catullus
carmen VII
Quaeris, quot mihi
basiationes
tuae, Lesbia, sint satis superque.
quam magnus numerus Libyssae harenae
lasarpiciferis iacet Cyrenis,
oraclum Iovis inter aestuosi
et Batti veteris sacrum sepulcrum,
aut quam sidera multa, cum tacet nox,
furtivos hominum vident amores,
tam te basia multa basiare
vesano satis et super Catullost,
quae nec pernumerare curiosi
possint nec mala fascinare lingua.
werkvertaling
Jij vraagt, hoeveel
kussen voor mij
van jou (of: aan jou), Lesbia, genoeg en meer dan
genoeg zijn.
Een getal zo groot als het Libische zand,
dat ligt in Cyrene dat lasarpicium voortbrengt,
tussen het orakel van de gloeiende Iuppiter
en het heilig graf van de oude Battus,
of zo veel sterren als de heimelijke liefdes
van de mensen zien, wanneer de nacht zwijgt,
dat jij zo veel kussen kust (of: zo veel kussen jou
te kussen)
is genoeg en meer dan genoeg voor jouw
smoorverliefde Catullus;
bemoeials moeten ze niet kunnen tellen
en een boze tong niet kunnen betoveren.
metrum:
hendecasyllabus
quaéris
quót mihi básiátiónes
túae lésbia sínt satís
supérque
etc
vergelijk:
Wanneer zou ik van je
kussen
eindelijk verzadigd zijn?
Zooveel korrels zand als tusschen
Nijl en Niger de woestijn,
zooveel sterren als de hemel
telt in wolkenloozen nacht,
als hun fonkelend gewemel
over 't minnekoozen lacht,
zóóveel van je eigen kussen,
dat geen laster zelfs ze telt,
kunnen nog den brand niet blusschen
van den waanzin, die mij kwelt.
(C. Valerius Catullus,
nagevolgd door A. Rutgers van der Loeff.
Boucher - Den Haag, MCMXXXVII.)
7
Je vraagt, Lesbia,
hoeveel van jouw zoensels
mij kunnen verzadigen, en meer dan dat?
Zoveel als er Lybisch woestijnzand ligt rond
het gentiaanrijk Cyrene, tussen
het orakel van de hete Jupiter
en het gewijde graf van Battus, de held;
of zoveel als er sterren neerzien op de
geheime min der mensen, als de nacht zwijgt.
Als je me met zoveel zoenen overdekt,
is jouw verdwaasde Catullus verzadigd:
ontelbaar voor al te belangstellenden
en voor boze tongen met hun zwarte kunst.
(Catullus. Verzamelde
werken,
vertaald door Lucette M. Oostenbroek.
Dimensie, Leiden. 1986.)
|