L : labdakiden - laomedon

labdakiden (labdaciden)

Afstammelingen van Labdakos. Zie aldaar.

labdakos (labdacus)

Gesproten uit het geslacht van Kadmos. Hij was een zoon van Polydoros en NykteÔs, eene dochter van Nykteus. Toen zijn vader stierf, was Labdakos nog zeer jong; hij kwam onder de voogdij van Nykteus, en naderhand van diens broer Lykos. Deze gaf de regeering aan Labdakos over, toen hij volwassen was geworden, doch werd na diens dood wederom voogd over den jeugdigen zoon van Labdakos, Laios, die later de vader werd van Oidipus. - Eene andere mythe verhaalt, dat Lykos zich tijdens de minderjarigheid van Labdakos van de regeering meester maakte, en dat eerst, toen hij na eene regeering van twintig jaren door Amphion en Zethos was gedood, de troon weder aan den rechtmatigen erfgenaam kwam.

lacedaemon

Zie Lakedaimon.

lachesis

D. i. "die het lot uitdeelt", eene der Moiren. Zie Moiren.

lacinia

Een bijnaam van Iuno, dien zij droeg naar eenen tempel in zuid-ItaliŽ, in de nabijheid van Kroton gelegen, volgens den dichter Vergilius ook in de nabijheid van de Charybdis. Zie Iuno (...)

lactans, lacturcia, lacturnus

Landelijke godheden van ItaliŽ, die het nog jonge koren, waarin het melksap nog niet tot vaste zelfstandigheid geworden is, bewaakten.

ladon

De draak, die de appels der Hesperiden bewaakte.

laelaps

Zie Lailaps.

laŽrtes

Een zoon van Arkesios en Chalkomedusa, de echtgenoot van Antikleia, die hem Odysseus en Ktimene baarde. (Volgens anderen was niet hij, maar Sisyphos de vader van Odysseus.) Hij nam deel aan de Kalydonische jacht en aan den Argonautentocht. In zijne jeugd had hij Nerikos, eene stad op de kust van het eiland Kephallenia veroverd. Toen zijn zoon uit Troje terugkeerde, leefde LaŽrtes op het land en hield zich daar bezig met tuin- en wijnbouw, door eene oude slavin bediend. Maar nadat Telemachos vertrokken was, om zijnen vader te zoeken, liet hij uit smart ook deze bezigheden varen. Na den moord der vrijers bezocht Odysseus hem, en bracht hem in zijn huis terug, en Athena maakte hem weder jong, zoodat hij zelfs nog mede kon strijden tegen de inwoners van Ithaka, die tegen Odysseus oprukten. Zie Odysseus.

laestrygones

Zie Laistrygones.

laetitia

Eene personificatie der vreugde. Zij wordt afgebeeld als een lachend meisje met eenen krans, eene offerschaal, om hare dankbaarheid voor genoten vreugde uittedrukken en een roer.

lailaps (laelaps)

De hond van Kephalos. Zie Kephalos en Amphitryon.

laios (laius)

(1) De zoon van Labdakos, de vader van Oidipus. Nadat zijn voogd Lykos door Amphion en Zethos verdreven of gedood was, moest Laios naar de Peloponnesos tot Pelops vluchten. Maar toen ook Amphion en Zethos om het leven gekomen waren, kreeg hij de troon van Thebe terug, huwde Iokaste of Epikaste, en kreeg bij haar eenen zoon, met name Oidipus, door wien hij later gedood werd. (Zie Oidipus.) Hij werd door Damasistratos, den koning van Plataiai, begraven.
(2) Zie
Aigolios.

laistrygones (laestrygones)

Een ruw, menschenetend volk, dat men zich waarschijnlijk voorstelde te wonen op de noordwestkust van SiciliŽ. Odysseus kwam daar en verloor er de meeste zijner schepen en een groot aantal zijner makkers. Zie Artakia en Antiphates.

lakedaimon (lacedaemon)

Een zoon van Zeus en de Pleiade Taygete. Hij huwde met Sparta, de dochter van Eurotas, die hem ťťnen zoon schonk, Amyklas en twee dochters, Eurydike (de moeder van DanaŽ) en Asine. Hij gaf het land zijnen eigenen naam en aan de hoofdstad dien zijner gade. Hij bouwde eenen tempel der Chariten tusschen Sparta en Amyklai.

lamia

(1) Eene dochter van Poseidon, die bij Zeus de moeder werd der eerste Sibylle Herophile, de Sibylle der DelphiŽrs.
(2) Een wezen, dat men als schrikbeeld gebruikte, om kinderen bang te maken. Volgens de mythe was zij eene libysche koningin, om hare schoonheid door
Zeus bemind. Uit jaloezie werd zij door Hera van al hare kinderen beroofd, en tengevolge daarvan tot vertwijfeling vervallen, roofde zij de kinderen van anderen en doodde ze. Door hare wreedheid verloor zij nu hare vroegere schoonheid; hare trekken drukten voortaan dierlijke woestheid uit. Van Zeus kreeg zij de gave, om naar willekeur hare oogen uit haar hoofd te nemen en ze er weder in te plaatsen. Sommige dichters noemden ťťne dochter van Lamia, die het leven had behouden, namelijk Skylla. - Later verstond men onder Lamiae schoone wezens van eene spookachtige natuur, die door allerlei bedriegelijke middelen kinderen en vooral schoone jongelingen tot zich lokten, hun het bloed uitzogen en hun vleesch aten.

lampetiŽ

De dochter van Helios en van de nymph Neaira. Met hare zuster PhaŽthusa weidde zij de kudden van haren vader op het eiland Thrinakria. Toen de makkers van Odysseus, niettegenstaande alle waarschuwingen, die zij ontvangen hadden, eenige daarvan slachtten, ging Lampetie dadelijk naar haren vader, om bij dezen te klagen over hetgeen er gebeurd was.

lampos (lampus)

Een van de paarden, die voor den wagen van Eos gespannen waren. Zie Eos.

laokoŲn (laocoŲn)

Een priester van Apollo in Troje. Hij moest, toen de Grieken in schijn Troje verlaten hadden en de priester van Poseidon omgekomen was, den zeegod een offer [te] brengen. Hij was het, die voornamelijk den raad gaf het door de Grieken achtergelaten houten paard te verbranden; hij wierp zelfs zijne speer daartegen. Toen nu de priester met behulp zijner beide zonen de offerplechtigheid wilde verrichten, kwamen er plotseling van den kant van het eiland Tenedos twee monsterachtig groote slangen, hetzij door Athena gezonden, die beleedigd was door dien speerworp, hetzij door Apollo, die vertoornd was op zijnen priester, omdat deze tegen zijn verbod gehuwd was. Zij slingerden zich om LaokoŲn en zijne zonen en wurgden hen. Toen kropen zij naar den tempel van Athena en verborgen zich onder het schild der godin. - In het jaar 1506 werd te Rome op den esquilijnschen heuvel de beroemde beeldengroep gevonden, die LaokoŲn en zijne zonen in hunnen doodstrijd voorstelt, en sedert in het Vaticaansche museum bewonderd wordt. Zij is door drie kunstenaars uit het eiland Rhodos, met name Agesandros, Polydoros en Athenodoros, die omstreeks het begin van den Romeinschen keizertijd schijnen geleefd te hebben, vervaardigd.

laodamas

(1) De zoon van Eteokles en dus de kleinzoon van Oidipus. Nadat zijn vader en diens broeder Polyneikes elkander hadden gedood, kwam hij onder de voogdij van Kreon. Toen hij later, volwassen geworden, de regeering aanvaard had en de Epigonen tegen Thebe optrokken, leverde hij hun slag en doodde hunnen aanvoerder Aigialeus, den zoon van Adrastos; hij zelf sneuvelde echter door de hand van Alkmaion. Volgens eene andere mythe vluchtte hij na de nederlaag te hebben geleden met het overschot van zijn leger naar de EncheleŽrs in IllyriŽ.
(2) De lievelingszoon van
AlkinoŲs, den koning der Phaiaken en Arete. Hij muntte uit in het vuistgevecht, het dansen en het balspel en was bekend als de schoonste jongeling van geheel zijn volk.

laodameia (laodamia)

(1) De dochter van Bellerophon. Zij won de liefde van Zeus en werd bij hem de moeder van Sarpedon. Artemis doodde haar plotseling terwijl zij aan het weefgetouw zat.
(2) De dochter van
Akastos, de gade van Protesilaos. Deze had haar gehuwd, kort vůůr hij naar Troje trok. Hij was de eerste, die daar viel. Toen Laodameia de tijding van zijnen dood ontving, smeekte zij de goden nog drie uren met hem te mogen samenzijn en te mogen spreken. Dit werd toegestaan. Hermes voerde Protesilaos naar de bovenwereld terug, en toen hij ten tweedemale stierf, volgde zijne gade hem in den dood. - Eene latere mythe verhaalde, dat zij na den dood van haren gemaal een beeld van hem vervaardigen liet en daaraan goddelijke eer bewees. Haar vader Akastos gaf bevel dat beeld te verbranden en toen wierp Laodameia zich in de vlammen, die het verteerden.

laodike (laodice)

(1) De dochter van Phoroneus, de moeder van Niobe en Apis.
(2) Eene dochter van
Priamos en Hekabe. Toen Diomedes en Akamas, de zoon van Theseus als gezanten der Grieken in Troje kwamen, won deze laatste de liefde van Laodike. Zij baarde hem eenen zoon Munitos. Toen deze later ten gevolge eener slangenbeet stierf, stortte zij zich in hare smart van eene hoogte, of wel zij werd door de aarde verslonden. - Volgens Homeros was zij de gade van Helikaon, den zoon van Antenor.

laodokos (laodocus)

(1) De dappere zoon van Antenor, even beroemd in het gevecht, als zijn vader in den raad. Athena nam zijne gestalte aan, om Pandaros te verleiden, dat hij eenen pijl op Menelaos zoude afschieten en zoodoende het verdrag der Grieken en Trojanen verbreken.
(2) Een der deelnemers aan den tocht der
zeven tegen Thebe. Bij de lijkspelen ter eere van Archemoros (Zie aldaar.) gevierd, behaalde hij den prijs in het speerwerpen.

laomedon

De zoon van Ilos, de voorlaatste koning van Troje, onder wiens regeering de stad door Herakles werd verwoest. Hij was gehuwd met Strymo, de dochter van den riviergod Skamandros, die hem vele zonen en dochters baarde. Bij den bouw der muren van Troje, dien hij ondernam, moesten Apollo en Poseidon, die zich aan verzet en opstand tegen Zeus hadden schuldig gemaakt, hem voor loon dienen. Toen het werk voltooid was, weigerde de koning echter hun het bedongen loon uittebetalen. Volgens eene latere sage riepen de goden bij het bouwen ook de hulp van Aiakos in, en waar deze gebouwd had, daar kon de muur door storm genomen worden. Sommige mythen verhalen ook, dat de beide goden niet uit dwang Laomedon hielpen, maar vrijwillig gekomen waren, om hem te beproeven. - Tot straf voor de trouweloosheid des konings zond nu Poseidon een monster, dat het land verwoestte. Volgens eene uitspraak van het orakel moest van tijd tot tijd aan dat monster eene jonkvrouw geofferd worden. Het lot wees daartoe ook Hesione, de dochter des konings, aan. Juist kwam Herakles te Troje, toen hij van zijnen tocht tegen de Amazonen terugkeerde. Hij beloofde de jonkvrouw te redden, zoo Laomedon hem de paarden gaf, die Tros eens van Zeus gekregen had ter vergoeding van den door dezen geroofden Ganymedes. De koning nam hiermede genoegen, doch weigerde de paarden te geven, toen Herakles het monster gedood en Hesione gered had. Daarop trok de held met zes schepen ten strijde tegen Troje, veroverde het met behulp van zijnen vriend Telamon en doodde Laomedon en al zijne zonen met uitzondering van Podarkes, die door Hesione voor haren sluier werd vrijgekocht. - Bij de skaiische poort lag, naar men beweerde, het graf van Laomedon en aan dit graf knoopte zich het geloof, dat zoolang het ongedeerd bleef, ook Troje veilig zou zijn.