkessen, 2% Arabieren, 0,5%Lazen, 0,1% Syriërs, 0,06% Armeniërs
en 0,01% Abchazen. De Turkse bevolking is relatief jong met 25.5% in
de groep 0 tot 15 jaar.
Taal
In Turkije is Turks (90,5%) de enige officiële taal. Tot de vele
minderheidstalen behoren Koerdisch (18,6%), Arabisch (3%), Armeens,
Aramees, Zaza(ki), Lazisch, Georgisch, Adyghe, Ladino en andere. Het
Turks kwam met de naar het westen trekkende nomaden ongeveer in de tiende
eeuw in Klein-Azië. Sinds 1928 wordt het Turks volgens het Latijns
alfabet geschreven. Het huidige Turks heeft veel leenwoorden overgenomen
uit het Frans en het Arabisch. Tot in het westen van China wordt op
de Kaukasus en in Centraal-Azië nog door miljoenen mensen een Turkse
taal gesproken. In het oosten van Turkije worden Koerdische dialecten
gesproken. De tot dan toe verboden Koerdische taal mocht door de overheid
in 1991 weer in het openbaar worden gebruikt.
Religie
Turkije is te karakteriseren als een islamitisch land. Dit uit zich
in het feit dat het grootste deel van de bevolking een soennitische
vorm van islam aanhangt. De islam is een belangrijk onderdeel van het
dagelijks leven. Zo kent Turkije de meeste moskeeën ter wereld
en nationale feestdagen zijn gebaseerd op belangrijke islamitische dagen
(Offerfeest, Suikerfeest). Besnijdenissen zijn vaak feestelijke gebeurtenissen.
Politieke partijen met een islamitisch-rechtse signatuur doen het goed
bij verkiezingen. Daarnaast hangt een aanzienlijk deel het alevitisme
aan (ca. 20% / 15 miljoen) en in geringe mate komt nog het christendom
voor.
Islam
Tot 1923 was de islam de officiële staatsgodsdienst van het toenmalige
Ottomaanse Rijk. Met de oprichting van de Turkse republiek in 1923 werden
Staat en religie van elkaar gescheiden en de islam als officiële
godsdienst afgeschaft. Zo werd de Ottomaanse sharia afgeschaft, polygamie
verboden en werden er westerse kledingsvoorschriften ingesteld voor
mannen en vrouwen in openbare functies. Dit alles in het kader van de
kemalistische staatsideologie (kortweg kemalisme). Alle godsdienstige
zaken werden voortaan ondergebracht en gereguleerd via een religieuze
instelling, de Diyanet. Dit leidde ertoe dat de scheiding tussen Staat
en religie de facto onmiddellijk weer werd opgeheven. Tegenwoordig is
de Diyanet uitgegroeid tot een Directoraat van Godsdienstzaken (Diyanet
Isleri Baskanligi) die de islamitisch-kemalistische religieuze zeggenschap
onder het volk verder moet waarborgen en reguleren, bijvoorbeeld door
op alle openbare en particuliere scholen lessen in de islam verplicht
te stellen. Het Directoraat van Godsdienstzaken heeft een overheidsbudget
dat vergelijkbaar is met die van andere grote ministeries. Aan het hoofd
van de Diyanet staat de grootmufti van Turkije, terwijl via een hiërarchisch
landelijk netwerk lokale moefti's zijn aangesteld. Alle imams die via
het directoraat worden opgeleid zijn officieel ambtenaar.
De Diyanet heeft ook buitenlandse takken, waarmee invloed en zeggenschap
wordt uitgeoefend op de in het buitenland wonende moslims. De Nederlandse
Diyanet staat bekend als de Islamitische Stichting Nederland. Het merendeel
van de Turkse moskeëen in Nederland maken hiervan deel uit.
De vergaande profilering van de islam in het dagelijks leven botst vaak
met de uigangspunten van het leger, dat vooral een gematigd soennitische
vorm van islam nastreeft. Zo moest in 1997 de eerste islamitische minister-president
van Turkije, Necmettin Erbakan, zijn politieke activiteiten onder druk
van het leger staken. Ook zijn er spanningen geweest tussen het leger
en de daaropvolgende islamitisch georiënteerde politici.
Christendom
Van oudsher komt ook het christendom, en in beperkte mate het jodendom,
voor in Turkije. Het gaat dan vooral om Grieken, Armeniers, Arameeërs
en Assyriërs die voor de komst van de Turken al in deze streken
leefden. Naar schatting heeft de Grieks-Orthodoxe Kerk, de Armeens-Orthodoxe
Kerk en het jodendom, bij elkaar 0,2% aanhangers in Turkije. Begin twintigste
eeuw bedroeg het aantal christenen in het Ottomaanse rijk nog 30% van
de bevolking. In de 20e eeuw liep dat aantal sterk terug, enerzijds
doordat het Ottomaanse Rijk in de Balkanoorlogen (1912-1913) grondgebied
verloor waar veel christenen woonden en anderzijds door verbanning,
emigratie, volkerenmoord en vervolging.
In de eerste eeuwen na Chr. was het huidige Turkije een bloeiend kerkelijk
gebied onder de leiding van Constantinopel. Het orthodoxe Oecumenisch
patriarchaat van Constantinopel is nog steeds gevestigd in Istanboel.
De katholieken van Armeense, Chaldeeuwse, Byzantijnse en Latijnse ritus
hebben ieder hun eigen hiërarchie. Sinds 1960 bestaan diplomatieke
betrekkingen tussen Turkije en het Vaticaan en in 1966 werd een apostolische
nuntiatuur opgericht.
Klimaat en landschap
Turkije ligt niet alleen cultureel, maar ook qua klimaat op een kruispunt.
Het Oosten van het land en centraal-Anatolië bezitten een uitgesproken
landklimaat met zeer hete zomers en ijskoude winters waarin zeer veel
sneeuw kan vallen. De gebieden langs de Middellandse Zee hebben een
mediterraan klimaat terwijl de noordkust een warm zeeklimaat heeft.
Het Zuidoosten, uitgezonderd het berggebied in het extreme Zuidoosten,
is overwegend droog en plaatselijk zelfs woestijnachtig; Turkije heeft
gedeelten met zeer weinig neerslag, waar dan ook zoutmeren zijn gevormd.
Vanaf Izmir gaande van West naar Oost neemt de hoeveelheid neerslag
langzaam af, maar langs de noord- en zuidkust valt relatief veel regen,
met name in het noordelijk kustgebergte.
Turkije ligt gemiddeld meer dan 800 m boven zeeniveau en kent een groot
aantal geïsoleerde gebergten die het lokale klimaat sterk beïnvloeden.
Aan de noordzijde zijn dit onder meer de Uludag bij Bursa (2560 m (dag
of daglari is Turks voor gebergte), het noordelijk kust- of regengebergte
oostelijk en westelijk van Samsun (toppen tot 1775 m), Karagöl
dag (3025 m), Zigana dag (3000 m), Soganli dag (3385 m) bij Giresun,
Rize daglari (3711 m), Kackar dag (3937 m) bij Trabzon (het klassieke
keizerrijk Trebizonde). Aan de zuidzijde liggen langs de kust het Mentese
Dag (1750 m), het Ak dag (3025 m) en de zeer uitgestrekte Toros Daglari
(3585 m) en de Aladag (3734 m). Geïsoleerd liggende gebergten in
het oosten die een duidelijk eigen klimaat hebben, zijn de Süphan
dag (4404 m) noordelijk van het Vanmeer dat zelf op 1720 m hoogte ligt,
het Ararat-massief (5165 m), de Palandöken dag (3124 m), Sat daglari
(3630 m) en de Cilo dag (4168 m) in het verre zuidoosten. De toppen
van deze gebergten zijn vaak tot ver in het jaar besneeuwd, wat het
omliggend gebied tot ver in het seizoen van smeltwater voorziet. In
de streek rond Erzurum (op ca. 1850 m boven zeeniveau) duurt het groeiseizoen
slechts 3-4 maanden: van juni tot september; de rest van het jaar ligt
er sneeuw. De klimaatomstandigheden hoog in de Turkse bergen zijn goed
te vergelijken met die in de Alpen, hoewel hitte en kou wel extremer
kunnen zijn.
Kenmerkend voor Turkije zijn uitgestrekte vlakten die aan alle zijden
afgebakend worden door de gebergten. Door deze vlakten slingeren rivieren
die voor een groot deel nog helemaal natuurlijk zijn, dus met vlechtpatronen,
stroomruggen, rivierduinen, veel moerassen. Die moerassen kunnen zich
over grotere oppervlakten uitstrekken -- net als de stoffige zandwoestijnen
in het centrale en zuidoostelijke deel. Centraal Turkije ontvangt weinig
regen maar heeft anderzijds een sterke verdamping waardoor er middenin
de driehoek Konya - Ankara - Kayseri een groot zoutmeer, het Tuz Gölü
is ontstaan. In het westen lijkt het landschap op dat van Griekenland:
deels met bos begroeid heuvelland, plaatselijk tot berglandschap, met
veel kleinere en een enkele grotere rivier, de Menderes, ofwel Meander.
De flora van Turkije is buitengewoon rijk - volgens een recente lijst
komen er 9222 verschillende soorten hogere planten voor. Dat kan alleen
worden verklaard in samenhang met het hier boven beschreven scala aan
geïsoleerd liggende gebergten die als eilanden boven de tussenliggende
(hoog)vlakten uitsteken. Die hoogvlakten zijn ook maar gedeeltelijk
in cultuur gebracht, hoewel de afname van de oppervlakte aan 'woeste
grond' snel verloopt. Maar Turkije bezit op veel plaatsen nog uitgestrekte
moerassen met vele soorten gladiolen, lelie-achtigen en lipbloemigen.
Op drogere plaatsen komen we de 391(!) soorten van het geslacht Astragalus
tegen, dit zijn vlinderbloemigen die meestal gekromde kleine peultjes
hebben. Ook verder zijn de vlinderbloemigen uiterst talrijk. Verder
zijn distels in een ongelooflijke variatie en in de prachtigste kleuren
gewoon. Toorts-soorten zijn er tientallen terwijl ook klaversoorten
zeer verspreid zijn. De klokjesbloemenfamilie is door veel diep- en
hemelsblauwe soorten vertegenwoordigd net als die van de gentianen.
Zeer soortenrijk zijn ook de orchideeën en de bolgewassen waaronder
meerdere soorten tulpen. Nederland mag zichzelf dan als tulpenland beschouwen,
alle tulpen die in Nederland worden gekweekt vinden hun oorsprong in
Turkije en de aangrenzende landen. Bolgewassen zijn namelijk bij uitstek
verbonden met drogere streken en daartoe kun je Nederland moeilijk rekenen.
De diversiteit aan klimaten die Turkije heeft is natuurlijk ook een
belangrijke factor voor de verscheidenheid aan plantensoorten; verder
telt ook mee dat Turkije nooit onder een ijskap heeft gelegen zoals
Nederland wel meemaakte. Weliswaar zijn de gletsjers in de bergen in
die periode zeker groter geweest dan nu, maar de laaglanden en een groot
deel van de hoogvlakten zijn steeds ijsvrij gebleven. Ook het feit dat
de gebergten van Turkije geen gesloten muren vormen maar juist veel
'hiaten' vertonen zorgde dat planten uit allerlei streken vrij makkelijk
naar Turkije konden migreren. Een recent boek over de flora van Turkije
is dat van de Oostenrijker Gerhard Pils: Flowers of Turkey, met ca.
4000 foto's. De Turkse flora wordt bestudeerd door medewerkers van meerdere
Turkse universiteiten, onder meer die van Istanboel en Erzurum. De Nederlander
Carel Kreutz publiceerde een boek speciaal over de Turkse Orchideeën,
eveneens met vele foto's.
De fauna van Turkije is nog niet uitputtend onderzocht hoewel de laatste
50 jaar belangrijke vorderingen zijn gemaakt. Grote zoogdieren en vogels
die elders zeer zeldzaam zijn vindt men nog wel in Turkije, hoewel ook
zij steeds meer onder druk staan: Europese wolf, bruine beer, vale gier,
lammergier, steenarend, lannervalk en oehoe zijn enkele voorbeelden.
Langs rivieren in het noordoosten vindt men de reuzenstern, terwijl
in de meer mediterrane gebieden scharrelaar, hop, bijeneter en meerdere
soorten ijsvogels voorkomen. Turkije is rijk aan vlinders en er komen
talloze insecten voor: expedities van Nederlandse entomologen naar Turkije
leverden in de afgelopen decennia tientallen nog niet beschreven soorten
op.
Politiek
Volgens de in november 1982 per referendum goedgekeurde grondwet werd
de president voor een periode van zeven jaar gekozen door het parlement,
hij benoemt de ministers en de rechters en is tevens hoofd van de invloedrijke
Nationale Veiligheidsraad. Na een referendum in 2007 wordt de president
voor een periode van vijf jaar gekozen door het volk. De grondwet voorziet
in één kamer, de Nationale Assemblee, bestaande uit 550
leden, met algemeen kiesrecht gekozen voor een periode van vijf jaar.
Politieke partijen die communisme, fascisme of religieus fundamentalisme
aanhangen zijn verboden, evenals de separatistische gewapende groepering
PKK.
Parlement: eenkamerparlement, 550 leden, vierjaarlijks gekozen, kiesdrempel
10%
Staatshoofd: president, gekozen voor 5 jaar door het parlement
President: Abdullah Gül (sinds augustus 2007)
Premier: Recep Tayyip Erdogan (sinds maart 2003)
Belangrijkste partijen: AK-partij (conservatief-democratisch), CHP (socialistisch),
DP (progressief-liberaal), MHP (extreemrechts/nationalistisch), Moederlandpartij
(conservatief-liberaal), SP (islamitisch)
Economie
Sinds 2001 neemt de regering in Ankara vergaande maatregelen om de
economie te verbeteren. Daarvoor was er geen sprake van een voldragen
vrijemarkteconomie: een groot deel was in handen van de staat, de inflatie
was enorm, de openbare financiën functioneerden slecht, het overheidstekort
was hoog en er was veel corruptie.

Maslak: financieel district
In 2000 en 2001 werd Turkije door een zware financiële en economische
crisis getroffen. In mei 2001 werd Kemal Dervis binnengehaald als politiek
onafhankelijk staatsminister voor de economie. Onder zijn leiding werd
een indrukwekkend aantal economische hervormingen doorgevoerd, ondersteund
door het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De bancaire sector werd
geherstructureerd en er werd een begin gemaakt met de liberalisering
van de energiesector.
Vanaf de tweede helft van 2003 heeft de Turkse regering veel wetten
aangenomen die leidden tot verdere hervormingen. Een voorbeeld is de
wet op de buitenlandse investeringen, die het investeringsklimaat voor
buitenlanders sterk verbeterde.
De economische groei is gebaseerd op een aantal eigenschappen van Turkije
zelf: een redelijk goed opgeleide, jonge bevolking, lage arbeidskosten
en een kruisligging ten opzichte van Europa, Azië en het Midden-Oosten.
Munteenheid: 1 Turkse Lira (TL) = 100 kurus (Kr)
Koers 1 EUR = 2,175 TL (14 sept 2009)
BBP: 798 miljard US$ (9323 p.p. 2008)
Groei BBP: 7% (2006)
Staatsschuldquote: 37.1%
Werkloosheid: 9% (2008)
Landbouw: granen, katoen, zonnebloemen en andere oliegewassen, mais,
suikerbieten, aardappelen, thee, wijn, noten, olijven, vijgen
Veeteelt: schapen, geiten, runderen, pluimvee
Delfstoffen: bruinkool, chroom, koper, borax, aardolie, aardgas, bauxiet,
ijzer, mangaan
Industrie: vooral textielindustrie. Daarnaast ook levensmiddelen, staal-,
automobiel-, papier-, elektronica-, petrochemische en chemische industrie.
Export: 132 miljard US$ (03 / 2007)
Exportproducten: halffabricaten 29%, kleding 26%, voedingsmiddelen 14%,
auto's
Exportpartners: Duitsland (11,2%), Verenigd Koninkrijk (8,1%), Italië
(7%), Frankrijk (5,6%), Rusland (4,4%), Spanje (4,3%)
Import: 125 miljard US$ (2006)
Importproducten: machines en transportmiddelen 39%, halffabricaten 18%,
chemie 14%
Importpartners: Duitsland (15%), Japan (11%), Italië (8%)
Toerisme
Toerisme wordt in Turkije steeds belangrijker, vooral de badplaatsen
langs de kusten zijn populair zoals o.a. Bodrum, Alanya, Marmaris, Kusadasi
en Antalya ook wel bekend als de Turkse Rivièra. Steden met veel
cultuur en geschiedenis zoals Istanboel en Bursa zijn steden waar veel
toeristen naar toe gaan. Bijzonder aan Turkije is dat er bijna alles
te beleven valt, zoals in Saklikent: dit is een van de weinige plaatsen
ter wereld waar men 's ochtends kan skiën en 's middags kan zwemmen.
Vervoer en verkeer
Luchthaven Istanbul Sabiha Gökçen
Spoorwegen: 8682 km, waarvan 1524 km geëlektrificeerd, steden die
goed te bereiken zijn via het spoor, onder andere: Istanboel, Ankara,
Izmir, Adana, Konya, Eskisehir, Karaman, Gaziantep, Diyarbakir, Samsun,
Malatya, Elazig, Sivas, Mersin en Izmit
Wegennet: 386 000 km, waarvan meer dan 1/3 verhard
Havens: Gemlik, Hopa, Iskenderun, Istanboel, Izmir, Izmit, Icel (Mersin),
Samsun, Trabzon, Antalya, Çesme
Internationale vliegvelden o.a.:
Luchthaven Antalya
Luchthaven Bodrum Milas
Luchthaven Izmir Adnan Menderes
Luchthaven Istanbul Atatürk
Luchthaven Istanbul Sabiha Gökçen
Luchthaven Kayseri Erkilet
Luchthaven Trabzon
Plattegrond van Bergama

Geschiedenis van Bergama
Bergama heette vroeger, toen het Grieks was, Pergamon, en de Romeinen
noemden de stad Pergamum. Pergamon betekent 'burcht'.
De 335 meter hoge heuvel werd al in oeroude tijden bewoond. Er zijn
resten gevonden uit de prehistorie en uit de archaïsche tijd.
De Griekse schrijver Xenophon is de eerste schrijver die Pergamon vermeldt:
in het jaar 400 voor Chr. was Pergamon in het bezit van de familie van
Gongylos uit Eretria (Xen. An. 7,8,8; Hell. 3,1,6).
In 334 voor Chr. stak Alexander de Grote de Dardanellen over en trok
Anatolië binnen. Hij versloeg de Perzische koning Darius III en
maakte zo een einde aan de Perzische overheersing in Klein-Azië.
Alexander de Grote stierf in 323 voor Chr. in Babylon. Na zijn dood
viel zijn rijk uiteen: zijn generaals betwistten elkaar de macht. Lysimachos
en daarna Antiochos waren formeel heersers over het gebied waar Pergamon
in ligt, maar in feite was Philetairos van Tios de baas. Philetairos
bewaarde en bewaakte in de burcht een staatskas voor Lysimachus, maar
ook onder Antiochos bleef hij de burchtheer en heerser van Pergamon
en wijde omgeving. Waarschijnlijk maakte Philetairos al een begin met
het bouwen van de stadsmuren op de halve hoogte van de berg en bouwde
hij ook de tempels van Athena en Demeter.
Portret van Philetairos
Eumenes I (263 - 241 voor Chr.)

Portret van Eumenes I (RMO, Leiden) (foto van Jona
Lendering)
Na de dood van Philetairos in 263 voor Chr. kreeg zijn neef Eumenes
de macht in handen. Eumenes versloeg Antiochos I in 261 voor Chr. en
maakte Pergamon daarmee formeel zelfstandig. Hij breidde het kleine
rijk naar alle kanten uit.
Attalos I (241 - 197 voor Chr.)
In een aantal veldslagen versloeg Attalos de Galaten en de Seleuciden.
Vandaar dat hij de bijnaam 'Soter' kreeg, 'de Redder'. Hij stabiliseerde
de macht van het Pergameense rijk, o.a. door een goede relatie met de
nieuwe grootmacht Rome tot stand te brengen.

Portret van Attalos I
Eumenes II (197 - 159 voor Chr.)

Portret van een Hellenistisch heerser, misschien
Eumenes II
(Nationaal Archeologisch Museum, Athene) (foto van Marco Prins)
Na de dood van Attalos I volgde zijn oudste zoon hem op. Eumenes II
zette de vrienschappelijke betrekkingen met Rome voort. De koning boekte
vele successen, zowel op militair als op politiek terrein. Hij verruimde
de grenzen van het koninkrijk tot aan Bithynië en Cappadocië.
Deze periode geldt als de Gouden Eeuw van Pergamon. Kunstenaars, dichters,
filosofen en wetenschappers verzamelden zich in de stad, die met allerlei
nieuwe gebouwen werd vergroot en verfraaid. Eumenes voltooide de bouw
van het altaar van Zeus en breidde de bibliotheek uit. De zalen van
het gebouw werden van zoveel kunstwerken voorzien, dat zij op musea
leken.
Attalos II (159 - 138 voor Chr.)
Na de dood van Eumenes II besteeg zijn broer de troon als Attalos II.
(De enige zoon van Eumenes was op dat moment nog maar twaalf jaar oud.)
Hij was een krachtig en kundig heerser met een grote kennis van militaire
zaken. Op aandringen van zijn broer was hij met diens weduwe getrouwd.
Omdat hij zijn broer onder alle omstandigheden trouw bleef werd hij
'Philadelphos' genoemd, 'hij die van zijn broer houdt'. Hij streefde
naar voortzetting van de goede betrekkingen met Rome, en ook hij liet
vele openbare werken verrichten. Zo liet hij de haven van Efese uitbaggeren;
ook bouwde hij een Stoa in Athene.
Attalos III (138 - 133 voor Chr.)
Na de dood van Attalos II werd zijn neef koning. Attalos III kreeg als
bijnaam 'Philometer', 'hij die van zijn moeder houdt': hij adoreerde
zijn moeder Stratonike.

Portret van Attalos II of III
(Metropolitan Museum of Art, New York; foto van Marco Prins)
Attalos III liet de staatszaken het liefst over aan zijn vertrouwelingen.
Hij was meer geïnteresseerd in biologie en zoölogie. Hij onderzocht
de werking van kruiden en stelde medicijnen samen. Hij plantte giftige
kruiden in zijn tuin en probeerde die uit op veroordeelden en ernstig
zieken. Toen na de dood van zijn moeder ook zijn vrouw Berenike stierf,
werd de koning extreem achterdochtig. Hij geloofde dat de sterfgevallen
door vergif waren veroorzaakt en liet vele mensen ombrengen. Attalos
was ook werkzaam als beeldhouwer. Hij stierf, terwijl hij aan een beeld
van zijn moeder werkte. In overeenstemming met zijn laatste wens ('Populus
Romanus bonorum meorum heres esto') werd de regering overgedragen aan
de respublica Romana.
De Romeinse periode (133 voor Chr. - 395 na Chr.)
Tijdens de regering van keizer Tiberius (14-37) werd de stad, die door
aardbevingen was beschadigd, herbouwd.
Trajanus (98-117) begon zelf met de bouw van de te zijner ere opgerichte
tempel, maar de konstruktie werd pas voltooid tijdens de regeringsperiode
van Hadrianus (117-138). Ook het Serapeion (de 'rode basilica') stamt
uit deze tijd.
Tijdens zijn terugkeer van een veldtocht in Thracië had keizer
Caracalla (211-217) een ernstig ongeluk en kwam naar Pergamum om in
het Asklepium te worden behandeld. Na zijn voorspoedig herstel verleende
hij uit dankbaarheid financiële steun aan de tempels van de stad.
Hij liet de Dionysos-tempel, die zich aan de voet van het theater bevindt,
met marmer bekleden.
De Byzantijnse periode (395 - 1306)
In deze periode bleef Pergamon een belangrijke stad. Wel liep langzaam
het aantal inwoners terug en werd allengs een kleiner oppervlak bewoond.
Eén van de zeven kerken, die door de apostel Paulus in Anatolië
werden gevestigd, bevond zich in Pergamon. In het jaar 380, tijdens
het bewind van Theodosius, werd het Christendom de officiële staatsgodsdienst.
De Turkse periode (1306 - heden)
In het jaar 1306 werd Bergama door de Turken ingenomen. Vanaf 1345
behoorde de stad tot het Osmaanse rijk.
Aan het eind van de 14e eeuw plunderde Timoer Lenk de stad en liet alle
Turken en Grieken die te vinden waren doden.
Bergama ontwikkelde zich sterk tijdens de 15e eeuw. Men bouwde moskeeën,
koranscholen en herbergen.
In 1919 werd Bergama door de Grieken bezet, in 1922 door de Turken heroverd.
Ingevolge het verdrag van Lausanne verlieten de Griekse bewoners de
stad, Turkse immigranten uit Griekenland namen hun plaats in.
Tegenwoordig is Bergama van belang voor de landbouw en het toerisme.
De opgravingen
Toen de spoorweg-ingenieur Carl Humann in de periode van 1868-1875
door West-Anatolië reisde, kwam hij ook naar Bergama en bezocht
de Akropolis. Tijdens de aanleg van de spoorlijn Dikili-Bergama deed
hij enig onderzoek in Bergama. Hij liet een fries en een stuk materiaal
met een inscriptie naar Berlijn zenden voor nauwkeuriger onderzoek.
Men kwam tot de conclusie dat het fries bij het altaar van Zeus had
behoord. De directeur van het museum van Berlijn, Alexander Conze, bood
Carl Humann de mogelijkheid opgravingswerkzaamheden in Bergama te verrichten
en op 17 augustus 1877 kreeg de laatste de benodigde officiële
toestemming.
De eerste opgravingen, die begonnen met de vondst van de plaats van
het altaar van Zeus duurden van 1878 tot 1886. De werkzaamheden bestreken
de hoogst gelegen agora, het theater, het terras, de Dionysostempel,
het heiligdom van Athene, de Trajanustempel, de koninklijke paleizen
en de waterleidingen. Daarbij werd de topografie van Pergamon onderzocht.
Friezen van het altaar van Zeus, enkele bouwelementen en beeldhouwwerken,
die tijdens deze werkzaamheden werden gevonden, werden naar Duitsland
overgebracht. Tegenwoordig zijn deze stukken te zien in het Pergamonmuseum
in Berlijn. Het is vooral deze in barokke hellenistische stijl uitgevoerde
sculptuur, die Pergamon bekend en beroemd heeft gemaakt.
De tweede periode van werkzaamheden duurde van 1900-1913 onder leiding
van Wilhelm Dörpfeld, die Troje blootlegde.
Sinds die tijd zijn Duitse en Turkse archeologen bezig met opgravingen
en onderzoek. Af en toe werden en worden hun activiteiten onderbroken
door wereldoorlogen en geldgebrek.
De bezienswaardigheden van Bergama

Het antieke Pergamum (Tekening van Bohn en Koch,
1886)
Het altaar van Zeus
Toen de spoorweg-ingenieur Carl Humann in de periode van 1868-1875
door West-Anatolië reisde, kwam hij ook naar Bergama en bezocht
de Akropolis. Tijdens de aanleg van de spoorlijn Dikili-Bergama deed
hij enig onderzoek in Bergama. Hij liet een fries en een stuk materiaal
met een inscriptie naar Berlijn zenden voor nauwkeuriger onderzoek.
Men kwam tot de conclusie dat het fries bij het altaar van Zeus had
behoord. De directeur van het museum van Berlijn, Alexander Conze, bood
Carl Humann de mogelijkheid opgravingswerkzaamheden in Bergama te verrichten
en op 17 augustus 1877 kreeg de laatste de benodigde officiële
toestemming.
De eerste opgravingen, die begonnen met de vondst van de plaats van
het altaar van Zeus duurden van 1878 tot 1886. De werkzaamheden bestreken
de hoogst gelegen agora, het theater, het terras, de Dionysostempel,
het heiligdom van Athene, de Trajanustempel, de koninklijke paleizen
en de waterleidingen. Daarbij werd de topografie van Pergamon onderzocht.
Friezen van het altaar van Zeus, enkele bouwelementen en beeldhouwwerken,
die tijdens deze werkzaamheden werden gevonden, werden naar Duitsland
overgebracht. Tegenwoordig zijn deze stukken te zien in het Pergamonmuseum
in Berlijn. Het is vooral deze in barokke hellenistische stijl uitgevoerde
sculptuur, die Pergamon bekend en beroemd heeft gemaakt.

Het altaar werd gebouwd tijdens de regeringsperiode van Eumenes II
(197-159 voor Chr.) ter nagedachtenis van de overwinning op de Galaten.
De buitenzijde was versierd met friezen met afbeeldingen van de Gigantomachie,
de strijd tussen de Olympische goden en de Giganten. Aan de binnenzijde
van de muren waren lage platen met reliëfs, die het leven van Telephos,
de legendarische grondvester van Pergamon, uitbeeldden.

Het altaar van Zeus, Pergamon Museum, Berlijn
De bibliotheek
Eumenes II wilde van Pergamon een centrum van kunst en wetenschap maken.
Hij liet kunstenaars en wetenschappers naar de stad komen en bouwde
een grote bibliotheek. Uiteindelijk bevonden zich ongeveer 200.000 geschreven
documenten in de bibliotheek van Pergamon. In de bibliotheek stonden
ook beelden, o.a. van Homerus en Sappho.
Het viel in die tijd niet mee om boeken te verzamelen. Zo vertelt Strabo,
dat ene Neleus de boeken van Aristoteles en Theophrastos verborgen hield.
Zowel de bibliotheek van Pergamon als de nog beroemdere van Alexandrië
waren naar deze stukken op zoek. Tenslotte bemachtigde Pergamon ze door
de erfgenamen van Neleus goud van hetzelfde gewicht als van de boeken
aan te bieden.
Egypte beperkte daarop de toevoer van papyrus naar Pergamon. Papyrus
was destijds het meest gebruikte materiaal om op te schrijven en de
maatregel leverde grote problemen op. Krates, een kunstenaar uit Sardes
prepareerde geitevellen waarop geschreven kon worden. Dit nieuwe papier
werd naar Pergamon genoemd: 'Pergamenae chartae'. In de loop van de
tijd veranderde de naam in perkament. Perkament bleek handiger in het
gebruik en van een langere levensduur dan papyrus. In Rome werd het
perkament al snel geprefereerd om deze eigenschappen. De werken uit
de oudheid werden in het vervolg op perkament herschreven en vermenigvuldigd.
In het jaar 47 voor Chr. ging de bibliotheek van Alexandrië tijdens
een oorlog door brand voor een groot deel verloren. In 41 voor Chr.
werd de bibliotheek van Pergamon - als geschenk van Marcus Antonius
aan Cleopatra - naar Alexandrië verhuisd. Later werd alles in een
grote brand vernietigd. Ondanks het verlies van de boeken behield Pergamon
haar status als centrum van wetenschap en educatie.
De tempel van Trajanus
Deze tempel werd gebouwd ter ere van de Romeinse keizer Trajanus (98
- 117). Het gebouw werd voltooid tijdens de regeringsperiode van zijn
opvolger Hadrianus (117 - 138).

De tempel van Trajanus
Het theater
Het theater van Pergamon is een van de best bewaard gebleven theaters
uit de oudheid. Het theater stamt uit de Hellenistische periode en biedt
plaats aan 10.000 toeschouwers. Volgens de inwoners van Bergama is dit
het steilste theater ter wereld. Aanvankelijk werd er bij opvoeringen
een tijdelijk houten podium in het theater geplaatst, om de toegang
tot de aangrenzende tempel van Dionysos niet te blokkeren. De Romeinen
bouwden een stenen podium.
De tempel van Dionysos

Rechts aan de voet van het theater ligt de tempel
van Dionysos
De tempel werd gebouwd in de 2e eeuw voor Chr. De Romeinen herbouwden
de tempel. Na een grote brand werd de tempel gerestaureerd door keizer
Caracalla, die de stad goed gezind was, omdat Pergameense artsen hem
na een ernstig ongeval weer volledig hadden doen herstellen.
De rode basilica (Het Serapeion)
De tempel werd waarschijnlijk in de tijd van Hadrianus (117-138) gebouwd.
Vanwege de rode bakstenen wordt het gebouw wel 'de rode hof' of 'de
rode basilica' genoemd. De tempel staat bekend als de grootste die tijdens
de Romeinse periode in Anatolië werd gebouwd. Het tempelterrein,
de temenos, besloeg een gebied van 260 bij 100 meter, terwijl de afmetingen
van de tempel 60 bij 26 meter waren. De muren waren bijna 19 meter hoog.
Het complex, waar de tempel deel van uitmaakte, bestond uit een rechthoekig
gebouw en twee ronde torenachtige gebouwen aan weerszijden ervan. De
ronde gebouwen hadden een diameter van 15 meter en waren 19 meter hoog.
Vóór en langs deze gebouwen lagen binnenhoven, omgeven
door zuilengalerijen. Het dak boven de galerijen werd gedragen door
kariatiden (zuilen in de vorm van menselijke figuren). Aan de achterzijde
van de tempel bevond zich een naar buiten gerichte absis.

Op de voorgrond de rode basilica, en daarachter
het moderne Bergama.
Vanwege de Egyptische stijl, en het feit dat er Egyptische godenbeelden
zijn opgegraven, lijkt het wel zeker dat de tempel aan de Egyptische
goden Serapis en Isis gewijd was.
De rivier de Selinus (tegenwoordig: Bergama Çayi) stroomde door
de temenos. Voor de rivier werd een dubbelloopse tunnel van 9 m breed
en 200 m lang gebouwd. Deze kanalen zijn nog steeds in goede konditie.
In de Byzantijnse tijd werd er een kerk in de rode hof gebouwd.
Het Asklepieion
We hebben hier te maken met een moeilijk woord. Asklepieion
of Asklepion zijn Griekse namen, eventueel gespeld als Asclepeion en
Asclepion, de Romeinse naam is Aesculapium. Asclepium zou dan wat mij
betreft ook nog wel kunnen. Andere vormen zijn fout, maar waarom zou
ik me daarover opwinden? Het is nu eenmaal een lastig woord.

Plattegrond van het Asklepieion
Het Asklepion ligt buiten Pergamon, in westelijke richting. In de 4e
eeuw voor Chr. werd de cultus van Asklepios van Griekenland naar Pergamon
overgebracht. Het gezondheidscentrum werd in die eeuw gesticht. Tijdens
de opgravingen werden 18 bouwlagen ontbloot. Iedere latere laag toont
een grotere opzet. Tenslotte werd dit een van de grootste en meest beroemde
medische centra uit de oudheid. De vermaarde arts Claudius Galenus was
hier werkzaam. De ruïnes, die men heden kan bezichtigen stammen
uit de tijd van keizer Hadrianus (117-138).
Het museum van Bergama

Uit het museum van Bergama

Uit het museum van Bergama: Romeinse mozaiekvloer
Akif Ersezgin Anadolu Lisesi


Foto's van de school

Naast de school een standbeeld van Atatürk
Mythen en legenden:
Bij Kox Kollum: http://www.koxkollum.nl :
Uit Kroon's mythologisch woordenboek :
Andromache
De beroemde gemalin van Hektor, uitmuntende door hare huwelijkstrouw
en liefde voor haren echtgenoot. Zij was de dochter van Eëtion,
die de aan den voet van het gebergte Plakos in het klein-Aziatisch landschap
Mysië gelegen stad Thebe bewoonde, doch op éénen
dag met zijne zeven zonen door Achilleus gedood werd. Hare moeder, die
voor een groot losgeld uit de krijgsgevangenschap was losgekocht, kwam
weldra om door de nooit missende pijlen van Artemis.
Andromache is de schoonste en edelste der vrouwenfiguren, die ons door
Homeros worden geteekend. Haar afscheid van Hektor en hare weeklacht
bij zijnen dood en bij den terugkeer van Priamos met het lijk, dat Achilleus
hem had uitgeleverd, behooren tot de treffendste gedeelten der Ilias.
Nadat Hektor door Achilleus gedood, Troje ingenomen en haar zoon Astyanax
of Skamandrios van eenen toren nedergestort was, werd zij als gevangene
naar Thessalië medegevoerd door Pyrrhos of Neoptolemos, den zoon
van Achilleus, wien zij drie zonen Molossos, Pielos en Pergamos schonk.
Toen Pyrrhos later in Delphoi vermoord werd beval hij stervende dat
Helenos, de zoon van Priamos, die hem ook als krijgsgevangene naar Griekenland
gevolgd was, haar zou huwen. -
Volgens eene andere legende beval Thetis, de moeder van Achilleus den
ouden Peleus om dit huwelijk te doen sluiten, terwijl zij er de troostvolle
voorspelling bijvoegde, dat Molossos, de zoon van Neoptolemos en Andromache
den roem van het geslacht der Aiakiden zou in stand houden door het
rijk Molossia te stichten. Helenos aanvaardde te gelijk met de hand
van Andromache de regeering, als voogd over de kinderen, die zij bij
Neoptolemos had. Het was in dezen tijd, dat zij volgens den Romeinschen
dichter Vergilius, door Aeneas bezocht werden. Met een harer zonen bij
Pyrrhos, Pergamos, trok zij na den dood van Helenos naar klein-Azië,
en kreeg in de door haren zoon gestichte en naar zijnen naam genoemde
stad later een heiligdom.
Telephos (Telephus)
De zoon van Herakles en Auge. Kort na zijne geboorte werd hij te vondeling
gelegd, doch door herders gevonden en opgevoed. Toen hij volwassen was
geworden, deed hij bij het delphische orakel onderzoek naar zijne afkomst
en kreeg bevel om naar Mysië tot koning Teuthras te reizen. Daar
vond hij zijne moeder weder, en volgde later Teuthras in de regeering
op. (Zie Auge.) Toen de Grieken op hunnen tocht naar Troje bij vergissing
in Mysië landden, dreef hij hen terug, doch werd zelf door Achilleus
gewond, daar Dionysos hem over eenen wijnstok struikelen deed. Deze
verwonding had ten gevolge, dat de Grieken vernamen wie hij was, en
wegens zijne grieksche afkomst hem uitnoodigden mede tegen Troje optetrekken.
Hij weigerde aan dit verzoek te voldoen, daar hij gehuwd was met eene
dochter [??; zuster; Kox] van koning Priamos, met name Astyoche, volgens
sommigen echter Laodike geheeten. (Zie echter Laodike.) -
Zijne wonde wilde niet genezen, en daarom raadpleegde Telephos op nieuw
het orakel, hetwelk hem antwoordde, dat alleen degeen, die de wond geslagen
had, haar ook weder kon heelen. Hij ging daarop tot Agamemnon, die intusschen
na den mislukten inval in Mysië naar Griekenland was teruggekeerd,
en ging op raad van diens gade Klytaimnestra met haren kleinen zoon
Orestes in de armen bij den haard als smeekeling zitten. Agamemnon herkende
in hem, hoewel hij als bedelaar verkleed was, den overwinnaar der Grieken.
Daar hij zelf intusschen een orakel gekregen had, dat de Grieken zonder
de hulp van Telephos niet naar Troje zouden kunnen komen, beloofde hij
hem zijne hulp, en door toedoen van Agamemnon stemde Achilleus er in
toe Telephos te genezen. Hij schraapte roest van zijne lans in de wonde
en deze genas terstond. Uit dankbaarheid hiervoor wees nu Telephos aan
de Grieken den weg naar Troje. -
Hij werd te Pergamon en ook in het bosch op het Parthenion-gebergte
in Arkadië, waar hij te vondeling gelegd was, als heros vereerd.

Herakles met baby Telephos in zijn armen. Marmer,
Romeinse kopie naar een Grieks origineel van de 4e eeuw voor Chr. Gevonden
in de 16e eeuw in Campo de' Fiori in Rome. (Museo Chiaramonti)
Auge
Was de dochter van Aleos, den koning van Tegea in Arkadië en Neaira.
Een orakel had aan Aleos voorspeld, dat zijne zonen door dengene, die
uit haar gesproten was, zouden gedood worden. Daarom maakte hij haar
tot priesteres van Athena en dreigde haar te zullen dooden, zoo ze zich
met eenen man verbond. Herakles echter kwam op zijnen tocht tegen Augeias
bij Aleos, werd door dezen in den tempel van Athena ontvangen, en beschonken
geworden zijnde verbond hij zich met Auge, die dientengevolge zwanger
werd. Toen Aleos hare zwangerschap bemerkte, gaf hij haar over aan Nauplios,
met last om haar in zee te werpen; deze liet zich echter door hare schoonheid
roeren en geleidde haar naar den koning Teuthras van Mysië, die
het verlaten meisje als zijn eigen kind aannam. Volgens sommige verhalen
baarde zij onder weg haren zoon en werd deze met haar naar Mysië
gevoerd, volgens andere had zij hem reeds in den tempel gebaard en verborgen
en was het kind, toen het daar gevonden werd, op last van Aleos op het
gebergte Parthenion te vondeling gelegd, waar het eerst door eene hinde
gezoogd en later door herders gevonden werd, die het met zich namen
om het optevoeden. Ook omtrent de ontvangst bij koning Teuthras zijn
de overleveringen verschillend. Sommigen nemen aan, dat hij haar als
kind aannam; anderen, dat hij haar tot zijne vrouw maakte. Dit laatste
is evenwel niet te rijmen met het vervolg der legende, dat aldus luidt:
Nadat Telephos, zoo was het kind door de herders genoemd, volwassen
was, vertrok hij om zijne moeder optezoeken. De godspraak van Delphoi
zeide hem, dat hij haar in Mysië vinden kon. Teuthras was bij de
aankomst van den jongeling in een zwaren oorlog gewikkeld; deze hielp
hem de vijanden verslaan, waarvoor de geredde vorst den overwinnaar
tot erfgenaam van zijn rijk benoemde en hem met de hand zijner pleegdochter,
die hij als zijn eigen kind beschouwde, wilde beloonen.
Zoo geraakte Telephos in gevaar om onwetend zijne eigene moeder te huwen;
gelukkig echter verzette zich Auge met zooveel standvastigheid tegen
deze verbindtenis, dat zij zelfs naar een zwaard greep, om haren bruidegom,
die zich in den huwelijksnacht niet wilde laten afwijzen, met geweld
van zich aftehouden, of hem te dooden. Terwijl zij met elkander worstelden,
kwam plotseling een vreeselijke draak in het vertrek, door de goden
gezonden, en plaatste zich tusschen hen. Auge verschrikte zoo zeer over
het monster, dat zij het zwaard liet vallen, hetwelk nu door den toornigen
bruidegom werd gegrepen en waarmede hij de bruid wilde dooden. Thans
riep Auge met luider stemme tot haren geliefden Herakles, dien ze nooit
had kunnen vergeten en om wiens wil zij zich met geenen anderen man
had willen verbinden, om hulp, en aan dezen angstkreet herkende de zoon
plotseling de door hem gezochte moeder, en voerde haar met zich naar
hun vaderland terug. -
Oorspronkelijk was Auge, d. i. "de lichte", "de stralende",
de moeder van Telephos, d. i. "den ver schitterende" geheel
dezelfde als Athena Alea, die te Tegea vereerd werd, maar toen het met
de voorstellingen van eenen lateren tijd niet overeenkwam, dat Athena
als moeder gedacht werd, scheidde men Auge als eene afzonderlijke persoonlijkheid
van haar af, evenals dit b. v. geschied is met Artemis en Kallisto.
Bronnen
1. Wikipedia
2. De foto's komen van:
a. http://www.pbase.com/dosseman/bergama_turkey
b. of zijn gevonden via Google.
3. Tevhit Kekeç: Pergamon (© Hitit Color. Istanbul 1999)
4. www.livius.org (© Jona Lendering)
Zie ook:
5. http://www.koxkollum.nl/video/beelden.htm (Videomateriaal van Bergama)
6. http://pbase.com/dosseman/root (Veel prachtige foto's van Turkije)
Ephesus

De poort van Mazeus en Mithridates

De bibliotheek van Celsus
|