K : kerkopes - kleinis

kerkopes (cercopes)

Schelmsche, diefachtige wezens, omtrent wie er zeer uiteenloopende legenden bestaan. Sommigen noemen als hunne woonplaats de Thermopylae, anderen Oichalia op Euboia, weÍr anderen LydiŽ. Uit dit laatste land, dat hun eigenlijk vaderland schijnt geweest te zijn, is waarschijnlijk eene reeks van verhalen omtrent hen naar Athene gekomen, waar zij zeer dikwijls in de komediŽn ten tooneele gevoerd werden. Ook tegen Herakles beproefden zij, evenwel niet tot hun voordeel, hunne booze streken. (Zie Herakles.) -

Cercopithecus pygerythrus, Kruger National Park, South Africa

Volgens eene andere sage zouden zij de Pithekusische eilanden nabij Cumae in ItaliŽ bewoond hebben. In den strijd tegen de Titanen kwam Zeus daar tot hen, om hunne hulp te vragen. Zij beloofden die hulp voor eene bepaalde som gelds; doch, toen zij deze ontvangen hadden, weigerden zij in eenig opzicht van dienst te zijn. Tot straf daarvoor werden zij in apen veranderd en hunne eilanden kregen den naam van Pithekusische, d. i. apen-eilanden.

kerkyon (cercyon)

De vader van Alope. (Zie aldaar.) Hij was een geweldig roover, die in de nabijheid van Eleusis huisde en allen, die daar voorbijtrokken, dwong met hem te worstelen. Door zijne kracht bleef hij steeds overwinnaar, totdat hij voor Theseus moest onderdoen en door dezen gedood werd. Zie Theseus.

kerynitische hinde (cerynitische hinde)

Zie Herakles.

keto (ceto)

Eene godheid der zee, die tot het geslacht van Pontos behoorde. Met haren broeder Phorkys, die met haar gehuwd was, stelde zij de zee voor in al hare verschrikkingen en gevaren. Uit dit huwelijk waren dan ook naar het volksgeloof allerlei monsters der mythische wereld gesproten, zooals de Gorgonen, de Graien, de draak der Hesperiden en ook de Seirenen.

keyx (ceyx)

(1) De zoon van Hesperos en de gemaal van Alkyone. (Zie aldaar.)
(2) De koning van Trachis, die
Herakles gastvrij opnam, nadat hij uit AitoliŽ de wijk genomen had. Zie Herakles.

kilix (cilix)

Een zoon van den phoinikischen koning Agenor, die door dezen uitgezonden werd om zijne door Zeus geschaakte zuster Europa te zoeken. Toen hij haar niet vinden kon, zette hij zich in klein-AziŽ neder en noemde het land, dat hij zich tot woonplaats koos, KilikiŽ.

kimmerioi (cimmerii)

Een mythisch volk in het verste westen aan den Oceaan wonende, in een land, dat steeds gehuld was in duisternis en in eenen nevel, dien Helios met zijne stralen nooit doordringen kon.

kinyras (cinyras)

Een heros van het eiland Kypros, een groot vriend en voorstander der muziek en daarom een lieveling, volgens sommigen zelfs een zoon van Apollo. Volgens anderen was hij een zoon van Sandakos, wiens vader uit SyriŽ naar Kypros zou gekomen zijn. Kinyras was de eerste priester van Aphrodite op Kypros en vereenigde de priesterlijke waardigheid met de koninklijke. -
Hoewel hij door de godin hoog geŽerd werd, was toch zijn lot zeer treurig. Hij had bij zijne gemalin KenchreÔs (volgens anderen droeg zijne moeder dien naam) eene dochter,
Myrrha, die uitmuntte door hare schoonheid, vooral van heur schoone haren; zij was daarop echter zoo trotsch, dat zij zich beroemde schooner haren te hebben dan Aphrodite. De godin strafte haar hiervoor door haar verliefd te maken op haar eigen vader, en wist dezen er toe te brengen, om haar, terwijl hij haar niet kende, wederliefde te schenken, doch toen Kinyras de ware toedracht der zaak ontdekte, vervolgde hij haar. Zij vluchtte naar ArabiŽ, waar de goden haar uit medelijden in eenen boom veranderden, uit wier schors hare tranen als kostbare hars te voorschijn druppelen. Uit het binnenste van dien boom werd ook Adonis geboren. Kinyras stortte zich in zijn eigen zwaard. Omtrent andere verhalen betreffende de geboorte van Adonis, zie aldaar en Aphrodite.

kirke (circe)

Eene nymph, de dochter van Helios en de Okeanide PerseÔs, de zuster van Aietes, den koning van Kolchis, evenals haar geheele geslacht in de tooverkunst zeer ervaren. Zij woonde op het eiland Aiaia, dat zooals men zich voorstelde, aan de zuidwestkust van ItaliŽ gelegen was; derwaarts had haar vader haar op zijnen zonnewagen gebracht. Een dal aldaar herschiep zij door hare tooverkracht tot een verrukkelijk oord en bouwde op deze bekoorlijke plaats een van goud en edelgesteenten schitterend paleis, dat door getemde leeuwen en wolven bewaakt werd. Zij zelve, met eene uitstekende schoonheid begaafd, hield zich met weven bezig, begeleidde dezen arbeid met hare goddelijk schoone stem, en liet zich door goudlokkige, onsterfelijke nymphen bedienen.

Wright Barker (1863-1941): Circe
(Oil on canvas; 138 x 199.5 cm
Bradford Art Galleries and Museums, Bradford, England)
[Afbeelding gevonden bij Artmagick]

De vreemdelingen, die haar toovergebied naderden, werden door haar met bedriegelijke vriendelijkheid onthaald, maar weldra door de met tooverkruiden gemengde spijzen en door den slag eener tooverroede in allerlei wilde dieren veranderd. Toen Odysseus op haar eiland geland was, zond hij Eurylochos met een deel der manschap uit, om de streek te onderzoeken. In het paleis van Kirke, die hen vriendelijk onthaalde, werden allen in zwijnen veranderd; slechts Eurylochos ontvluchtte. Odysseus trok daarop zelf op om zijn volk te bevrijden. Onderweg verscheen hem Hermes, die hem het kruid moly gaf, waardoor hij zich tegen de tooverkracht van Kirke kon beschutten. De spijzen en dranken, die zij den held, welken zij vriendelijk ontving, aanbood, bleven krachteloos, en nu snelde Odysseus met zijn zwaard op haar toe, alsof hij haar dooden wilde, en dwong haar met eenen heiligen eed te zweren, dat zij hem geen kwaad zoude doen en zijne gezellen zoude bevrijden. Daarop bleef hij een geheel jaar bij haar. In weÍrwil van de liefde, die zij hem schonk, verlangde Odysseus naar zijn geliefd vaderland terugtekeeren, en zij schonk hem eindelijk hare hulp daartoe en beval hem naar het schimmenrijk aftedalen, om daar van Teiresias raad omtrent zijnen verderen tocht te bekomen. Van dien tocht teruggekeerd, kwam hij weder bij Kirke, die hem nu nadere inlichtingen gaf omtrent de gevaren, die hij nog zou moeten doorstaan. Zij liet hem, rijkelijk van alles voorzien, vertrekken, doch vůůr de afreize kwam een zijner makkers, Elpenor, door een noodlottig toeval om het leven. (Zie Elpenor.) -
Men wist in de oudheid te verhalen van twee zonen, die Odysseus bij Kirke zou hebben verwekt. -
Terwijl Odysseus bij de nymph vertoefde, kwam daar ook Kalchos, de koning der DauniŽrs, wien zij vroeger hare liefde geschonken had. Nu wilde zij hem niet meer ontvangen, en veranderde hem, toen hij bleef aandringen, in een zwijn. Slechts op de dringende smeekingen van zijn volk werd hem zijne oorspronkelijke gedaante teruggegeven, onder voorwaarde, dat hij nimmer zou terugkeeren. -
Telemachos kwam op den tocht, dien hij ondernam, om zijnen vader te zoeken, ook op het eiland van Kirke en kreeg van deze hare dochter Kassiphone ten huwelijk. Toen hij evenwel later in een twist met Kirke deze doodde, werd hij zelf door zijne gemalin omgebracht. Zie Kassiphone.
(2) Circe heette ook eene oud-Italische godin, die vooral in den omtrek van Circeii vereerd werd, oorspronkelijk gelijk in beteekenis aan Fauna en Bona Dea, eene godin der door de vochtigheid bevorderde groeikracht der aarde, later geheelenal met de Grieksche Kirke verward.

Ana Maria Pacheco
Circe, oil pastel on paper, 1997

kisseus (cisseus)

Een koning van ThrakiŽ, de vader van de ongelukkige Trojaansche koningin Hekabe, of volgens anderen van Theano, de gade van Antenor; hij was de opvoeder van Iphidamas, den zoon van Antenor, wien hij eene zijner dochters tot gemalin gaf, en dien hij in den Trojaanschen oorlog met twaalf schepen aan de Trojanen tot hulp zond. Zie Iphidamas.

kithairon (cithaeron)

Een der oudste koningen van BoiotiŽ, die zijnen naam gaf aan het in dat landschap gelegen gebergte. Eens, toen Zeus twist had met Hera, en deze zich geheel en al aan den omgang met haren gemaal onttrok, gaf Kithairon aan Zeus den raad, dat hij een houten beeld, geheel in vrouwenkleederen gehuld, naast zich op eenen wagen zoude zetten en zeggen, dat dit Plataia was, de dochter van Asopos, die hij zich tot gemalin gekozen had in plaats van Hera. De list gelukte. Hera snelde vol ijverzucht toe en rukte de kleederen van het beeld af, waarin zij hare mededingster meende te zien. Toen zij hare dwaling bemerkte, verzoende zij zich met haren echtgenoot. Ter herinnering aan deze gebeurtenis stelde Kithairon twee feesten in, de groote en de kleine Daidala, waarvan de laatste om de zeven, de eerste om de zestig jaren gevierd werden. Zij droegen hunnen naam naar het woord daidalon, dat "een kunstig gesneden beeld" beteekent.

kithairon (leeuw van den)

Zie AlkathoŲs.

klarios (clarius)

(1) Een bijnaam van Zeus, die hem aanduidde als den god van het lot. Hij werd zoo genoemd in ArkadiŽ, omdat daar de zonen van Lykaon onder zijne hoede over het erfdeel huns vaders zouden geloot hebben.
(2) Een bijnaam van
Apollo, dien deze droeg naar de stad Klaros in klein-AziŽ, waar hij eenen prachtigen tempel en een beroemd orakel had. Eene bron, die in de nabijheid van den tempel ontsprong, bracht de priesters in zulk eenen toestand van geestverrukking, dat zij, hoewel onbeschaafde lieden, hunne orakels in verzen gaven, ja zelfs neit eens eene bepaalde vraag behoefden te ontvangen, maar het verborgene openbaarden of de toekomst voorspelden, zoo zij slechts den naam van dengene wisten, die inlichtingen wenschte te bekomen. Hunne gezondheid werd door den opgewonden toestand, waarin zij steeds verkeerden, zeer benadeeld. De tempel te Klaros was opgericht door Manto, de dochter van den waarzegger Teiresias, die eens de liefde van den god genoten had en hem Mopsos had gebaard. Een rijk man uit Kreta, Rhakios, met wien zij later gehuwd was, droeg de kosten van den bouw.

kleinis (cleinis / clinis)

Een rijk BabyloniŽr, die tot de HyperborŽers ging om den dienst van Apollo te leeren. Hij wilde de offers, den god daar gebracht, niet meer bijwonen, toen men ter zijner eere ezels slachtte. Apollo dwong hem echter daartoe, doch veroorloofde hem in zijne eigene stad op zijne gewone wijze te offeren. Toen nu evenwel zijne zonen ook in Babylon ezels ter eere van den god wilden slachten, maakte deze hen razend en veranderde hen daarna met hunne ouders in vogels.