|

Herodotus
Skyles
(Uit : Barnsteen. Een bundel verhalen
uit de klassieke oudheid,
vertaald (...) door M. A. Schwartz. MCMLIII.
Amsterdam/Brussel, Elsevier.)
De Skythen hebben een grondige afkeer
van vreemde zeden, van die van alle volken, maar
vooral van Griekse zeden, zoals het geval van Skyles
bewijst.
Skyles was een van de zoons van Ariapeithes, de koning
van de Skythen. Zijn moeder was geen inheemse, maar
een vrouw uit Istria, van wie hij de Griekse taal en
het Griekse schrift leerde. Toen nu Ariapeithes enige
tijd later stierf (hij werd verraderlijk vermoord door
Spargapeithes, de koning van de Agathyrsen), nam
Skyles het koningschap over en eveneens de vrouw van
zijn vader, Opoia geheten, een Skythische van
geboorte.
Toen Skyles over de Skythen regeerde, voelde hij niets
voor de Skythische leefwijze, maar als gevolg van zijn
opvoeding was hij veel meer gehecht aan die der
Grieken. Daarom maakte hij er een gewoonte van, zo
vaak hij met zijn leger verscheen voor de stad van de
Borystheniten, die volgens hun eigen zeggen
Milesiërs zijn, - om dus, zo vaak hij daar kwam,
zijn leger in de voorstad achter te laten, maar zelf
de stad binnen te gaan en de poorten achter zich te
sluiten. Dan legde hij zijn Skythische kleren af en
trok hij een Grieks kleed aan en in die dracht
wandelde hij rond op de markt, door geen lijfwacht,
door niemand vergezeld. De poorten liet hij door de
Borystheniten bewaken, opdat niemand van de Skythen
hem in die klederdracht zou zien. Ook verder leefde
hij dan geheel als Griek en bracht hij offers aan de
goden volgens de godsdienstige gebruiken der Grieken.
Wanneer hij zo een maand of langer daar had
doorgebracht, trok hij zijn Skythische kleren weer aan
en ging heen. Dit deed hij herhaaldelijk, ja, hij liet
zelfs een huis voor zich bouwen in Borysthenes en hij
nam een Borysthenitische tot vrouw, die hij in dat
huis liet wonen.
Maar toen de tijd voor zijn ondergang was gekomen,
trof hem onheil naar aanleiding van het volgende. Hij
begeerde te worden ingewijd in de
Bacchusmysteriën en toen hij op het punt stond
die inwijding te ontvangen, kreeg hij een merkwaardig
voorteken. Het huis, dat hij, zoals ik kort te voren
vertelde, in Borysthenes had, een groot en kostbaar
paleis, omgeven door sphinxen en griffioenen van wit
marmer, werd door de god met de bliksem getroffen en
brandde tot de grond toe af. Skyles liet zich hierdoor
niet afschrikken, maar voltooide zijn inwijding. Nu
maken de Skythen de Grieken een verwijt van hun
Bacchusverering; zij zeggen nl., dat het onredelijk is
een god te aanbidden, die de mensen tot razernij
brengt. Nauwelijks was Skyles tot volgeling van
Bacchus ingewijd, of een der Borystheniten haastte
zich heimelijk naar de Skythen, om het hun mee te
delen. "Gij lacht ons uit, Skythen," zo zeide hij,
"dat wij in vervoering geraken, zodra de god Bacchus
ons aangrijpt. Nu heeft die god ook uw eigen koning
aangegrepen; hij vereert Bacchus en wordt door hem tot
razernij toe bezield. Als ge me niet gelooft, gaat dan
mee en ik zal het u tonen." De leiders van het
Skythische volk gingen mee met de man uit Borysthenes,
die hen heimelijk de stad binnenbracht en hun een
plaats gaf op een van de torens. Toen nu Skyles met de
feestvierende troep voorbijkwam en de Skythen hem
zagen delen in de Bacchantische geestvervoering,
beschouwden zij dit als een groot onheil. Zij gingen
terug en meldden aan het gehele leger, wat zij hadden
gezien.
Toen Skyles enige tijd later naar zijn eigen
landstreek wilde terugkeren, brak er een opstand tegen
hem uit en de Skythen kozen zijn broer Oktomasades tot
hun aanvoerder, door zijn moeder een kleinzoon van de
Thracische koning Tereus. Toen Skyles vernam, wat er
tegen hem gaande was en de reden ervan, zocht hij een
toevlucht in Thracië. Zodra Oktomasades dat
hoorde, trok hij met zijn leger daarheen en rukte
voorwaarts tot aan de Donau, waar hij de
strijdkrachten van de Thraciërs tegenover zich
vond. Het gevecht zou juist beginnen, toen de
Thracische koning Sitalkes aan Oktomasades de volgende
boodschap zond: "Waarom moeten wij onze krachten meten
in een strijd? Gij zijt de zoon van mijn zuster en gij
hebt een broer van mij aan uw hof. Geef hem mij terug
en ik lever u uw Skyles uit. Dan sparen wij onze
legers, zowel gij als ik." Dit was de boodschap, die
de heraut overbracht. Een broer van Sitalkes was nl.
vroeger gevlucht en had bescherming gezocht bij
Oktomasades. Oktomasades nam het voorstel aan. Hij
leverde zijn eigen oom aan Sitalkes uit en ontving in
ruil zijn broer Skyles. Sitalkes nam zijn broer mee en
keerde naar zijn land terug; maar Oktomasades liet
Skyles terstond daar ter plaatse onthoofden.
Zo strikt houden de Skythen zich aan hun eigen zeden
en zo streng straffen zij hen, die vreemde gebruiken
aannemen.
Herodotus IV 78 - 80
|