|
[ Livius ]
Livius: pensum
CE 2003 met werkvertaling
XXIII. 33 - 34.9
In hanc dimicationem duorum
opulentissimorum in terris populorum omnes reges
gentesque animos intenderant, inter quos Philippus
Macedonum rex eo magis quod propior Italiae ac mari
tantum Ionio discretus erat. Is ubi primum fama
accepit Hannibalem Alpes transgressum, ut bello inter
Romanum Poenumque orto laetatus erat, ita utrius
populi mallet victoriam esse incertis adhuc viribus
fluctuatus animo fuerat. Postquam tertia iam pugna,
tertia victoria cum Poenis erat, ad fortunam
inclinavit legatosque ad Hannibalem misit; qui
vitantes portus Brundisinum Tarentinumque, quia
custodiis navium Romanarum tenebantur, ad Laciniae
Iunonis templum in terram egressi sunt. Inde per
Apuliam petentes Capuam media in praesidia Romana
inlati sunt deductique ad Valerium Laevinum praetorem,
circa Luceriam castra habentem. Ibi intrepide
Xenophanes, legationis princeps, a Philippo rege se
missum ait ad amicitiam societatemque iungendam cum
populo Romano; mandata habere ad consules ac senatum
populumque Romanum. Praetor inter defectiones veterum
sociorum nova societate tam clari regis laetus admodum
hostes pro hospitibus comiter accepit. Dat qui
prosequantur; itinera cum cura demonstrat et quae loca
quosque saltus aut Romanus aut hostes teneant.
Op deze strijd van / tussen de
twee machtigste volkeren ter wereld hadden alle
koningen en volkeren hun aandacht gericht, onder wie
Philippus, koning van Macedonië, des te meer
omdat hij zich dichter / vrij dicht bij Italië
bevond en slechts door de Ionische Zee ervan
gescheiden was. Zodra hij bij gerucht had vernomen dat
Hannibal de Alpen was overgestoken, had hij zich
weliswaar verheugd over de oorlog die tussen de
Romeinen en Carthagers was uitgebroken, maar, omdat de
krachtsverhouding nog onzeker was, had hij getwijfeld
van welk avn beide volkeren hij de overwinning liever
wilde. Nadat al het derde gevecht, de derde
overwinning met / in handen van de Carthagers was,
voegde hij zich naar het lot, en stuurde gezanten naar
Hannibal; dezen, de havens van Brindisi en Tarente
vermijdend omdat die door bewaking van Romeinse
schepen bezet werden gehouden, gingen bij de tempel
van Juno Lacinia aan land. Daarvandaan door
Apulië op weg naar Capua, zijn ze midden in de
Romeinse bezettingstroepen terechtgekomen, em naar
praetor Valerius Laevinus gebracht, die in de buurt
van Luceria zijn legerkamp had. Daar zei Xenophanes,
de leider van het gezantschap, onverschrokken dat hij
door koning Philippus was gestuurd om vriendschap en
een bondgenootschap te sluiten met het Romeinse volk;
dat hij boodschappen had voor de consuls en de senaat
en het Romeinse volk. De praetor, temidden van de
opstanden / het afvallig worden van de oude
bondgenoten heel blij met het nieuwe bondgenootschap
met een zo beroemde koning, ontving de vijanden
vriendelijk als gasten. Hij gaf mensen om hen te
begeleiden; hij toonde ze met zorg de wegen en welke
plaatsen en welke passen de Romeinen of de vijanden
bezet hielden.
Xenophanes per praesidia Romana
in Campaniam, inde qua proximum fuit in castra
Hannibalis pervenit foedusque cum eo atque amicitiam
iungit legibus his: ut Philippus rex quam maxima
classe - ducentas autem naves videbatur effecturus -
in Italiam traiceret et vastaret maritimam oram,
bellum pro parte sua terra marique gereret; ubi
debellatum esset, Italia omnis cum ipsa urbe Roma
Carthaginiensium atque Hannibalis esset praedaque
omnis Hannibali cederet; perdomita Italia navigarent
in Graeciam bellumque cum quibus regi placeret
gererent; quae civitates continentis quaeque insulae
ad Macedoniam vergunt, eae Philippi regnique eius
essent.
Xenophanes kwam door de Romeinse
garnizoenen heen in Campanië (en) vervolgens
langs de kortste weg in het legerkamp van Hannibal en
sloot met hem een vriendschapsverdrag op deze / de
volgende voorwaarden: dat koning Philippus met een zo
groot mogelijke vloot - hij scheen echter 200 schepen
bijeen te zullen brengen - naar Italië zou
oversteken en de kust zou verwoesten, (en) voor zover
het op hem aankwam, oorlog zou voeren te land en ter
zee; (dat) zodra de oorlog beëindigd was, geheel
Italië met de stad Rome zelf in het bezit van de
Carthagers en Hannibal zou zijn, en de gehele buit aan
Hannibal zou toevallen; (dat) wanneer Italië
geheel was onderworpen zij (de Carthagers) naar
Griekenland zouden varen en oorlog zouden voeren met
degenen die de koning wenste; (dat) die steden van
Griekenland en die eilanden die in de buurt liggen van
Macedonië zouden toebehoren aan Philippus en zijn
rijk.
In has ferme leges inter Poenum
ducem legatosque Macedonum ictum foedus; missique cum
iis ad regis ipsius firmandam fidem legati, Gisgo et
Bostar et Mago, eodem ad Iunonis Laciniae, ubi navis
occulta in statione erat, perveniunt. Inde profecti
cum altum tenerent, conspecti a classe Romana sunt
quae praesidio erat Calabriae litoribus; Valeriusque
Flaccus cercuros ad persequendam retrahendamque navem
cum misisset, primo fugere regii conati, deinde, ubi
celeritate vinci senserunt, tradunt se Romanis et ad
praefectum classis adducti, cum quaereret qui et unde
et quo tenderent cursum, Xenophanes primo satis iam
semel felix mendacium struere, a Philippo se ad
Romanos missum ad M. Valerium, ad quem unum iter tutum
fuerit, pervenisse, Campaniam superare nequisse,
saeptam hostium praesidiis. Deinde ut Punicus cultus
habitusque suspectos legatos fecit Hannibalis
interrogatosque sermo prodidit, tum comitibus eorum
seductis ac metu territis, litterae quoque ab
Hannibale ad Philippum inventae et pacta inter regem
Macedonum Poenumque ducem. Quibus satis cognitis
optimum visum est captivos comitesque eorum Romam ad
senatum aut ad consules ubicunque essent, quam primum
deportare. Ad id celerrimae quinque naves delectae ac
L. Valerius Antias, qui praeesset, missus, eique
mandatum ut in omnes naves legatos separatim
custodiendos divideret daretque operam ne quod iis
conloquium inter se neve quae communicatio consilii
esset.
Op ongeveer deze voorwaarden is
een verdrag gesloten tussen de Carthaagse aanvoerder
en de gezanten van de Macedoniërs; en de gezanten
Gisgo, Bostar en Mago, die met hen mee waren gestuurd
om de trouw van de koning zelf te bevestigen, kwamen
op dezelfde plaats bij de tempel van Juno Lacinia aan,
waar hun schip op een verborgen ankerplaats lag.
Vandaar vertrokken (ze en) toen ze zich op volle zee
bevonden, werden ze gezien door de Romeinse vloot die
de kusten van Calabrië beschermde; en toen
Valerius Flaccus kotters had gestuurd om het schip in
te halen en terug te brengen, probeerden de afgezanten
van de koning eerst te vluchten, daarna, toen ze
merkten dat ze in snelheid werden overtroffen / werden
ingehaald, gaven ze zich over aan de Romeinen en zijn
ze naar de bevelhebber van de vloot gebracht, (en)
toen hij vroeg wie ze waren en waarvan zij waren /
kwamen en waarheen ze op weg waren, spelde Xenophanes
(hun) eerst de leugen op de mouw die al eenmaal
voldoende succesvol was (geweest), (namelijk) dat hij,
door Philippus naar Rome gestuurd, bij Marcus
Valerius, de enige naar wie een veilige weg was, was
aangekomen (en) Campanië niet had kunnen
doortrekken, omdat het omgeven was door garnizoenen
van de vijand. Daarna, zodra de Carthaagse kleding en
(het Carthaagse) uiterlijk de gezanten van Hannibal
verdacht maakten, en hun manier van spreken hen, bij
ondervraging, verraadde, toen, nadat bedienden apart
waren genomen en door dreigement(en) waren
banggemaakt, is ook de brief gevonden van Hannibal aan
Philippus en de overeenkomsten tussen de koning der
Macedoniërs en de Carthaagse aanvoerder. Toen
deze zaak voldoende was uitgezocht, scheen het het
beste om de gevangenen en hun bedienden naar Rome naar
de senaat of naar de consuls, waar die ook maar waren,
weg te brengen. Hiervoor werden vijf zeer snelle
schepen uitgekozen en Lucius Valerius Antias werd
gezonden om de leiding te hebben en aan hem werd
opgedragen om de gezanten over alle schepen te
verdelen om ze apart te bewaken, en om ervoor te
zorgen dat er voor hen onderling geen enkel gesprek
noch enig overleg over de tactiek (mogelijk) was.
XXXIII. 32 - 33
Isthmiorum statum ludicrum
aderat, semper quidem et alias frequens cum propter
spectaculi studium insitum genti, quo certamina omnis
generis artium viriumque et pernicitatis visuntur, tum
quia propter opportunitatem loci per duo diversa maria
omnium rerum usus ministrantis humano generi,
concilium Asiae Graeciaeque is mercatus erat. Tum vero
non ad solitos modo usus undique convenerant sed
expectatione erecti qui deinde status futurus
Graeciae, quae sua fortuna esset. Alii alia non taciti
solum opinabantur sed sermonibus etiam ferebant
Romanos facturos: vix cuiquam persuadebatur Graecia
omni cessuros. Ad spectaculum consederant, et praeco
cum tubicine, ut mos est, in mediam aream, unde
sollemni carmine ludicrum indici solet, processit et
tuba silentio facto ita pronuntiat: 'Senatus Romanus
et T. Quinctius imperator Philippo rege Macedonibusque
devictis liberos, immunes, suis legibus esse iubet
Corinthios, Phocenses, Locrensesque omnes et insulam
Euboeam et Magnetas, Thessalos, Perrhaebos, Achaeos
Phthiotas'. Percensuerat omnes gentes quae sub dicione
Philippi regis fuerant.
De vastgestelde (dagen voor de)
Isthmische Spelen waren er, altijd (wel) ook bij
andere gelegenheden drukbezocht, niet alleen vanwege
het de mensen aangeboren enthousiasme voor
schouwspel(en), waardoor allerlei soort wedstrijden
van vaardigheden, kracht en snelheid worden bezocht,
maar ook omdat wegens de gunstige ligging van de
plaats, die via twee tegenover elkaar liggende
zeeën alle mogelijke goederen aan het menselijk
geslacht levert, deze markt het trefpunt van
Klein-Azië en Griekenland was. Toen echter waren
ze niet alleen van alle kanten bijeengekomen voor de
gewone bezigheden, maar ook omdat ze in gespannen
verwachting waren, wat hierna de status van
Griekenland zou zijn, wat hun eigen lot zou zijn;
sommigen meenden niet alleen zwijgend, maar
verkondigden het ook in gesprekken dat de Romeinen
dít zouden doen, anderen dat ze dát
zouden doen: nauwelijks iemand was ervan overtuigd dat
de Romeinen uit geheel Griekenland zouden vertrekken.
Ze waren gaan zitten voor het schouwspel en de heraut
ging samen met de trompetspeler, zoals de gewoonte is,
(naar voren) naar het midden van het stadion,
waar(vandaan) met een plechtige formule de Spelen
plegen te worden geopend en nadat met de trompet voor
stilte was gezorgd / het stil was gemaakt, maakte hij
als volgt bekend: 'De Romeinse senaat en
opperbevelhebber Titus Quinctius bevelen, nu koning
Philippus en de Macedoniërs geheel zijn
overwonnen, dat vrij (en) zonder belasting (en) met
hun eigen wetten zijn: de inwoners van Corinthe,
Phocis, Locris en het eiland Euboea en de inwoners van
Magnesia, Thessalië, Perrhaebia en Achaea
Phthiotis.' Hij had alle volkeren opgesomd die onder
de zeggenschap van koning Philippus waren geweest.
Audita voce praeconis maius
gaudium fuit quam quod universum homines acciperent:
vix satis credere se quisque audisse et alii alios
intueri, mirabundi velut ad somni vanam speciem; quod
ad quemque pertinebat, suarum aurium fidei minimum
credentes, proximos interrogabant. Revocatus praeco,
cum unusquisque non audire modo sed videre libertatis
suae nuntium averet, iterum pronuntiavit eadem. Tum ab
certo iam gaudio tantus cum clamore plausus est ortus
totiensque repetitus ut facile appareret nihil omnium
bonorum multitudini gratius quam libertatem esse.
Ludicrum deinde ita raptim peractum est ut nullius nec
animi nec oculi spectaculo intenti essent: adeo unum
gaudium praeoccupaverat omnium aliarum sensum
voluptatium.
Toen de mededeling van de heraut
was gehoord, was de vreugde te groot, dan de mensen
volledig konden bevatten. Ieder geloofde nauwelijks
voldoende dat hij (het) had gehoord, en men keek
elkaar verwonderd aan als bij een (bedriegelijk)
droombeeld. (Over dat) wat ieder (afzonderlijk)
betrof, vroegen ze aan degenen die naast hen zaten,
hun eigen oren het minst gelovend / omdat ze hun eigen
oren het minst geloofden. De heraut, teruggeroepen
omdat ieder niet alleen de berichtgever van zijn
vrijheid wilde horen, maar ook zien, maakte opnieuw
hetzelfde bekend. Toen is er op grond van een
eindelijk zekere vreugde zo groot applaus met
geschreeuw opgeklonken en zo vaak herhaald, dat het
makkelijk duidelijk was dat niets van alle goederen
voor de mensen aangenamer is dan vrijheid. Daarna zijn
de Spelen zo snel afgewerkt, dat van niemand noch / of
de aandacht noch / of de ogen gericht waren op het
schouwspel; zozeer had één vreugde het
gevoel van alle andere genoegens verdrongen.
Ludis vero dimissis cursu prope
omnes tendere ad imperatorem Romanum, ut ruente turba
in unum adire contingere dextram cupientium, coronas
lemniscosque iacientium haud procul periculo fuerit.
Sed erat trium ferme et triginta annorum, et cum robur
iuventae tum gaudium ex tam insigni gloriae fructu
vires suppeditabat. Nec praesens tantummodo effusa est
laetitia, sed per multos dies gratis et cogitationibus
et sermonibus renovata: esse aliquam in terris gentem
quae sua impensa, suo labore ac periculo bella gerat
pro libertate aliorum, nec hoc finitimis aut
propinquae vicinitatis hominibus aut terris
continentibus iunctis praestet, sed maria traiciat, ne
quod toto orbe terrarum iniustum imperium sit, ubique
ius fas lex potentissima sint; una voce praeconis
liberatas omnes Graeciae atque Asiae urbes; hoc spe
concipere audacis animi fuisse, ad effectum adducere
et virtutis et fortunae ingentis.
Toen de Spelen echter waren
beëindigd, snelden bijna allen haastig naar de
Romeinse opperbevelhebber, zodat hij ernstig gevaar
liep, omdat een menigte zich (op één
punt) stortte, (van hen) die naar hem wilde(n) gaan,
(en) zijn rechterhand wilde(n) aanraken / pakken (en)
kransen en linten gooide(n). Maar hij was ongeveer
drieëndertig jaar oud en niet alleen de kracht
van zijn jeugd, maar ook de vreugde over zo opvallende
beloning, namelijk roem, verschafte (hem) rijkelijk
kracht(en). En niet slechts voor het moment is vreugde
losgebarsten, maar gedurende vele dagen is deze zowel
in dankbare gedachten als gesprekken vernieuwd /
opnieuw gevoeld: 'dat er op aarde een (of ander) volk
was, dat op eigen kosten, door eigen inspanning en
gevaar, oorlogen voerde voor de vrijheid van anderen,
en dit niet verrichtte voor buren of voor mensen (van)
dicht in de buurt of voor mensen die verbonden zijn
door aan (hen) grenzende landen, maar de zeeën
overstak, om te voorkomen dat er op de gehele aarde
enig onrechtvaardig gezag was maar (ervoor zorgde dat)
overal het recht, het goddelijk gebod, (en) de wet het
machtigst was; dat met één mededeling
van een heraut alle steden van Griekenland en
Klein-Azië waren bevrijd; dit te hopen was de
eigenschap van / getuigde van een dappere geest,
(maar) dit tot realisatie te brengen / te realiseren
van geweldige moed en geweldig geluk.'
XXXIX. 49
Eventus memorabilis est, quod,
cum bello superiores essent Achaei, Philopoemen
praetor eorum capitur, ad praeoccupandam Coronen, quam
hostes petebant, inita valle iniqua cum equitibus
paucis oppressus. Ipsum potuisse effugere Thracum
Cretensiumque auxilio tradunt: sed pudor relinquendi
equites, nobilissimos gentis, ab ipso nuper lectos,
tenuit. Quibus dum locum ad evadendas angustias
cogendo ipse agmen praebet, sustinens impetus hostium,
prolapso equo et suo ipse casu et onere equi super eum
ruentis haud multum afuit, quin exanimaretur,
septuaginta annos iam natus et diutino morbo, ex quo
tum primum reficiebatur, viribus admodum attenuatis.
Iacentem hostes superfusi oppresserunt; cognitumque
primum a verecundia memoriaque meritorum haud secus
quam ducem suum attollunt reficiuntque et ex valle
devia in viam portant, vix sibimet ipsi prae
necopinato gaudio credentes; pars nuntios Messenen
praemittunt debellatum esse, Philopoemenem captum
adduci.
De afloop is vermeldenswaard,
omdat, hoewel de Achaeërs de overhand in de
oorlog hadden, hun aanvoerder Philopoemen werd
gevangen genomen, omdat hij, na met enkele ruiters een
gevaarlijke vallei te zijn binnengegaan om Corone, dat
de vijanden aanvielen, van tevoren te bezetten, werd
overvallen. Men zegt dat hij zelf had kunnen
ontsnappen met de hulp van de Thraciërs en
Kretenzers: maar schaamte om zijn ruiters in de steek
te laten, de edelsten van zijn volk, door hemzelf
onlangs geselecteerd, hield hem tegen. Terwijl hij hun
de gelegenheid bood om uit de engte te ontsnappen door
zelf de achterhoede te vormen, terwijl hij weerstand
bood tegen de aanvallen van de vijand, scheelde het,
doordat zijn paard voorover was gevallen en door zijn
eigen val en de last van het paard dat bovenop hem
viel, niet veel of hij stierf, al zeventig jaar oud en
omdat zijn krachten zeer waren verzwakt door een
langdurige ziekte waarvan hij toen voor het eerst
herstelde / aan het herstellen was. Terwijl hij (daar)
lag hebben de vijanden hem, zich op hem stortend,
overvallen; en herkend / toen ze hem herkend hadden,
hielpen ze hem overeind door / uit eerbied en
herinnering aan zijn verdiensten niet anders dan hun
eigen aanvoerder en ze brachten hem bij zijn
positieven en droegen hem uit de afgelegen vallei naar
de weg, terwijl ze zelf nauwelijks op hun eigen ogen
vertrouwden vanwege de onverwachte vreugde; een deel
stuurde bodes vooruit naar Messene dat de oorlog
beëindigd was (en) dat Philopoemen als gevangene
(naar hen) toe werd gebracht.
Primum adeo incredibilis visa
res, ut non pro vano modo sed vix pro sano nuntius
audiretur. Deinde ut super alium alius idem omnes
adfirmantes veniebant, tandem facta fides; et
priusquam appropinquare urbi satis scirent, ad
spectaculum omnes simul liberi ac servi, pueri quoque
cum feminis, effunduntur. Itaque clauserat portam
turba, dum pro se quisque, nisi ipse oculis suis
credidisset, vix pro comperta tantam rem habiturus
videtur. Aegre summoventes obvios intrare portam, qui
adducebant Philopoemenem, potuerunt. Aeque conferta
turba iter reliquum clauserat; et cum pars maxima
exclusa a spectaculo esset, theatrum repente, quod
propinquum viae erat, compleverunt, et, ut eo
adduceretur in conspectum populi, una voce omnes
exposcebant. Magistratus et principes veriti, ne quem
motum misericordia praesentis tanti viri faceret, cum
alios verecundia pristinae maiestatis collatae
praesenti fortunae, alios recordatio ingentium
meritorum motura esset, procul in conspectu eum
statuerunt, deinde raptim ex oculis hominum
abstraxerunt, dicente praetore Dinocrate esse, quae
pertinentia ad summam belli percunctari eum
magistratus vellent. Inde abducto eo in curiam et
senatu vocato consultari coeptum.
Eerst scheen de zaak /
gebeurtenis zo ongeloofwaardig dat de bode niet alleen
als ongeloofwaardig maar als nauwelijks bij zijn
verstand werd aangehoord. Daarna, toen de een na de
ander kwam allen hetzelfde bevestigend, is eindelijk
geloof (eraan) gemaakt / gehecht; en voordat ze
voldoende wisten dat hij de stad naderde, stroomden
allen naar buiten naar het schouwspel / om het te
zien, tegelijk vrijen en slaven, ook kinderen met (de)
vrouwen. Dus had de menigte de poort geblokkeerd,
terwijl ieder voor zich een zo grote gebeurtenis
nauwelijks als waar scheen te zullen beschouwen, als
hij niet / tenzij hij zelf op zijn eigen ogen had
vertrouwd. Terwijl ze met moeite de tegemoetkomende
mensen terugdrongen, konden zij die Philopoemen
meebrachten, de poort binnengaan. Een even dichte
menigte had de overige weg / de rest van de weg
versperd; en omdat het grootste deel buitengesloten
was van het schouwspel, vulden ze plotseling het
theater dat dichtbij de weg was / lag en allen eisten
met één stem / eenstemmig dat hij
daarheen in de aanblik van het volk werd gebracht. De
magistraten en leiders, vrezend / uit vrees dat het
medelijden met de zo grote man nu hij aanwezig was
enige onrust zou teweegbrengen, omdat eerbied voor de
vroegere grootheid vergeleken met zijn aanwezige /
huidige lot op sommigen indruk zou maken, (en)
herinnering aan zijn geweldige verdiensten op anderen,
plaatsten hem op een afstand in hun aanblik, daarna
voerden ze hem ijlings weg uit de ogen van de mensen,
terwijl hun leider Dinocrates zei dat er zaken waren
die de magistraten hem met betrekking tot het totaal /
de hoofdzaak / beslissing van de oorlog wilden vragen.
Na hem vandaar te hebben weggevoerd naar het raadhuis
en na de raad geroepen te hebben, is men begonnen te
overleggen.
XL. 3 - 4
De Philippo auxerat curam
Marcius: nam ita fecisse eum, quae senatui
placuissent, fatebatur, ut facile appareret non
diutius quam necesse esset facturum. Neque obscurum
erat rebellaturum, omniaque, quae tunc ageret
diceretque, eo spectare. Iam primum omnem fere
multitudinem civium ex maritimis civitatibus cum
familiis suis in Emathiam, quae nunc dicitur, quondam
appellata Paeonia est, traduxit, Thracibusque et aliis
barbaris urbes tradidit habitandas, fidiora haec
genera hominum fore ratus in Romano bello. Ingentem ea
res fremitum Macedonia tota fecit, relinquentesque
penates suos cum coniugibus ac liberis pauci tacitum
dolorem continebant; exsecrationesque in agminibus
proficiscentium in regem vincente odio metum
exaudiebantur. His ferox animus omnes homines, omnia
loca temporaque suspecta habebat. Postremo negare
propalam coepit satis tutum sibi quicquam esse, nisi
liberos eorum, quos interfecisset, comprehensos in
custodia haberet et tempore alium alio tolleret.
Ten aanzien van Philippus had Marcius hun zorg (nl. van
de senaat) vergroot: want hij gaf toe dat hij
(Philippus) de dingen die de senaat had besloten, zo had
uitgevoerd dat het gemakkelijk duidelijk was dat hij ze
niet langer dan noodzakelijk was, zou doen. Ook was het
duidelijk dat hij in opstand zou komen en dat alles wat
hij toen deed en zei, daarop gericht was. In de eerste
plaats al bracht hij bijna de gehele menigte / bevolking
(van) burgers uit de kuststeden met hun huishoudingen
naar Emathia, zoals het nu heet (eens werd het Paeonia
genoemd), over, en gaf de steden aan de Thraciërs
en andere niet-Grieken over om te bewonen, in de mening
/ omdat hij meende dat dit soort mensen (hem) meer trouw
zou zijn in een Romeinse oorlog. Deze zaak / daad
veroorzaakte een geweldig geklaag in geheel
Macedonië; en terwijl ze samen met vrouwen en
kinderen huis en haard verlieten, hielden weinigen hun
verdriet stil, in de rijen vertrekkende mensen werden
vervloekingen jegens de koning gehoord, terwijl / omdat
haat de overhand kreeg over vrees. Zijn geest, hierdoor
/ hierover verbitterd, beschouwde alle mensen, alle
plaatsen en tijden als verdacht. Tenslotte begon hij
openlijk te zeggen dat niets voldoende veilig voor hem
was, als hij niet de kinderen van hen die hij had gedood
na gevangen genomen te hebben, gevangen hield en op
verschillende momenten uit de weg ruimde.
Eam crudelitatem, foedam per se,
foediorem unius domus clades fecit. Herodicum
principem Thessalorum multis ante annis occiderat;
generos quoque eius postea interfecit. In viduitate
relictae filiae singulos filios parvos habentes.
Theoxena et Archo nomina iis erant mulieribus.
Theoxena multis petentibus aspernata nuptias est:
Archo Poridi cuidam, longe principi gentis Aenianum,
nupsit et apud eum plures enixa partus, parvis admodum
relictis omnibus, decessit. Theoxena, ut in suis
manibus liberi sororis educarentur, Poridi nupsit; et
tamquam omnes ipsa enixa foret, suum sororisque filios
in eadem habebat cura. Postquam regis edictum de
comprehendendis liberis eorum, qui interfecti essent,
accepit, ludibrio futuros non regis modo sed custodum
etiam libidini rata ad rem atrocem animum adiecit
ausaque est dicere se sua manu potius omnes
interfecturam quam in potestatem Philippi venirent.
Poris abominatus mentionem tam foedi facinoris Athenas
deportaturum eos ad fidos hospites dixit, comitemque
ipsum fugae futurum esse.
Deze wreedheid, afschuwelijk op zich, maakte de
ondergang van één familie (nog)
afschuwelijker. Philippus had Herodicus, een
vooraanstaand man onder de Thessaliërs, veel jaar
geleden gedood; ook zijn schoonzoons doodde hij later.
Zijn dochters werden als weduwen achtergelaten, ieder
hebbend / met een klein zoontje. Theoxena en Archo waren
de namen voor / van deze vrouwen. Theoxena wees het
huwelijk af, hoewel velen naar haar hand dongen: Archo
trouwde met een zekere Poris, verreweg de belangrijkste
man van het volk der Aenianen en na bij / voor hem
meerdere kinderen ter wereld te hebben gebracht, stierf
zij, nadat / waarbij ze allen zeer klein waren
achtergelaten / achtergebleven. Theoxena trouwde met
Poris, opdat in / met haar handen de kinderen van haar
zuster werden opgevoed, en alsof ze hen allen zelf ter
wereld had gebracht verzorgde ze haar eigen zoon en de
zoons van haar
zuster even goed. Nadat ze het edict van de koning over
het gevangennemen van de kinderen van hen die gedood
waren had vernomen, omdat ze meende / in de mening dat
haar zoons niet alleen het mikpunt van spot zouden zijn
van de koning, maar ook
(tot) lustobject van de bewakers, maakte ze een plan
voor een gruwelijke zaak en zij durfde te zeggen dat ze
liever eigenhandig allen zou doden, dan dat zij in de
macht van Philippus kwamen. Omdat Poris het noemen van
zo’n afschuwelijke misdaad verafschuwde, zei hij dat hij
ze naar Athene zou overbrengen naar betrouwbare
gastvrienden, en dat hij zelf metgezel in de
ballingschap zou zijn.
Proficiscuntur ab Thessalonica
Aeneam ad statum sacrificium, quod Aeneae conditori
cum magna caerimonia quotannis faciunt. Ibi die per
sollemnes epulas consumpto navem praeparatam a Poride
sopitis omnibus de tertia vigilia conscendunt tamquam
redituri in Thessalonicam: sed traicere in Euboeam
erat propositum. Ceterum in adversum ventum nequiquam
eos tendentes prope terram lux oppressit, et regii,
qui praeerant custodiae portus, lembum armatum ad
retrahendam eam navem miserunt cum gravi edicto, ne
reverterentur sine ea. Cum iam appropinquabant, Poris
quidem ad hortationem remigum nautarumque intentus
erat; interdum manus ad caelum tendens deos, ut
ferrent opem, orabat. Ferox interim femina, ad multo
ante praecogitatum revoluta facinus, venenum diluit
ferrumque promit et posito in conspectu poculo
strictisque gladiis 'Mors' inquit 'una vindicta est.
Viae ad mortem hae sunt: qua quemque animus fert,
effugite superbiam regiam. Agite, iuvenes mei, primum,
qui maiores estis, capite ferrum aut haurite poculum,
si segnior mors iuvat.' Et hostes aderant et auctor
mortis instabat. Alii alio leto absumpti semianimes e
nave praecipitantur. Ipsa deinde virum comitem mortis
complexa in mare sese deiecit. Nave vacua dominis
regii potiti sunt.
Ze vertrokken uit Thessalonica naar Aenea voor een
gebruikelijk offer, dat zij jaarlijks aan de stichter
Aeneas doen / brengen met een grote ceremonie. Na daar
de dag doorgebracht te hebben met een feestelijke
maaltijd, gingen ze aan boord van een door Poris van
tevoren gereedgemaakt schip, toen allen sliepen
omstreeks de derde nachtwake, alsof ze van plan waren /
zouden terugkeren naar Thessalonica; maar het plan was
over te steken naar Euboea. Maar toen zij zich vergeefs
inspanden tegen tegenwind, overviel hen het daglicht
dichtbij de kust; en de soldaten van de koning die de
leiding hadden over de bewaking van de haven zonden een
gewapende boot om dat schip terug te halen, met een
ernstig / hard bevel om niet zonder dat schip terug te
keren. Toen ze al naderden, was Poris vol aandacht voor
het aansporen van de roeiers en matrozen; af en toe,
zijn handen ten hemel heffend, smeekte hij de goden om
hulp te brengen. Ondertussen bereidde de eigenzinnige
vrouw terugvallend op haar ver tevoren overdachte
misdaad, een gifdrank en haalde de zwaarden te
voorschijn; en na de beker in de aanblik te hebben gezet
en de zwaarden te hebben getrokken, zei ze: ‘De dood is
de enige redding. Dit zijn de wegen naar de dood; langs
de weg waarlangs / op de manier waarnaar de voorkeur van
ieder uitgaat, moeten jullie aan de hoogmoed van de
koning ontsnappen. Komt, jongens van mij, eerst moeten
jullie die de oudste zijn, het zwaard pakken of de beker
leegdrinken, als een langzamer dood jullie behaagt.’
Én de vijanden waren aanwezig én de
initiatiefneemster van de dood drong aan. De een door
deze, de ander door die dood aangetast, stortten ze zich
halfdood voorover van het schip; zelf daarna haar man
als metgezel van de dood omhelzend, gooide ze zich in
zee. De soldaten van de koning hebben zich van het
schip, zonder meesters / eigenaren, meester gemaakt.
XL. 6 - 8
Forte lustrandi exercitus venit
tempus, cuius sollemne est tale: caput mediae canis
praecisae et pars ad dexteram, cum extis posterior ad
laevam viae ponitur: inter hanc divisam hostiam copiae
armatae traducuntur. Praeferuntur primo agmini arma
insignia omnium ab ultima origine Macedoniae regum,
deinde rex ipse cum liberis sequitur, proxima est
regia cohors custodesque corporis, postremum agmen
Macedonum cetera multitudo claudit. Latera regis duo
filii iuvenes cingebant, Perseus iam tricesimum annum
agens, Demetrius quinquennio minor, medio iuventae
robore ille, hic flore, fortunati patris matura
suboles, si mens sana fuisset.
Toevallig is de tijd gekomen om het leger te reinigen,
waarvan het ritueel zodanig / ongeveer als volgt is: het
hoofd en het voorste gedeelte van een doormidden gehakte
hond wordt aan de rechterkant van de weg gelegd, het
achterste gedeelte met de ingewanden wordt aan de
linkerkant van de weg gelegd: tussen dit doormidden
gesneden offerdier door marcheren de gewapende troepen.
Voorop vóór het begin van de stoet worden
de beroemde wapens gedragen van alle koningen van
Macedonië vanaf het eerste begin, daarna volgt de
koning zelf met zijn kinderen; (en) direct daarachter is
het koninklijke cohort en zijn lijfwacht; (en) de
overige menigte (van) Macedoniërs sluit het
achterste gedeelte van de stoet af. De twee jeugdige
zoons flankeerden de koning, Perseus al 29 jaar oud,
Demetrius vijf jaar jonger; de eerste middenin de kracht
van zijn jeugd, de laatste in de bloei (van zijn jeugd),
de volwassen zonen van een gezegende vader, als hun
geest / mentaliteit gezond zou zijn.
Mos erat lustrationis sacro
peracto decurrere exercitum, et divisas bifariam duas
acies concurrere ad simulacrum pugnae. Regii iuvenes
duces ei ludicro certamini dati: ceterum non imago
fuit pugnae, sed tamquam de regno dimicaretur, ita
concurrerunt, multaque vulnera rudibus facta, nec
praeter ferrum quicquam defuit ad iustam belli
speciem. Pars ea, quae sub Demetrio erat, longe
superior fuit. Id aegre patiente Perseo laetari
prudentes amici eius, eamque rem ipsam dicere
praebituram causam criminandi iuvenis.
Het was de gewoonte dat het leger, nadat het
reinigingsritueel was voltooid, manoeuvres uitvoert, en
dat twee in tweeën verdeelde slaglinies een
schijngevecht aangaan. De koningszonen werden als
leiders voor dit schijngevecht gegeven. Maar het was
geen schijngevecht, maar alsof er werd gestreden om de
heerschappij, zo raakten ze slaags en er werden veel
wonden gemaakt / toegebracht met de houten
(oefen)zwaarden, en behalve echte zwaarden ontbrak niets
om het op een echte oorlog te laten lijken. Het gedeelte
dat onder leiding van Demetrius was / stond, was veruit
de meerdere / verreweg de beste. Hoewel Perseus dit met
moeite kon verkroppen, waren zijn verstandige vrienden
blij, en zeiden dat juist deze zaak een reden zou geven
om de jongeman te beschuldigen.
Convivium eo die sodalium, qui
simul decurrerant, uterque habuit, cum vocatus ad
cenam ab Demetrio Perseus negasset. Festo die benigna
invitatio et hilaritas iuvenalis utrosque in vinum
traxit. Commemoratio ibi certaminis ludicri et iocosa
dicta in adversarios, ita ut ne ipsis quidem ducibus
abstineretur, iactabantur. Ad has excipiendas voces
speculator ex convivis Persei missus cum incautior
obversaretur, exceptus a iuvenibus forte triclinio
egressis male mulcatur. Huius rei ignarus Demetrius
'quin comisatum' inquit 'ad fratrem imus et iram eius,
si qua ex certamine residet, simplicitate et
hilaritate nostra lenimus?' Omnes ire se conclamarunt
praeter eos, qui speculatoris ab se pulsati praesentem
ultionem metuebant. Cum eos quoque Demetrius traheret,
ferrum veste abdiderunt, quo se tutari, si qua vis
fieret, possent. Nihil occulti esse in intestina
discordia potest. Utraque domus speculatorum et
proditorum plena erat. Praecucurrit index ad Persea,
ferro succinctos nuntians cum Demetrio quattuor
adulescentes venire. etsi causa apparebat - nam ab iis
pulsatum convivam suum audierat -, infamandae rei
causa ianuam obserari iubet, et ex parte superiore
aedium versisque in viam fenestris comisatores,
tamquam ad caedem suam venientes, aditu ianuae arcet.
Demetrius per vinum, quod excluderetur, paulisper
vociferatus in convivium redit, totius rei ignarus.
Op die dag hielden beiden een feestmaal van / voor de
vrienden die tegelijkertijd de manoeuvres hadden
uitgevoerd, omdat Perseus, voor het diner uitgenodigd
door Demetrius, had geweigerd / afgezegd. Op de feestdag
bracht de hartelijke uitnodiging en de jeugdige
vrolijkheid beide (partijen) ertoe (veel) wijn te
drinken. Daar werden herinneringen aan het schijngevecht
en grappen over de tegenstanders geuit zó, dat
men zelfs de aanvoerders niet spaarde. Toen een
verspieder die uit het gezelschap van Perseus was
gestuurd om deze gesprekken op te vangen nogal
onvoorzichtig rondliep, werd hij, ontdekt door jongelui
die toevallig de eetzaal verlieten, danig afgeranseld.
Van deze zaak / dit incident onwetend, zei Demetrius:
‘Waarom gaan we niet naar mijn broer om feest te vieren
en brengen we zijn woede, als er nog enige vanuit het
gevecht over is, tot bedaren door onze oprechtheid en
vrolijkheid?’ Allen schreeuwden luid dat ze (mee)
gingen, behalve zij die de onmiddellijke wraak vreesden
van de verspieder die door hen was afgetuigd. Toen
Demetrius hen ook meetrok, verborgen ze een zwaard onder
hun kleding om zich daarmee, als er enig geweld gebruikt
zou worden, te kunnen verdedigen. Niets verborgens kan
er zijn / Niets kan verborgen blijven in een
familieconflict. Beide huizen waren vol spionnen en
verraders. Een verrader snelde vooruit naar Perseus,
berichtend / met het bericht dat vier jongelui van een
wapen voorzien met Demetrius (mee)kwamen. Hoewel de
reden duidelijk was (want hij had gehoord dat zijn gast
/ een gast van hem door hen was afgetuigd) beval hij, om
de zaak verdacht te maken, de deur te vergrendelen; en
vanaf een hoger deel van zijn huis en de ramen aan de
straatkant hield hij de feestvierders af van de toegang
tot zijn deur, alsof ze kwamen voor zijn moord / om hem
te vermoorden. Nadat Demetrius onder invloed van de wijn
een tijdje had geschreeuwd omdat hij werd
buitengesloten, keerde hij terug naar zijn feestmaal,
onwetend van de hele gebeurtenis.
Postero die Perseus, cum primum
conveniendi potestas patris fuit, regiam ingressus
perturbato vultu in conspectu patris tacitus procul
constitit. Cui cum pater 'satin salve?' et, quaenam ea
maestitia esset, interrogaret eum, 'de lucro tibi'
inquit 'vivere me scito. Iam non occultis a fratre
petimur insidiis; nocte cum armatis domum ad
interficiendum me venit, clausisque foribus parietum
praesidio me a furore eius sum tutatus.' Cum pavorem
mixtum admiratione patri iniecisset, 'atqui si aures
praebere potes' inquit, 'manifestam rem teneas
faciam.' Enimvero se Philippus dicere auditurum,
vocarique extemplo Demetrium iussit; et seniores
amicos duos, expertes iuvenalium inter fratres
certaminum, infrequentes iam in regia, Lysimachum et
Onomastum arcessit, quos in consilio haberet. Dum
veniunt amici, solus filio procul stante multa secum
animo volutans inambulavit. Postquam venisse eos
nuntiatum est, secessit in partem interiorem cum
duobus amicis et totidem custodibus corporis; filiis,
ut ternos inermes secum introducerent, permisit.
De volgende dag, zodra er de gelegenheid was om zijn
vader te bezoeken, bleef Perseus, na het paleis
binnengegaan te zijn, met bedrukt gelaat, zwijgend op
een afstand in de aanblik van zijn vader staan. Toen
zijn vader (tot) hem zei: ‘Is alles goed met jou?’ en
hem vroeg wat die droefheid te betekenen had, zei hij:
‘Weet dat u boft dat ik (nog) leef. Wij worden niet meer
met een heimelijke aanslag door mijn broer aangevallen;
hij komt ’s nachts met gewapende (mannen) naar mijn huis
om me te doden, en na mijn deur gesloten te hebben heb
ik mij door de bescherming van de muren tegen zijn
waanzin beschermd.’ Toen hij bij zijn vader ontzetting
(gemengd) met verbazing had opgewekt, zei hij: ‘Maar
toch, als u kunt luisteren, zal ik ervoor zorgen dat u
de zaak duidelijk begrijpt.’ Philippus zei dat hij zeker
zou luisteren en beval dat Demetrius onmiddellijk werd
geroepen; ook twee oudere vrienden, zonder aandeel in de
jeugdige ruzies tussen de broers, (die) nog zelden
aanwezig (waren) in het paleis, Lysimachus en Onomastus,
ontbood hij om hen te betrekken in het overleg. Terwijl
de vrienden (eraan) kwamen, liep hij alleen, terwijl
zijn zoon op een afstand stond, op en neer, veel bij
zichzelf overleggend. Nadat bericht was dat zij gekomen
waren, trok hij zich terug in het binnenste gedeelte met
zijn twee vrienden en evenveel lijfwachten; zijn zoons
stond hij toe om ieder drie ongewapende mannen mee naar
binnen te nemen.
Ibi cum consedisset, 'Sedeo'
inquit 'miserrimus pater iudex inter duos filios,
accusatorem parricidii et reum, aut conficti aut
admissi criminis labem apud meos inventurus. Iam
pridem quidem hanc procellam imminentem timebam, cum
vultus inter vos minime fraternos cernerem, cum voces
quasdam exaudirem. Sed interdum spes animum subibat
deflagrare iras vestras, purgari suspiciones posse.
Etiam hostes armis positis foedus icisse, et privatas
multorum simultates finitas: subituram vobis aliquando
germanitatis memoriam, puerilis quondam simplicitatis
consuetudinisque inter vos, meorum denique
praeceptorum, quae vereor ne vana surdis auribus
cecinerim. Quotiens ego audientibus vobis detestatus
exempla discordiarum fraternarum horrendos eventus
eorum rettuli, qui se stirpemque suam, domos, regna
funditus evertissent.
Toen hij daar was gaan zitten, zei hij: ‘Ik zit, een
zeer ongelukkige vader, als rechter tussen twee zoons,
een aanklager van broedermoord en een aangeklaagde, op
het punt een schandvlek in mijn gezin te vinden van
ofwel een verzonnen misdaad ofwel een begane misdaad. Al
lang (trouwens) was ik bang voor deze storm, 5 die ons
boven het hoofd hing / bedreigde, toen ik de zeer weinig
/ allerminst broederlijke blikken tussen jullie zag,
toen ik bepaalde opmerkingen hoorde. Maar soms kwam de
hoop in mijn geest / bij me op dat jullie woedes konden
verdwijnen, dat jullie verdenkingen teniet konden worden
gedaan; (ik dacht eraan) dat ook vijanden, na de wapens
te hebben neergelegd, een verdrag hebben gesloten, en
dat de privé-ruzies van velen zijn beëindigd
/ bijgelegd: dat bij jullie eens de herinnering aan
jullie verwantschap zou opkomen, aan de eens kinderlijke
onbevangenheid en vertrouwelijkheid tussen jullie, aan
tenslotte mijn lessen, die ik vrees vergeefs voor
dovemansoren te hebben gegeven. Hoe vaak heb ik, terwijl
jullie luisterden, vervloekend de voorbeelden van
broedertwisten, de verschrikkelijke lotgevallen daarvan
uiteengezet, waarmee ze (de broers) zichzelf, hun
familie, huizen, (en) koninkrijken volledig hadden te
gronde gericht!
Meliora quoque exempla parte
altera posui: sociabilem consortionem inter binos
Lacedaemoniorum reges, salutarem per multa saecula
ipsis patriaeque: eandem civitatem, postquam mos sibi
cuique rapiendi tyrannidem exortus sit, eversam. Iam
hos Eumenem Attalumque fratres, ab tam exiguis rebus,
prope ut puderet regii nominis, mihi Antiocho,
cuilibet regum huius aetatis, nulla re magis quam
fraterna unanimitate, regnum aequasse. Ne Romanis
quidem exemplis abstinui, quae aut visa aut audita
habebam, T. et L. Quinctiorum, qui bellum mecum
gesserunt, P. et L. Scipionum, qui Antiochum
devicerunt, patris patrique eorum, quorum perpetuam
vitae concordiam mors quoque miscuit. Neque vos
illorum scelus similisque sceleri eventus deterrere a
vecordi discordia potuit, neque horum bona mens, bona
fortuna ad sanitatem flectere.
Aan de andere kant heb ik ook betere voorbeelden
gegeven: de nauwe verbondenheid tussen / van de twee
koningen der Spartanen, gedurende vele eeuwen heilzaam
voor henzelf en hun vaderland: dat dezelfde stad / staat
vernietigd is, toen de gewoonte voor ieder was opgekomen
om voor zichzelf de alleenheerschappij te grijpen.
Verder dat deze broers Eumenes en Attalus, vanaf een zo
geringe macht dat ze zich bijna schaamden voor de naam
‘koning’, hun rijk door niets meer dan door broederlijke
eensgezindheid even groot hebben gemaakt als dat van
mij, (van) Antiochus en (van) wie van de koningen ook
maar / (van) welke koning ook maar van deze tijd. Zelfs
niet liet ik Romeinse voorbeelden onvermeld, die ik of
gezien of gehoord had, van Titus en Lucius Quinctius,
die oorlog met mij hebben gevoerd, van Publius en Lucius
Scipio, die Antiochus totaal hebben verslagen, van hun
vader en oom, wier voortdurende vriendschap van / in hun
leven ook hun dood heeft bekrachtigd / door hun dood is
bekrachtigd. Noch kon van eerstgenoemden de misdaad en
afloop gelijk aan / passend bij misdaad jullie
afschrikken van waanzinnige ruzie, noch kon van
laatstgenoemden de goede mentaliteit (en) goede fortuin
/ geluk (jullie) buigen / brengen naar bezonnenheid.
Vivo et spirante me hereditatem
meam ambo et spe et cupiditate improba crevistis. Eo
usque me vivere vultis, donec alterius vestrum
superstes haud ambiguum regem alterum mea morte
faciam. Nec fratrem nec patrem potestis pati. Nihil
cari, nihil sancti est. In omnium vicem regni unius
insatiabilis amor successit. Agite, conscelerate aures
paternas, decernite criminibus, mox ferro decreturi,
dicite palam quidquid aut veri potestis aut libet
comminisci: reseratae aures sunt, quae posthac
secretis alterius ab altero criminibus claudentur.'
Haec furens ira cum dixisset, lacrimae omnibus
obortae, et diu maestum silentium tenuit.
Terwijl ik nog leef en ademhaal hebben jullie beiden
mijn erfenis én met verdorven hoop én met
verdorven begeerte aanvaard. Jullie willen dat ik zolang
leef, totdat ik, één van jullie
overlevend, met mijn dood de ander tot onbetwiste koning
maak. Jullie kunnen noch een broer noch een vader
verdragen. Niets dierbaars, niets heiligs bestaat er. In
de plaats van (dat) alles is de onverzadigbare liefde
voor alleen het koningschap opgekomen. Komt, bezoedel(t)
jullie vaders oren met misdaad, beslis(t) met
beschuldigingen, jullie die spoedig met het zwaard
zullen beslissen. Zeg(t) openlijk wat jullie of als waar
kunnen zeggen óf wat jullie wilt verzinnen; mijn
oren staan open, die hierna voor de geheime
beschuldigingen van de een tegen de ander gesloten
zullen worden.’ Toen hij dit razend van woede had
gezegd, welden de tranen bij allen op en heerste er
lange tijd een droeve stilte.
XL. 9.8 - 15
Frater, non comisantium in vicem
animis iam diu vivimus inter nos. Regnare utique vis;
huic spei tuae obstat aetas mea, obstat gentium ius,
obstat vetustus Macedoniae mos, obstat vero etiam
patris iudicium. Haec transcendere nisi per meum
sanguinem non potes. Omnia moliris et temptas. Adhuc
seu cura mea seu fortuna restitit parricidio tuo.
Hesterno die in lustratione et decursu et simulacro
ludicro pugnae funestum prope proelium fecisti, nec me
aliud a morte vindicavit, quam quod me ac meos vinci
passus sum. Ab hostili proelio, tamquam fraterno lusu,
pertrahere me ad cenam voluisti.
Broer, al lang leven wij niet met elkaar in de geest
van hen die onderling deelnemen aan een drinkpartij. Jij
wil beslist koning zijn; mijn leeftijd staat deze hoop
van jou in de weg, het volkenrecht staat (hem) in de
weg, de oude gewoonte van / in Macedonië staat
(hem) in de weg, inderdaad staat ook de beslissing van
onze vader (hem) in de weg. Jij kunt aan deze dingen
niet voorbijgaan zonder mijn bloed te vergieten; alles
onderneem jij en probeer jij. Tot nu toe heeft of mijn
zorg of mijn geluk jouw poging tot broedermoord
gedwarsboomd. Gisteren heb jij bij de
reinigingsplechtigheid, bij de parade en het
vermakelijke spiegelgevecht een bijna dodelijk gevecht
geleverd, en niets anders heeft mij van de dood gered
dan dat ik toegelaten heb dat ik en de mijnen overwonnen
werden. Van / Na het vijandelijke gevecht als van een
spel tussen broers, wilde jij mij naar het diner slepen.
Credis me, pater, inter inermes
convivas cenaturum fuisse, ad quem armati comisatum
venerunt? Credis nihil a gladiis nocte periculi mihi
futurum fuisse, quem rudibus te inspectante prope
occiderunt? Quid hoc noctis, quid inimicus ad iratum,
quid cum ferro succinctis iuvenibus venis? Convivam me
tibi committere ausus non sum: comisatorem te cum
armatis venientem recipiam? Si aperta ianua fuisset,
funus meum parares hoc tempore, pater, quo querentem
audis. Nihil ego, tamquam accusator, criminose nec
dubia argumentis colligendo ago. Quid enim? Negat
venisse se cum multitudine ad ianuam meam, an ferro
succinctos secum fuisse? Quos nominavero, arcesse.
Possunt quidem omnia audere, qui hoc ausi sunt: non
tamen audebunt negare. Si deprehensos intra limen meum
cum ferro ad te deducerem, rem pro manifesto haberes:
fatentes pro deprehensis habe.
Geloof jij, vader, dat ik temidden van ongewapende
gastvrienden zou hebben gegeten, (ik) naar wie gewapende
mannen gekomen zijn om aan het drinkgelag deel te nemen?
Geloof jij dat er ‘s nachts van de zwaarden (voor mij)
geen enkel gevaar was, die zij met hun oefenzwaarden
bijna hebben gedood, terwijl jij toekeek. Waarom kom je
op dat uur van de nacht, waarom als vijand naar iemand
die boos is, waarom samen met jongemannen uitgerust met
een zwaard? Ik heb niet gedurfd mij als gast aan jou toe
te vertrouwen: moest ik jou als drinkmakker ontvangen
terwijl je kwam samen met gewapende mannen? Als de deur
geopend was geweest, zou jij, vader, mijn begrafenis
organiseren op (dit) moment waarop jij mij mijn beklag
hoort doen. Ik voer geenszins een proces door te
beschuldigen zoals een aanklager en evenmin door met
argumenten twijfelachtige zaken te verzamelen; waarom
zou ik? Ontkent hij dat hij met een menigte naar mijn
deur is gekomen of dat er mannen uitgerust met een
zwaard bij hem waren? Ontbied wie ik genoemd zal hebben
/ zal noemen; zij die dit gedurfd hebben zijn weliswaar
in staat alles te durven; toch zullen zij niet durven
ontkennen. Als ik hen, betrapt in mijn huis met een
zwaard, naar jou zou leiden, zou jij de zaak als bewezen
beschouwen; wanneer zij bekennen, beschouw hen dan als
betrapt.
XL. 12.12 - 20
Ego tamen, quantum in hac subita
perturbatione potero, separabo ea, quae tu confudisti,
et noctis huius insidias aut tuas aut meas detegam.
Occidendi sui consilium inisse me videri uult, ut
scilicet maiore fratre sublato, cuius iure gentium,
more Macedonum, tuo etiam, ut ait, iudicio regnum est
futurum, ego minor in eius, quem occidissem,
succederem locum. Quid ergo illa sibi vult pars altera
orationis, qua Romanos a me cultos ait atque eorum
fiducia in spem regni me venisse? Nam si et in Romanis
tantum momenti credebam esse, ut quem vellent
imponerent Macedoniae regem, et meae tantum apud eos
gratiae confidebam, quid opus parricidio fuit? An ut
cruentum diadema fraterna caede gererem? Ut illis
ipsis, apud quos aut vera aut certe simulata probitate
partam gratiam habeo, si quam forte habeo,
exsecrabilis et invisus essem? Nisi T. Quinctium
credis, cuius nutu et consiliis me nunc arguis regi,
cum et ipse tali pietate vivat cum fratre, mihi
fraternae caedis fuisse auctorem.
Ik zal toch, in zoverre ik (dat) zal kunnen in deze
plotselinge verwarring, die dingen scheiden die jij
vermengd hebt, en ik zal of jouw of mijn hinderlaag /
complot van deze nacht aan het licht brengen. Hij wil de
indruk wekken dat ik het plan heb opgevat om hem te
doden, natuurlijk met de bedoeling dat nadat mijn oudere
broer uit de weg was geruimd / nadat ik . . . uit de weg
had geruimd, aan wie het koningschap zal toekomen door
het volkenrecht, door de gewoonte van de
Macedoniërs, ook door uw beslissing, zoals hij
zegt, ik als jongere (broer) de plaats zou innemen van
hem die ik had gedood. Wat is dus de bedoeling van dat
andere deel van de / zijn redevoering, waarin hij zegt
dat de Romeinen door mij zijn vereerd en dat ik door het
vertrouwen in hen hoop op de heerschappij heb gekregen?
Want als ik én geloofde dat er bij de Romeinen
zoveel invloed was dat zij wie zij maar wilden als
koning over Macedonië konden aanstellen, én
ook zozeer vertrouwde op mijn aanzien bij hen, waarom
was er dan een broedermoord nodig? Soms met de bedoeling
dat ik een diadeem, bebloed door broedermoord, zou
dragen? Met de bedoeling dat ik juist bij hen vervloekt
en gehaat zou zijn, bij wie ik aanzien heb, verworven of
door ware of door tenminste geveinsde deugdzaamheid, als
ik toevallig een of ander aanzien heb? Of het moest zijn
dat jij gelooft dat T. Quinctius, op wiens verzoek en
door wiens plannen jij nu beweert dat ik bestuurd word,
de aanstichter voor mij is geweest van de broedermoord,
hoewel hij ook zelf met zijn broer met een zo
voortreffelijke toewijding leeft.
Idem non Romanorum gratiam solum,
sed Macedonum iudicia ac paene omnium deorum
hominumque consensum collegit, per quae omnia se mihi
parem in certamine non futurum crediderit: idem,
tamquam in aliis omnibus rebus inferior essem, ad
sceleris ultimam spem confugisse me insimulat. Vis
hanc formulam cognitionis esse, ut, uter timuerit, ne
alter dignior videretur regno, is consilium opprimendi
fratris iudicetur cepisse?
Deze zelfde broer heeft niet alleen de invloed van de
Romeinen, maar ook de beslissingen van de
Macedoniërs en de eensgezindheid van bijna alle
goden en mensen aangevoerd om te veronderstellen dat hij
door al die dingen niet tegen mij in de strijd
opgewassen zal zijn; deze zelfde broer, alsof ik in alle
andere zaken zwakker was, beschuldigt mij ervan dat ik
mijn toevlucht heb genomen tot de laatste hoop, namelijk
die van een misdaad. Wil jij dat dit de formulering is
van het gerechtelijk onderzoek, namelijk dat degene van
ons beiden die bang was dat de ander de heerschappij
meer scheen te verdienen, geacht wordt het plan te
hebben opgevat zijn broer ten val te brengen?
XL. 21-
22.7
Philippus, simul ne otio miles
deterior fieret, simul avertendae suspicionis causa
quicquam a se agitari de Romano bello, Stobos Paeoniae
exercitu indicto in Maedicam ducere pergit. Cupido eum
ceperat in verticem Haemi montis ascendendi, quia
vulgatae opinioni crediderat Ponticum simul et
Hadriaticum mare et Histrum amnem et Alpes conspici
posse: subiecta oculis ea haud parvi sibi momenti
futura ad cogitationem Romani belli.
Zowel om te voorkomen dat zijn troepen door niets doen
zwakker zouden worden als ook om de verdenking af te
wenden dat er door hem iets werd ondernomen voor een
oorlog tegen de Romeinen, leidde Philippus, nadat hij
zijn leger had laten komen naar Stobi in Paeonië,
het verder naar Maedica. Het verlangen had hem
aangegrepen om de top van de berg Haemus te beklimmen,
omdat hij aan de algemene mening geloof had gehecht dat
tegelijkertijd de Zwarte Zee, de Adriatische Zee, de
rivier de Hister en de Alpen gezien konden worden; (hij
meende) dat wanneer deze aan zijn ogen waren
blootgesteld, zij van niet geringe betekenis voor hem
zouden zijn met het oog op het plan voor de oorlog tegen
de Romeinen.
Percunctatus regionis peritos de
ascensu Haemi, cum satis inter omnes constaret viam
exercitui nullam esse, paucis et expeditis per
difficillimum aditum, ut sermone familiari minorem
filium permulceret, quem statuerat non ducere secum,
primum quaerit ab eo, cum tanta difficultas itineris
proponatur, utrum perseverandum sit in incepto an
abstinendum. Si pergat tamen ire, non posse oblivisci
se in talibus rebus Antigoni, qui saeva tempestate
iactatus, cum in eadem nave secum suos omnes
habuisset, praecepisse liberis diceretur, ut et ipsi
meminissent et ita posteris proderent, ne quis cum
tota gente simul in rebus dubiis periclitari auderet.
Memorem ergo se praecepti eius duos simul filios non
commissurum in aleam eius, qui proponeretur, casus; et
quoniam maiorem filium secum duceret, minorem ad
subsidia spei et custodiam regni remissurum in
Macedoniam esse.
Nadat hij mensen had ondervraagd die bekend waren met
de streek, over de beklimming van de Haemus, aangezien
het onder allen voldoende vaststond dat er geen weg was
voor een leger, (en) dat voor enkelen (en dan nog)
lichtbewapenden de beklimming door onherbergzame
gebieden (al) heel moeilijk was, vroeg hij, opdat hij in
een persoonlijk gesprek zijn jongste zoon zou kalmeren,
van wie hij besloten had hem niet met zich mee te nemen,
hem eerst, omdat de moeilijkheid van de tocht zo groot
werd voorgesteld, of men moest doorgaan met het plan of
ervan afzien. (Hij zei) dat als hij er toch mee door zou
gaan, hij in dergelijke zaken / een dergelijke situatie
Antigonus niet kon vergeten, van wie, heen en weer
geslingerd door een woeste storm, gezegd werd dat hij,
toen hij in hetzelfde schip zijn hele familie bij zich
had gehad, zijn kinderen had aangeraden opdat zij zowel
zelf zich dat zouden herinneren als het zo aan het
nageslacht zouden doorgeven, (namelijk) dat niemand met
de hele familie tegelijkertijd in onzekere situaties
gevaar durfde te lopen. Dat hij dus denkend aan dit
voorschrift zijn twee zonen niet tegelijkertijd zou
blootstellen aan het gevaar van deze situatie die hem
voor ogen werd gesteld, en dat hij aangezien hij zijn
oudste zoon met zich mee zou nemen, zijn jongste zoon
ter ondersteuning van de hoop en ter bescherming van het
rijk naar Macedonië zou terugsturen.
Non fallebat Demetrium ablegari
se, ne adesset consilio, cum in conspectu locorum
consultarent, quae proxime itinera ad mare Hadriaticum
atque Italiam ducerent, quaeque ratio belli esset
futura. Sed non solum parendum patri, sed etiam
adsentiendum erat, ne invitum parere suspicionem
faceret. Ut tamen iter ei tutum in Macedoniam esset,
Didas ex praetoribus regiis unus, qui Paeoniae
praeerat, iussus est prosequi eum cum modico
praesidio. Hunc quoque Perseus, sicut plerosque patris
amicorum, ex quo haud cuiquam dubium esse coeperat, ad
quem regis animo ita inclinato hereditas regni
pertineret, inter coniuratos in fratris perniciem
habuit. In praesentia dat ei mandata, ut per omne
obsequium insinvaret se in quam maxime familiarem
usum, ut elicere omnia arcana specularique abditos
eius sensus posset. Ita digreditur Demetrius cum
infestioribus, quam si solus iret, praesidiis.
Het ontging Demetrius niet dat hij werd weggestuurd
opdat hij niet aanwezig zou zijn bij de bespreking,
wanneer hij (Philippus) bij het zien van de plaatsen zou
overleggen in welke richting de wegen het snelst naar de
Adriatische Zee en Italië zouden leiden en wat het
krijgsplan zou zijn. Maar niet alleen moest er door hem
aan zijn vader gehoorzaamd worden / moest hij zijn vader
gehoorzamen, maar ook moest hij zijn instemming
betuigen, om niet de verdenking te wekken dat hij
onwillig gehoorzaamde. Om ervoor te zorgen dat de reis
naar Macedonië voor hem toch veilig zou zijn, is
Didas, een van de stadhouders van de koning, die aan het
hoofd stond van Paeonië, bevolen hem te begeleiden
met een klein escorte. Ook hem rekende Perseus, zoals de
meesten van de vrienden van zijn vader, vanaf het moment
dat het voor iedereen duidelijk was begonnen te worden
aan wie de erfenis van het rijk zou toekomen, aangezien
dit de richting was van het denken van de koning, tot
degenen die zich door een eed verbonden hadden tot de
ondergang van zijn broer. Voor het moment gaf hij
(Perseus) hem instructies dat hij door elke vorm van
gehoorzaamheid een zo vertrouwelijk mogelijke omgang
(met hem) zou krijgen opdat hij alle geheimen kon
ontlokken en verborgen gedachten van hem kon
achterhalen. Zo vertrok Demetrius samen met een escorte
dat gevaarlijker was dan als hij alleen zou gaan.
Philippus Maedicam primum, deinde
solitudines interiacentes Maedicae atque Haemo
transgressus septimis demum castris ad radices montis
pervenit. ibi unum moratus diem ad deligendos, quos
duceret secum, tertio die iter est ingressus. modicus
primo labor in imis collibus fuit. quantum in
altitudinem egrediebantur, magis magisque silvestria
et pleraque invia loca excipiebant: pervenere deinde
in tam opacum iter, ut prae densitate arborum
immissorumque aliorum in alios ramorum perspici caelum
vix posset. ut vero iugis appropinquabant, quod rarum
in altis locis est, adeo omnia contecta nebula erant,
ut haud secus quam nocturno itinere impedirentur.
tertio demum die ad verticem perventum. nihil uulgatae
opinioni degressi inde detraxerunt, magis credo, ne
vanitas itineris ludibrio esset, quam quod diversa
inter se maria montesque et amnes ex uno loco conspici
potuerint. vexati omnes, et ante alios rex ipse, quo
gravior aetate erat, difficultate viae est. duabus
aris ibi Iovi et Soli sacratis cum immolasset, qua
triduo ascenderat, biduo est degressus, frigora
nocturna maxime metuens, quae caniculae ortu similia
brumalibus erant.
Nadat Philippus allereerst Maedica, vervolgens de
afgelegen streken die tussen Maedica en de Haemus in
liggen doorgetrokken was, kwam hij tenslotte op de
zevende dagmars bij de voet van de berg aan. Nadat hij
daar één dag had gestopt om degenen uit te
kiezen die hij met zich mee zou nemen, is hij op de
derde dag de tocht begonnen. Eerst was de inspanning bij
de laagste heuvels gering; naarmate zij omhooggingen,
kwamen zij in meer en meer bosrijke en zeer vele
onbegaanbare plaatsen terecht; vervolgens kwamen ze aan
bij zo’n schaduwrijk pad dat wegens de dichtheid van de
bomen en de takken die over elkaar waren gegroeid de
hemel nauwelijks gezien kon worden. Zodra zij echter de
bergketens naderden, was alles, hetgeen op hoge plaatsen
niet zeldzaam is, zozeer bedekt door een nevel, dat zij
niet anders werden gehinderd dan bij een nachtelijke
tocht. Eindelijk op de derde dag bereikte men de top.
Nadat zij vandaar waren weggegaan / na terugkomst, deden
zij geenszins afbreuk aan de algemene mening, meer, naar
ik geloof, om te voorkomen dat de mislukking van de
tocht voorwerp van spot zou zijn, dan omdat de
zeeën, bergen en rivieren die ver uit elkaar liggen
vanuit één plaats gezien konden worden.
Allen waren afgemat en vóór de anderen de
koning zelf, naarmate hij meer gebukt ging onder de
ouderdom, door de moeilijkheid van de reis. Toen hij
daar op twee altaren, die gewijd waren aan Juppiter en
de Zon, geofferd had, is hij in twee dagen afgedaald,
waarlangs hij in drie dagen omhoog was gegaan, vooral
bang voor de nachtelijke kou die bij het opkomen van de
Hondsster gelijk was aan de winterse kou.
XL.
22.15 - 24.8
Philippus omni genere laboris
sine ullo effectu fatigatis militibus et fraude Didae
praetoris auctis in filium suspicionibus in Macedoniam
rediit. Missus hic comes, ut ante dictum est, cum
simplicitatem iuvenis incauti et suis haud immerito
suscensentis adsentando indignandoque et ipse vicem
eius captaret, in omnia ultro suam offerens operam,
fide data arcana eius elicuit. Fugam ad Romanos
Demetrius meditabatur; cui consilio adiutor deum
beneficio oblatus videbatur Paeoniae praetor, per
cuius provinciam spem ceperat elabi tuto posse. Hoc
consilium extemplo et fratri proditur et auctore eo
indicatur patri. Litterae primum ad obsidentem Petram
adlatae sunt. Inde Herodorus - princeps hic amicorum
Demetrii erat - in custodiam est coniectus et
Demetrius dissimulanter adservari iussus.
Nadat Philippus zijn soldaten met elke soort van
inspanning zonder enig effect had afgemat en nadat zijn
verdenkingen jegens zijn zoon door het bedrog van de
stadhouder Didas versterkt waren, keerde hij naar
Macedonië terug. Deze (Didas), als begeleider
meegestuurd, zoals eerder is gezegd, heeft, toen hij op
de naïviteit van de jongeman, die onvoorzichtig was
en niet ten onrechte op de zijnen kwaad was, het gemunt
had door hem te vleien en door ook zelf verontwaardigd
te zijn over zijn lot, in alle opzichten uit eigen
beweging zijn hulp aanbiedend, zijn geheimen (aan hem)
ontlokt na zijn woord te hebben gegeven. Demetrius
bereidde zich voor op een vlucht naar de Romeinen; als
helper bij dit plan scheen door een weldaad der goden de
stadhouder van Paeonië zich aangeboden te hebben,
door wiens provincie hij de hoop had gekregen veilig te
kunnen ontsnappen. Dit plan werd zowel onmiddellijk aan
zijn broer verraden als op diens instigatie aan zijn
vader gemeld. Eerst werd er een brief naar hem gebracht
toen hij Petra belegerde; daarna werd Herodorus (hij was
de
beste vriend van Demetrius) in de gevangenis geworpen en
er werd bevolen dat Demetrius zonder dat hij het zou
merken in de gaten werd gehouden.
Haec super cetera tristem
adventum in Macedoniam regi fecerunt. Movebant eum et
praesentia crimina: exspectandos tamen, quos ad
exploranda omnia Romam miserat, censebat. His anxius
curis cum aliquot menses egisset, tandem legati, iam
ante praemeditati in Macedonia, quae ab Roma
renuntiarent, venerunt; qui super cetera scelera
falsas etiam litteras, signo adulterino T. Quinctii
signatas, reddiderunt regi. Deprecatio in litteris
erat, si quid adulescens cupiditate regni prolapsus
secum egisset: nihil eum adversus suorum quemquam
facturum neque eum se esse, qui ullius impii consilii
auctor futurus videri possit. Hae litterae fidem
Persei criminibus fecerunt. Itaque Herodorus extemplo
diu excruciatus sine indicio rei ullius in tormentis
moritur.
Bovenop al het andere maakten deze dingen de aankomst
in Macedonië voor de koning somber. Ook de huidige
beschuldigingen troffen hem; toch meende hij dat hij op
hen moest wachten die hij naar Rome had gestuurd om
alles te onderzoeken. Toen hij enkele maanden in angst
door deze zorgen had doorgebracht, zijn eindelijk de
gezanten gekomen, nadat al eerder in Macedonië
vooraf bedacht was wat zij uit Rome zouden / moesten
berichten. Zij overhandigden aan de koning naast hun
andere vergrijpen ook een verzonnen brief, verzegeld met
de vervalste zegel van Titus Quinctius. In de brief was
/ stond een verzoek om vergeving, voor het geval dat de
jongeman, wanneer hij door begeerte naar het koningschap
een fout had begaan, iets met hem had besproken; dat hij
niets tegen iemand van zijn familie zou ondernemen en
dat hij zelf niet van dien aard was dat hij de indruk
kon wekken de initiatiefnemer te zullen zijn van enig
goddeloos plan. Deze brief maakte de beschuldigingen van
Perseus geloofwaardig; nadat Herodorus daarom
onmiddellijk lange tijd was gefolterd, stierf hij zonder
informatie over enige zaak op de pijnbank.
Demetrium iterum ad patrem
accusavit Perseus. Fuga per Paeoniam praeparata
arguebatur et corrupti quidam, ut comites itineris
essent; maxime falsae litterae T. Quinctii urgebant.
Nihil tamen palam gravius pronuntiatum de eo est, ut
dolo potius interficeretur, nec id cura ipsius, sed ne
poena eius consilia adversus Romanos nudaret. Ab
Thessalonice Demetriadem ipsi cum iter esset, Astraeum
Paeoniae Demetrium mittit cum eodem comite Dida,
Perseum Amphipolin ad obsides Thracum accipiendos.
Digredienti ab se Didae mandata dedisse dicitur de
filio occidendo. Sacrificium ab Dida seu institutum
seu simulatum est, ad quod celebrandum invitatus
Demetrius ab Astraeo Heracleam venit. In ea cena
dicitur venenum datum. Poculo epoto extemplo sensit,
et mox coortis doloribus, relicto convivio cum in
cubiculum recepisset sese, crudelitatem patris
conquerens, parricidium fratris ac Didae scelus
incusans torquebatur. Intromissi deinde Thyrsis quidam
Stuberraeus et Beroeaeus Alexander iniectis tapetibus
in caput faucesque spiritum intercluserunt. Ita
innoxius adulescens, cum in eo ne simplici quidem
genere mortis contenti inimici fuissent, interficitur.
Perseus beschuldigde Demetrius opnieuw bij zijn vader.
De voorbereide vlucht door Paeonië werd (hem)
verweten en het feit dat bepaalde mensen waren omgekocht
om deelgenoot te zijn aan de tocht; vooral de verzonnen
brief van Titus Quinctius bracht hem in het nauw. Toch
is jegens hem geen enkele enigszins serieuze
beschuldiging openlijk gedaan, opdat / met de bedoeling
dat hij liever door list werd gedood; en dit gebeurde
niet uit zorg voor hemzelf, maar om te voorkomen dat
zijn straf de plannen tegen de Romeinen aan het licht
zou brengen. Toen er voor hemzelf een reis was / hijzelf
van Thessalonica naar Demetrias reisde, stuurde hij
Demetrius naar Astraeum in Paeonië samen met
dezelfde begeleider Didas, (en) Perseus naar Amphipolis
om de gijzelaars van de Thraciërs aan te nemen. Men
zegt dat hij aan Didas, toen deze van hem wegging,
instructies heeft gegeven aangaande het vermoorden van
zijn zoon. Er is door Didas of een offer georganiseerd
of voorgewend en, uitgenodigd om dit bij te wonen, kwam
Demetrius van Astraeum naar Heraclea. Men zegt dat bij
deze maaltijd het gif is gegeven. Nadat hij de beker had
leeggedronken, voelde hij (het) onmiddellijk, en nadat
snel daarna de pijnen waren opgekomen, (en) hij het
feest had verlaten, werd hij, toen hij zich in zijn
slaapkamer had teruggetrokken, door pijn gekweld,
terwijl hij de wreedheid van zijn vader beklaagde en
zijn broer beschuldigde van broedermoord en Didas van
misdaad. Nadat vervolgens een zekere Thyrsis uit
Stuberra en Alexander uit Beroea naar binnen gestuurd
waren, hebben zij, toen zij kleden over zijn hoofd en
keel hadden gegooid, zijn adem afgesneden. Zo werd de
onschuldige jongeman gedood, terwijl zijn vijanden bij
hem zelfs niet tevreden waren geweest met
één soort dood.
XL. 54 - 57.1
Eodem anno Philippus rex
Macedonum, senio et maerore consumptus post mortem
filii, decessit. Demetriade hibernabat, cum desiderio
anxius filii, tum paenitentia crudelitatis suae.
Stimulabat animum et alter filius haud dubie et sua et
aliorum opinione rex, conversique in eum omnium oculi,
et destituta senectus aliis exspectantibus suam
mortem, aliis ne exspectantibus quidem. Quo magis
angebatur, et cum eo Antigonus Echecratis filius,
nomen patrui Antigoni ferens, qui tutor Philippi
fuerat, regiae vir maiestatis, nobili etiam pugna
adversus Cleomenem Lacedaemonium clarus. Tutorem eum
Graeci, ut cognomine a ceteris regibus distinguerent,
appellarunt. Huius fratris filius Antigonus ex
honoratis Philippi amicis unus incorruptus
permanserat, eique ea fides nequaquam amicum Persea
inimicissimum fecerat. Is prospiciens animo, quanto
cum periculo suo hereditas regni ventura esset ad
Persea, ut primum labare animum regis et ingemiscere
interdum filii desiderio sensit, nunc praebendo aures,
nunc lacessendo etiam mentionem rei temere actae,
saepe querenti querens et ipse aderat. Et cum multa,
ut adsolet, veritas praeberet vestigia sui, omni ope
adiuvabat, quo maturius omnia emanarent. Suspecti ut
ministri facinoris Apelles maxime et Philocles erant,
qui Romam legati fuerant litterasque exitiales
Demetrio sub nomine Flaminini attulerant.
In hetzelfde jaar overleed Philippus, koning van de
Macedoniërs, verzwakt door zijn ouderdom en door
verdriet na de dood van zijn zoon. Hij overwinterde in
Demetrias, zowel onrustig door het verlangen naar zijn
zoon als door berouw over zijn (eigen) wreedheid. Evenzo
verontrustten zijn geest / hem zowel het feit dat zijn
andere zoon zonder twijfel, zowel volgens zijn eigen
mening als die van anderen, koning was en dat de ogen
van allen op hem waren gericht, als het feit dat zijn
ouderdom eenzaam was terwijl / omdat sommigen op zijn
dood wachtten en terwijl anderen zelfs niet (erop)
wachtten. En hij maakte zich hierdoor nog meer zorgen en
met hem Antigonus, de zoon van Echecrates, die de naam
van zijn oom Antigonus droeg, die de voogd van Philippus
was geweest, een man van / met koninklijke waardigheid,
ook door het vermaarde gevecht tegen de Spartaan
Cleomenes beroemd. De Grieken noemden hem de Voogd, om
hem met een bijnaam te onderscheiden van andere
koningen. Antigonus, de zoon van zijn broer, was als
enige van de hooggeplaatste vrienden van Philippus
onkreukbaar gebleven en deze trouw had de volstrekt niet
bevriende Perseus zeer vijandig aan hem gemaakt. Terwijl
hij voorzag met / in zijn geest met een hoe groot gevaar
voor hemzelf de erfenis van het koningschap zou toekomen
aan Perseus, (en) zodra hij merkte dat de geest van de
koning wankelde en dat hij soms begon te klagen uit
verlangen naar zijn zoon, nu eens door gehoor te
verlenen, dan weer door hem zelfs ertoe te brengen om te
spreken over de onbezonnen daad, klaagde hij vaak al
klagend met hem mee. En omdat de waarheid, zoals
gewoonlijk gebeurt, veel sporen van zichzelf naliet,
hielp hij uit alle macht opdat alles des te sneller aan
het licht kwam. Verdacht als helpers van de misdaad
waren vooral Apelles en Philocles, die de gezanten naar
Rome waren geweest en de voor Demetrius noodlottige
brief op naam van Flamininus hadden meegebracht.
Falsas esse et a scriba vitiatas
signumque adulterinum vulgo in regia fremebant.
Ceterum cum suspecta magis quam manifesta esset res,
forte Xychus obvius fit Antigono, comprehensusque ab
eo in regiam est perductus. Relicto eo custodibus
Antigonus ad Philippum processit. 'Multis' inquit
'sermonibus intellexisse videor magno te aestimaturum,
si scire vera omnia posses de filiis tuis, uter ab
utro petitus fraude et insidiis esset. Homo unus
omnium, qui nodum huius erroris exsolvere possit, in
potestate tua est Xychus. Forte oblatum perductumque
in regiam vocari iube.' Regi adductus primo ita negare
inconstanter, ut parvo metu admoto paratum indicem
esse appareret. Conspectum tortoris verberumque non
sustinuit, ordinemque omnem facinoris legatorum
ministeriique sui exposuit. Extemplo missi, qui
legatos comprehenderent, Philoclem, qui praesens erat,
oppresserunt: Apelles missus ad Chaeream quendam
persequendum indicio Xychi audito in Italiam traiecit.
De Philocle nihil certi vulgatum est: alii primo
audaciter negantem, postquam in conspectum adductus
sit Xychus, non ultra tetendisse, alii tormenta etiam
infitiantem perpessum adfirmant. Philippo
redintegratus est luctus geminatusque; et
infelicitatem suam in liberis graviorem, quod alter
superesset, censebat.
Overal in het paleis mompelde men dat de brief
verzonnen was en door een schrijver vervalst was en dat
de zegel nagemaakt was. Toen de zaak echter meer
verdacht dan bewezen was, ontmoette toevallig Xychus
Antigonus, en nadat hij door hem gearresteerd was, werd
hij naar het paleis gebracht. Nadat hij hem aan bewakers
had overgelaten, ging Antigonus naar Philippus. ‘Uit
vele gesprekken’, zei hij, ‘meen ik begrepen te hebben
dat jij het zeer zult waarderen als jij de hele waarheid
over je zonen zou kunnen / kon weten, wie van beiden
door de ander met bedrog en een complot is bedreigd. De
enige man van allen, die de knoop van deze onzekerheid
kan ontwarren, is in jouw macht, (namelijk) Xychus.
Beveel dat hij, die toevallig is ontmoet en naar jouw
paleis is gebracht, geroepen wordt.’ Voor de koning
voorgeleid ontkende hij aanvankelijk zo onzeker, dat hij
een bereidwillige informant bleek te zijn wanneer weinig
angst teweeg was gebracht. Hij verdroeg de aanblik van
de folteraar en de zwepen niet en hij onthulde de hele
toedracht van de misdaad van de gezanten en van zijn
eigen hulp. Meteen zijn er mensen gestuurd die de
gezanten moesten arresteren. Zij verrasten Philocles,
die aanwezig was; Apelles, die erop uit was gestuurd om
een zekere Chaereas te achtervolgen, is, nadat hij van
de aangifte van Xychus had gehoord, naar Italië
overgestoken. Over Philocles is niets zekers bekend:
sommigen beweren dat hij, terwijl hij aanvankelijk
brutaal ontkende, niet langer heeft volgehouden, nadat
Xychus onder zijn ogen is gebracht, anderen beweren dat
hij ook de folteringen verdragen heeft terwijl hij bleef
ontkennen. Voor Philippus werd het verdriet hernieuwd en
verdubbeld; en hij beschouwde zijn ongeluk met zijn
kinderen erger, omdat de ander van de twee nog in leven
was.
Perseus certior factus omnia
detecta esse, potentior quidem erat, quam ut fugam
necessariam duceret: tantum ut procul abesset,
curabat, interim velut ab incendio flagrantis irae,
dum Philippus viveret, se defensurus. Is spe potiundi
ad poenam corporis eius amissa, quod reliquum erat, id
studere, ne super impunitatem etiam praemio sceleris
frueretur. Antigonum igitur appellat, cui et palam
facti parricidii gratia obnoxius erat, et nequaquam
pudendum aut paenitendum eum regem Macedonibus propter
recentem patrui Antigoni gloriam fore censebat.
'Quando in eam fortunam veni,' inquit 'Antigone, ut
orbitas mihi, quam alii detestantur parentes,
optabilis esse debeat, regnum, quod a patruo tuo
forti, non solum fideli, tutela eius custoditum et
auctum etiam accepi, id tibi tradere in animo est. Te
unum habeo, quem dignum regno iudicem. Si neminem
haberem, perire et exstingui id mallem quam Perseo
scelestae fraudis praemium esse. Demetrium excitatum
ab inferis restitutumque credam mihi, si te, qui morti
innocentis, qui meo infelici errori unus illacrimasti,
in locum eius substitutum relinquam.'
Perseus, op de hoogte gesteld dat alles aan het licht
was gebracht, was echter te machtig om een vlucht
noodzakelijk te vinden; hij zorgde er slechts voor dat
hij op een grote afstand bleef, van plan om zich in de
tussentijd, zolang Philippus leefde, te verdedigen tegen
als het ware de brand / vlammen van diens hevige woede.
Nadat hij (Philippus) de hoop had verloren om zijn
persoon [Perseus] in handen te krijgen voor de straf /
om hem te straffen, legde hij zich toe op dat wat er
overgebleven was, namelijk om te voorkomen dat hij
(Perseus) behalve het ontlopen van de straf ook nog zou
genieten van de beloning van de misdaad. Hij riep dus
Antigonus bij zich, aan wie hij verplichtingen had
vanwege de onthulling van de broedermoord, en hij meende
dat deze voor de Macedoniërs wegens de recente roem
van zijn oom Antigonus een koning zou zijn voor wie zij
zich geenszins hoefden te schamen of over wie zij
geenszins ontevreden hoefden te zijn. ‘Aangezien ik,
Antigonus, in zo’n toestand ben gekomen,’ zei hij, ‘dat
de kinderloosheid, die andere ouders vervloeken, voor
mij wenselijk moet zijn, ben ik van plan om dit
koninkrijk, dat ik van jouw oom heb gekregen, dat door
zijn dappere en niet alleen trouwe voogdij is beschermd
en zelfs vergroot, aan jou na te laten. Ik heb /
beschouw jou als enige die ik het koningschap waardig
acht. Als ik niemand zou hebben, zou ik liever willen
dat dit verloren ging en beëindigd werd dan dat het
voor Perseus de beloning is voor zijn misdadig bedrog.
Ik zal geloven dat Demetrius uit de Onderwereld is
opgeroepen en mij is teruggegeven, als ik jou, die als
enige over de dood van een onschuldige en over mijn
ongelukkige vergissing heeft gehuild, als zijn
plaatsvervanger zal achterlaten.’
Ab hoc sermone omni genere
honoris producere eum non destitit. Cum in Thracia
Perseus abesset, circumire Macedoniae urbes
principibusque Antigonum commendare; et si vita
longior suppetisset, haud dubium fuit, quin eum in
possessione regni relicturus fuerit. Ab Demetriade
profectus Thessalonicae plurimum temporis moratus
fuerat. Inde cum Amphipolim venisset, gravi morbo est
implicitus. Sed animo tamen aegrum magis fuisse quam
corpore constat; curisque et vigiliis, cum identidem
species et umbrae insontis interempti filii agitarent,
exstinctum esse cum diris exsecrationibus alterius.
Tamen admoveri potuisset Antigonus, si aut affuisset
aut statim palam facta esset mors regis. Medicus
Calligenes, qui curationi praeerat, non exspectata
morte regis, a primis desperationis notis nuntios per
dispositos equos, ita ut convenerat, misit ad Perseum,
et mortem regis in adventum eius omnes, qui extra
regiam erant, celavit. Oppressit igitur necopinantes
ignarosque omnes Perseus et regnum scelere partum
invasit.
Na dit gesprek hield hij niet op om met hem met elke
soort van eer te onderscheiden. Terwijl Perseus in
Thracië ver weg was, ging hij langs steden van
Macedonië en beval Antigonus aan bij de leiders; en
als zijn leven langer had geduurd, zou hij hem
ongetwijfeld in het bezit van de troon hebben
achtergelaten. Nadat hij uit Demetrias was vertrokken,
had hij zeer veel tijd in Thessalonica doorgebracht;
toen hij vandaar naar Amphipolis was gekomen, werd hij
ernstig ziek. Maar het staat vast dat hij toch meer in
zijn geest ziek was dan in zijn lichaam; en dat hij door
zorgen en slapeloosheid, omdat herhaaldelijk de
verschijning en de spookgestaltes van zijn onschuldige
zoon, die vermoord was, hem verontrustten, is gestorven
onder gruwelijke verwensingen aan het adres van de
ander. Toch had Antigonus <erbij gehaald?>
gewaarschuwd [lees: admoneri !?!?] kunnen worden, als of
hij erbij aanwezig wasgeweest of de dood van de koning
meteen bekend was gemaakt. De arts Calligenes, die de
leiding had van de verzorging, heeft, nadat hij de dood
van de koning niet had afgewacht, bij de eerste tekenen
van een hopeloze toestand bodes op paarden die op
verschillende plaatsten klaar stonden, zoals was
afgesproken, naar Perseus gestuurd en heeft de dood van
de koning tot diens komst voor allen die buiten het
paleis waren, verborgen. Perseus overweldigde dus allen
zonder dat ze iets vermoedden of wisten en met geweld
eigende hij zich het koningschap toe dat hij door
misdaad had verworven.
|