catullus

carmen XCIX

Surripui tibi dum ludis, mellite Iuventi,
saviolum dulci dulcius ambrosia.
verum id non impune tuli: namque amplius horam
suffixum in summa me memini esse cruce,
dum tibi me purgo nec possum fletibus ullis
tantillum vestrae demere saevitiae.
nam simul id factumst, multis diluta labella
guttis abstersisti omnibus articulis,
ne quicquam nostro contractum ex ore maneret,
tanquam commictae spurca saliva lupae.
..........
praeterea infesto miserum me tradere Amori
non cessasti omnique excruciare modo,
ut mi ex ambrosia mutatum iam foret illud
saviolum tristi tristius helleboro.
quam quoniam poenam misero proponis amori
numquam iam posthac basia surripiam.
 

werkvertaling

.....

 

vergelijk :

99

Ik ontstal je, lieve Iuventius, tijdens het spel
een kusje - heerlijker dan heerlijke ambrozijn;
maar ongestraft kwam ik daar niet vanaf, want ik weet nog
hoe ik, meer dan een uur als aan het kruis genageld,
jou mijn excuses maakte, zonder dat mijn tranenvloed
ook maar iets van die boosheid van je wegnemen kon.
Want zodra het was gebeurd, spoelde je je lippen met
een stroom water, veegde ze af met je tien vingers
- dat er toch maar geen spoor van mijn mond achter zou blijven -
alsof het vuil spuug van een afgelikte slet was.
Verder hield je niet op mij, arme, uit te leveren
aan Amors wraak en mij onmogelijk te kwellen,
zodat voor mij toen in plaats van ambrozijn dat kusje
een nasmaak kreeg, veel bitterder dan bitter nieskruid.
Daar je zó een ongelukkige liefde wilt straffen,
zal ik je voortaan nooit, nooit meer kussen ontstelen ...

(Catullus. Verzamelde verzen,
vertaald door Lucette M. Oostenbroek.
Leiden, Dimensie. 1986.)