L : laphystios - larunda

laphystios (laphystius)

(1) Een bijnaam van Zeus, die hem voorstelt als den somberen god der stormen en des winters. Hij werd op het koude en hooge gebergte Laphystion in BoiotiŽ vereerd. Dezen somberen god bracht men menschenoffers. Vandaar, dat zijn bijnaam ook wel verklaard werd als de "vraatzuchtige". Nog eene andere verklaring meent in dezen Zeus Laphystios een god te zien, die de vluchtelingen beschermt.
(2) Een bijnaam van
Dionysos, die ook zoo geheeten werdd naar het gebergte Laphystion nabij Orchomenos in BoiotiŽ, waar zijne luidruchtige feesten, de AgrioniŽn, werden gevierd. Zie Dionysos.

lapithai (lapithae)

Kentaur en Lapith : metoop van het Parthenon

Een ruw bergvolk in ThessaliŽ, dat om den Ossa en den Peneios woonde. Hun mythische stamvader was Lapithes, een zoon van Apollo en Stilbe. Hun beroemdste koning was PeirithoŲs, een zoon van Ixion en dus een halfbroeder der Kentauren. Deze laatste verlangden hun erfgoed, en toen hun dit geweigerd werd, barstte er een oorlog los, die evenwel spoedig door eenen vrede geŽindigd werd. Op de bruiloft van PeirithoŲs echter met Hippodameia barstte de krijg, aangestookt door Ares, die de Kentauren vervuld had met eene onrechtmatige begeerte naar de schoone bruid en de overige vrouwen, op nieuw los. De Kentauren werden door de Lapithen ten ťťnenmale verslagen en uitgeroeid. Later evenwel werden zij zelven overwonnen door Herakles. Zie Herakles.

lara / larunda

Naar het schijnt eene oud-italische godheid des doods, die haren zetel heeft in de diepte der aarde. Haar eeredienst werd door den Sabijnschen koning Titus Tatius in Rome ingevoerd. Zij werd vereerd als de moeder der Laren (Zie aldaar.) en als de "stomme" en "zwijgende" godin, als Dea Muta of Tacita door bijgeloovige vrouwen en meisjes aangeroepen op het doodenfeest der Feralia. De mythe noemde haar eene bronnymph uit het Tiberdal, haar oorspronkelijke naam was Lala. Toen Iupiter liefde had opgevat voor Iuturna en deze vervolgde, waarschuwde Lara niet alleen de schoone nymph, ofschoon Iupiter en haar eigen vader haar dit verboden hadden, maar zij ging zelfs naar Iuno om aan deze bericht te brengen van de ontrouw van haren gemaal. Tot straf hiervoor ontnam haar Iupiter het vermogen om te spreken en liet haar door Mercurius naar de Manes voeren, waar voortaan hare verblijfplaats zou zijn. Doch Mercurius vatte liefde voor haar op en werd bij haar de moeder der Lares Compitales. Zie Lares.

lares

Het woord Lar is van Etrurischen oorsprong en beteekent "vorst", "heer". Meestal werden de Lares, die de Romeinen vereerden, gehouden voor de verheerlijkte geesten hunner voorvaderen; toch was de kring, waarover zij hunne werkzaamheid uitstrekten, te uitgebreid, dan dat men niet ook met dien naam wezens met eene oorspronkelijk goddelijke natuur zou bedoeld hebben. In het volksgeloof waren zij beschermgeesten der wegen en straten, der huizen en ook van den staat. In lateren tijd, toen men de geesten van allerlei soort door elkander begon te mengen en alleen het onderscheid tusschen goede en kwade geesten bleef bestaan, nam men aan, dat de zielen der goede menschen na hunnen dood Lares, die der slechte Larvae of Lemures werden. -
Het geloof aan deze Lares is op het land ontstaan, waar zij beschouwd werden als zegen aanbrengende beschermgeesten der velden, wijnbergen, wegen, kortom van het landelijk verkeer. In het huis zelf werden zij vereerd als Lares familiares, onder wie ťťn enkele de Lar familiaris, de eigenlijke beschermgeest der familie is. Koning Servius Tullius heette een zoon te zijn van zulk eenen Lar familiaris. Daarom stichtte hij in de stad het feest der Lares compitales. (Zie beneden.) -
De Lar familiaris draagt ook wel den naam van Lar Pater en hij heeft betrekking op al het lief en leed, dat het huisgezin en het geslacht treft. Elke gebeurtenis, die eenigen invloed op het familieleven uitoefent, wordt de aanleiding tot een gebed, tot eene verheerlijking, tot een offer bij het altaar van den Lar. Dat altaar was de huiselijke haard. Vooral op het land bleef de voorzaal van het huis, het atrium, lang de plaats, waar men zich aan den gemeenschappelijken disch vereenigde. Bij den haard in dat vertrek stonden de beelden der Laren, eenvoudige, uit hout gesneden beelden. Het was de taak der huisvrouw om voor die beelden te zorgen en ze des avonds, eer zij zich ter ruste begaf, te reinigen. Op de Kalendae, de Nonae en de Idus (den 1sten, 5den of 7den en 13den of 15den dag) van iedere maand moest zij den Lar familiaris een offer brengen naar haar vermogen en tot hem bidden. -
Vooral de Kalendae der maand Mei waren hun geheiligd. Die dag droeg den naam van Lararia. Dan werd hun een feest gevierd, waarbij evenwel de tusschenkomst van eenen priester overbodig was. -
Bij elk feest in de familie werden de beelden der Laren met eenen krans versierd, meestal zoo groot en zwaar, dat de kleine beelden der Laren geheelenal onder bloemen en bladen waren verborgen. Bij iederen maaltijd kregen zij ook een offer van spijs en drank; onder eerbiedig zwijgen werd dit in daartoe bestemde schoteltjes (patellae) op den haard gezet en in het vuur geworpen, nadat de eerste schotel genuttigd was. Dan sprak men de woorden: "Dii propitii!" (ongeveer: "mogen de goden den maaltijd zegenen!") en gebruikte de verdere gerechten. -
De beelden der Laren werden op het land bij elke feestelijke gelegenheid met was geboend; in de stad werden zij reeds spoedig van gebakken aarde, van steen of van metaal vervaardigd. Zij stelden hen voor met opgegorde toga's en hoornen, schalen of kannen in de hand. -
Naast de Lares familiares zijn de Lares compitales of viales publici de belangrijkste, zoowel op het land als in de stad. Men zou ze Lares publici kunnen noemen in tegenoverstelling van de Lares familiares als Lares privati. "Compitum" is het punt, waar verschillende wegen samenkomen, en ook het gebouw, dat op zulk een druk punt van verkeer is opgericht, waaraan meestal verschillende kapellen verbonden waren. Daar pleegden degenen, die in de nabijheid van zulk een punt woonden, bijťťntekomen, om te spreken over hunne gemeenschappelijke aangelegenheden, en om gemeenschappelijke volksfeesten te vieren, vooral op het land. Daar hadden dan ook de Laren, die beschermgeesten waren der gansche buurt, hun heiligdom; in de stad was die kapel der Laren zůůzeer het eigendom der buurt, waartoe zij behoorde, dat de jonge vrouw, als zij het eerst de woning van haren man betrad, zich door een schijnkoop deel moest verwerven aan den dienst niet alleen der Lares familiares harer nieuwe woning, maar ook van de Lares compitales, der buurt, waarin voortaan hare verblijfplaats zou zijn. Deze Lares compitales waren, althans in de stad, d. i. Rome, altijd twee in getal, twee broeders, zonen van
Mercurius en Lara. (Zie Lara.) Hun eeredienst werd geregeld bij de verdeeling der stad in wijken door Servius Tullius. Jaarlijks moest hun in iedere wijk een offer gebracht worden, waartoe ieder huis der wijk een offerkoek moest opbrengen. Zij, die uit naam der buurt het offer brachten, moesten daarin bijgestaan worden niet door vrije mannen, maar door slaven, eene instelling, die bestemd was om het bewustzijn levendig te houden, dat ook de slaven tot het huisgezin behoorden. Dat feest, de Compitalia genaamd, viel in kort na de Saturnalia (Zie aldaar.), doch niet in ieder jaar op dezelfde vaste dagen. Onder de gebruiken, daarbij inachtgenomen, waren er sommige, die aan de vroegere menschenoffers herinnerden. In den nacht werden poppen van wol op de kruiswegen en aan de huisdeuren opgehangen en in huis werden bollen van papaver en knoflook verbrand, opdat deze zouden gelden voor de lichamen en de hoofden der huisgenooten, waarbij men dan verhaalde, dat de booze Tarquinius eens werkelijk kinderen als offer voor de Lares en hunne moeder (in deze legende Mania geheeten) had geŽischt, maar de goede Brutus in de plaats daarvan een zachter gebruik had ingevoerd. Ook zoenoffers en andere offers tot aandenken aan de gestorvenen werden bij gelegenheid van dit feest op de kruiswegen gebracht. Maar bovendien hadden er allerlei volksvermakelijkheden plaats, waarbij vuistvechters, tooneelspelers en zwaardvechters hunne kunsten ten beste gaven. Deze volksvermakelijkheden stonden in hoog aanzien en in hooge gunst; vandaar dat de rijkere burgers dikwijls de kosten daarvan geheel of gedeeltelijk op zich namen, om zich de gunst der geringere standen te verwerven. In de laatste tijden der republiek ontstonden er zelfs collegia compitalicia, dat wil zeggen: vereenigingen, die de regeling dezer spelen (ludi compitalicii) opzichnamen. Zij ontvingen daarvoor van de volksleiders ruime ondersteuning, waartegen zij bij elk straatrumoer of bij elke oproerige beweging tot wederdienst bereid waren. Zoo kwam deze dienst in oneer. Augustus herstelde hem echter. Hij verbood alle staatkundige vereenigingen en maakte daardoor ook een einde aan het misbruik, dat van de Compitalia gemaakt werd. Hij gaf voorschriften omtrent het op gezette tijden bekransen van de beelden der Lares compitales en maakte de wijkmeesters, die hij aanstelde, verantwoordelijk voor de geregelde viering der Compitalia. Maar bovendien voegde hij bij de twee Lares Compitales een beeld van den Genius Augusti, d. i. de personificatie van zijn eigen geest (Zie Genii.), die na zijnen dood tot god verheven werd. Zoo moest het Romeinsche volk niet alleen in Rome zelf, maar ook door gansch ItaliŽ, naast de voorvaderlijke beschermgeesten zijner woning den persoonlijken beschermgeest des keizers aanbidden, die daardoor als het ware de beteekenis kreeg van een goeden geest van zijn volk. -
Ook onder verschillende andere namen werden de Lares vereerd. Vooreerst is er sprake van de Lares grundules, naar het schijnt een oude dienst, waarin bij de Laren nog eene zeug gevoegd werd met dertig biggen, een symbool van Alba met zijne dertig koloniŽn. Verder de Lares praestites, d. i. de beschermers en bestuurders der stad, die steeds door een hond begeleid werden en in hondevellen waren gekleed. Zij hadden een zeer oud, maar door ouderdom vervallen altaar, waarop men op den 1sten Mei, den ouden feestdag der Lares, die door Augustus in eere hersteld werd, offers bracht; de Lares Hostilii, die de stad tegen vijanden beschermden, de Lares permarini, aan wie door L. Aemilius Regillus na een gelukkig zeegevecht tegen de vloot van koning Antiochus een tempel was beloofd, die in het jaar 179 vůůr Chr. werd ingewijd. Deze tempel lag op het veld van Mars. Ook deze Lares hadden een eigen feestdag, en wel op den 22sten December. Behalve dezen tempel der Lares stond een tweede op het hoogste punt der sacra via, die aan de Lares publici was gewijd. Deze tempel was door Augustus opgericht. Eindelijk worden nog de Lares alites, d. i. "gevleugelde Laren" genoemd, naar wie eene wijk in Rome haren naam droeg. -
Langzamerhand ontaardde de dienst der Lares en verwarde zich meer en meer met dien der
Penates en Genii. Vooral nadat de Genius Augusti onder de Lares was opgenomen, ter wiens eere vooral op de Kalendae van Augustus een feest werd gevierd, identificeerde men de Lares meer en meer met de Genii en de zielen, hetzij van levenden, hetzij van dooden. Ja zelfs de dienst der Lares familiares ging meer en meer op in den dienst van beroemde dooden. Hier kwam bij, dat het atrium niet meer de plaats was, waar zich het gansche gezin iederen dag vereenigde, en de haard in dat vertrek kon dus niet meer de aangewezen plaats voor de beelden der Lares zijn. Men maakte nu afzonderlijke kasten daarvoor, Lararia genaamd, die Úf dadelijk bij den ingang van het huis stonden en bij het in- en uitgaan werden begroet, Úf, en vooral bij de rijkeren, naast de slaapkamer. De beelden daarin geplaatst waren van zilver. Behalve de beschermgeesten der familie werden nu ook levenden als Lares vereerd, zoo in bijna elk huisgezin de keizer, die regeerde; dikwijls ook vrienden, leeraars en beroemde, zeer dikwijls aanzienlijke beschermers. Een voorbeeld van het verval van den dienst der Lares levert hetgeen gedaan werd door keizer Alexander Severus. Hij bezat twee Lararia. In het ťťne dat naast zijn slaapvertrek stond, waren de beeltenissen geplaatst der tot den rang van god verheven keizers en verder die van mannen, die door wijsheid, heiligheid of groote daden hadden uitgemunt. Men vond daarin Apollonius van Tyana en Christus, Abraham en Orpheus en ook Alexander den Groote. Het tweede Lararium bevatte de beelden van beroemde dichters en schrijvers en van de helden uit den Romeinschen en Griekschen voortijd. Men vond er het beeld van Achilleus naast die van Cicero en Vergilius.

larunda

Zie Lara.