catullus

carmen II

Passer, deliciae meae puellae,
quicum ludere, quem in sinu tenere,
cui primum digitum dare appetenti
et acris solet incitare morsus,
cum desiderio meo nitenti
carum nescio quid lubet iocari,
credo ut, cum gravis acquiescet ardor,
sit solaciolum sui doloris,
tecum ludere sicut ipsa possem
et tristis animi levare curas!

 

werkvertaling

Musje, schatje van mijn meisje,
met wie zij gewend is te spelen, die zij vaak op schoot houdt,
aan wie zij gewend is haar vingertopje te geven om naar te pikken
en bij wie zij gewend is felle beten op te wekken,
wanneer mijn stralend verlangen
zin heeft in ik weet niet wat voor lieve spelletjes,
ik denk om haar verdriet te troosten,
wanneer de laaiende hartstocht tot rust komt,
kon ik maar met jou spelen zoals zij zelf
en de sombere zorgen van mijn hart verlichten!

 

metrum:
hendecasyllabus

pásser déliciaé meaé puéllae
quícum lúdere quem _ ín sinú tenére
etc

 

vergelijk :

Overal borsten

Mus - meubelbruin
gefineerd vogeltje
en nog dezelfde die

tot groot verdriet
van Catullus tussen
Lesbia's borsten huisde.

Zijn gedichten
deze mus - ze zijn
nog net als toen

hun gegeven zo genesteld
genesteld
in de genen

dat iedereen
meteen herkent,
Catullus en zijn mus.

Alleen Lesbia
zij is er niet en
overal borsten!

J. Bernlef (* 1937)

 

Sijsje, waar mijn meisje graag mee speelt,
dat zij aan haar borst drukt, dat zij streelt,
dat zij driftig in haar pink laat pikken,
als zij troost zoekt in de oogenblikken,
dat het hartje van mijn lieveling
harder klopt, alsof het barsten ging,
tot ontspanning van 't geprangd gemoed
en verkoeling van den fellen gloed,
mocht ik als je zoete lieve vrouw
vrede vinden in een spel met jou!

C. Valerius Catullus, nagevolgd door A. Rutgers van der Loeff.
Boucher - Den Haag. MCMXXXVII.

 

2

Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,
jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,
jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt
om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,
wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van
verlangen naar mij, in een lief spel met jou -
als tedere troost voor haar pijn, denk ik,
zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt -
kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,
en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!

(Catullus. Verzamelde verzen,
vertaald door Lucette M. Oostenbroek.
Dimensie, Leiden. 1986.)

 

carmen IIA

Tam gratumst mihi quam ferunt puellae
pernici aureolum fuisse malum,
quod zonam solvit diu ligatam.

werkvertaling

Het is mij zo welkom als men zegt dat voor het
snelle meisje de gouden appel was,
die haar lang gebonden gordel losmaakte.

 

vergelijk:

2b

Zo lief is mij dit, als de gouden appel
- naar men zegt - het rapvoetige meisje was,
die haar lang toegeknoopte gordel ontbond.

(Catullus. Verzamelde verzen,
vertaald door Lucette M. Oostenbroek.
Dimensie, Leiden. 1986.)