T : terambos - thanatos

terambos (terambus)

Een zoon van Euseiros, een kleinzoon van Poseidon en Eidothea, eene Nymph van den Othrys. Op dat gebergte bleef Terambos wonen. Hij weidde daar zijne kudden en beoefende er de muziek. Doch hij bejegende steeds de Nymphen met smaad. Daarom werden zijne kudden door de koude gedood en hij zelf in eenen kever (vliegend hert, lucanus cervus) veranderd, welks hoornen de gedaante hebben eener lier.

lucanus cervus

tereus

Zie Prokne.

termeros (termerus)

Een roover in ThessaliŽ, die de gewoonte had om als een bok te stooten en ieder, dien hij ontmoette, zůůlang met zijn sterk voorhoofd aantevallen, dat de hersenpan in stuk sprong. Herakles echter had eenen nog harderen schedel en stootte daarmede Termeros dood.

terminus

De god der grenzen, wien reeds door den Sabijnschen koning Titus Tatius op het latere Kapitool een tempel gesticht werd. Numa Pompilius stelde ter zijner eere een feest in, de Terminalia, dat op den 25sten Februari (oudtijds den laatsten dag, de grens van het jaar) gevierd werd. Toen door Tarquinius Priscus het plan werd opgevat voor Iupiter eenen prachtigen tempel op het Kapitool te bouwen, en de wegruiming van verschillende heiligdommen noodig was, weigerden de goden hunne toestemming tot de verplaatsing van het beeld van Terminus te geven en bevalen in den nieuwen tempel eene opening in het dak te maken, omdat de god steeds onder den vrijen hemel moest staan. De oudste beelden van den god, schijnen niets anders geweest te zijn dan vierkante steenen, zooals men die voor grenssteenen gebruikte. Later hadden de beelden van Terminus den vorm van Hermen. (Zie Hermes.) Onder zijne bescherming stonden de grenssteenen, wier heiligheid in de oudste tijden bij de Romeinen in zeer hoog aanzien stond. Ieder, die eenen grenssteen omverploegde, was met zijn juk ossen vervloekt en mocht vrij gedood worden. Eerst later werd tegen dit vergrijp eene geldboete bedreigd. De Terminalia werden gevierd door een offer van staatswege op het Kapitool, maar ook door verschillende offers, die de buren met elkander brachten en met een gezellig huiselijk feest, dat in de nabijheid van den grenssteen gehouden werd, verbonden. Ook de plaatsing van eenen nieuwen grenssteen ging met offers ter eere van Terminus gepaard. -
Later werd Terminus een bijnaam van den koning des hemels, en Iupiter Terminus of Terminalis werd dan afgebeeld als een man met dik hoofdhaar en eenen zwaren baard.

terpsichore xxxxxx

Eene der negen Muzen. Haar naam beduidt "de zich in den dans verheugende". Zij is de Muze der danskunst en wordt gewoonlijk voorgesteld in eene dansende houding. In de ťťne hand houdt zij eene lier, in de andere een plektron, d. i. een staafje om de lier te tokkelen. Somtijds heet zij de gezellin van Dionysos, vooral waar er sprake is van diens nachtelijke, opgewonden feesten.

terra

Een minder gewone naam om de Aarde als eene personificatie aanteduiden. Meestal werd zij Tellus genoemd. Zie aldaar.

tethys

De dochter van Uranos en Gaia, dus behoorende tot het geslacht der Titanen. Zij was gehuwd met haren broeder Okeanos. Uit dit huwelijk sproten al de rivieren der aarde en de 3000 Okeaniden. Zij werd beschouwd als de verhevenste godin der zee en als de stammoeder aller goden, omdat zij eene personificatie is der vochtigheid, doe alles voedt.

teukros (teucer)

(1) De zoon van Skamandros en Idaia, de oudste koning in Troas, naar wien de Trojanen TeukriŽrs genoemd werden. Zijne dochter Bateia huwde met Dardanos. (Zie aldaar.)
(2) De zoon van
Telamon en Hesione. Hij trok met zijnen halfbroeder Aias tegen Troje op en onderscheidde zich daar vooral als een voortreffelijk boogschutter. Dertig Trojaansche helden vielen door zijne pijlen. Toen Aias zich uit ergernis over de geringschatting, waarmede hij door Odysseus, Agamemnon en Menelaos behandeld werd, van het leven had beroofd, keerde Teukros naar Salamis tot zijnen vader terug, doch deze wilde hem niet opnemen, daar hij zijnen broeder niet gewroken had. Teukros trok toen naar het eiland Kypros, en stichtte daar eene stad, die hij ter herinnering aan zijn geboorteland Salamis noemde.

teutamias / teutamidas

De koning van Larissa, tot wien Akrisios vluchtte uit vrees voor het orakel, hetwelk hem voorspeld had, dat hij door zijnen kleinzoon zou gedood worden. Maar aan de lijkspelen, die Teutamias ter eere van zijnen vader gaf, nam ook Perseus, de kleinzoon van Akrisios, deel en doodde daarbij zijnen grootvader zonder het te willen.

teutamos (teutamus)

Een koning van AssyriŽ, de twintigste na Ninyas, den zoon van Semiramis. Tijdens zijne regeering brak de trojaansche oorlog uit, en hij zond aan koning Priamos als hulptroepen 10000 AithiopiŽrs, 10000 Susianers en 200 strijdwagens, onder het opperbevel van Memnon.

teuthras

(1) Een koning van MysiŽ, naar wien dat land TeuthraniŽ genoemd werd. Bij hem vond Auge eene gastvrije ontvangst. Zie Auge en Teleutas.
(2) Een der makkers van
Aeneas in den oorlog tegen de RutuliŽrs.

thalassa

Eene personificatie der zee, vooral der middellandsche zee. Zij heette de dochter van Aither en HÍmera.

thaleia (thalia) xxxxxxx

(1) Eene der negen Muzen. Haar naam beduidt "de bloeiende feestvreugde". Zij is de Muze van de komedie en is kenbaar aan een komisch masker; Ťn als dienares, Ťn als volgelinge van Dionysos draagt zij doorgaans eenen klimopkrans op het hoofd en eenen krommen thyrsosstaf, of ook wel een tamboerijn in de hand. Meermalen wordt zij de moeder genoemd der luidruchtige Korybanten (Zie aldaar.), die Apollo bij haar zoude verwekt hebben.
(2) Eene der
Chariten (Zie aldaar.), eene personificatie van het bloeiende geluk, aan welke dikwijls bij feestmalen de eerste beker werd gewijd.
(3) Eene Nymph, die in de nabijheid van den Aetna woonde en bij
Zeus de moeder werd der Paliken. Zie Palikoi.

thallo

Eene der beide Horen, die door de Atheners vereerd werden. Haar naam beduidt "de bloeiende", en zij werd dan ook gehuldigd als de Hore van den bloei. (Zie Horen.) De jongelingen riepen haar aan, wanneer zij hunnen eed van trouw aan den staat aflegden, om zegen voor hun verder leven aftesmeeken.

thamyris

Een zoon van Philammon en de Nymph Argiope of de Muze Erato. (Zie Philammon.) Hij muntte uit door zijne schoonheid en door zijne bedrevenheid in het zingen, doch toen hij bij de Pythische spelen verscheidene malen de overwinning behaald had, werd hij zoo trotsch, dat hij eenen wedstrijd met de Muzen durfde aangaan. Als voorwaarde stelde hij, dat, zoo hij overwinnaar bleef, hij hare hoogste gunst zou genieten; werd hij daarentegen overwonnen, dan was hij aan hare willekeur overgeleverd. Te Dorion in MesseniŽ kon men de plaats wijzen, waar de wedstrijd gehouden werd. Thamyris moest voor de Muzen onderdoen, en deze beroofden hem van het gezicht en van de gave van het gezang. -
De beeldende kunst stelde hem soms voor met eene gebroken lier, of als smeekeling zijne handen tot de Muzen opheffende.

thanatos (thanatus)

Eene personificatie van den Dood, de eenige god, die alles haat, zelfs de goden, en ook de eenige god, die geene geschenken aanneemt en geen altaar heeft. Als priester der onderwereld komt hij tot de stervenden en snijdt hun eene haarlok af. Hij heeft zwarte vleugels en een zwart gewaad. Herakles worstelde met hem om Alkestis, de gade van Admetos, uit zijne handen te bevrijden en overwon hem. (Zie Admetos.) Thanatos is eigenlijk een deel van het wezen van Hades, waaraan men eerst later eene afzonderlijke persoonlijkheid heeft toegekend. -
Later werd hij de tweelingbroeder van
Hypnos (de Slaap) genoemd, en vatte men dus zijn wezen veel zachter op. Beiden worden dan voorgesteld als krachtige jongelingen. Thanatos houdt meestal in zijne hand eene fakkel, die hij uitbluscht; soms is hij ook een kind, dat vleugels draagt als die eener kapel, welke doelen op de onsterfelijkheid van de ziel.

Antoine Watteau : De Dood