catullus
carmen CIX
Iucundum, mea vita, mihi proponis
amorem
hunc nostrum inter nos perpetuumque fore.
di magni, facite ut vere promittere possit,
atque id sincere dicat et ex animo,
ut liceat nobis tota perducere vita
aeternum hoc sanctae foedus amicitiae.
werkvertaling
Jij stelt mij in het vooruitzicht,
mijn leven, dat deze liefde van ons
tussen ons plezierig en duurzaam zal zijn.
Grote goden, maakt dat zij dit naar waarheid kan beloven,
en dat zij dit oprecht zegt en van harte,
zodat wij ons hele leven lang mogen blijven bij
dit eeuwige verdrag van heilige vriendschap.
vergelijk :
Uit jouw mond,
lieveling, heeft het geklonken,
dat onze liefde één geluk zal zijn,
een eeuwigheid van ongekende blijdschap.
God in den hemel, laat het waarheid zijn,
laat zij het meenen, dat ons heele leven
aan dezen vriendschapsbond gewijd mag zijn!
(C. Valerius Catullus, nagevolgd
door A. Rutgers van der Loeff.
Boucher - Den Haag, MCMXXXVII.)
109
Een liefde vol heerlijks, mijn
liefste, spiegel je me voor -
die van ons, van ons tweeën moet zijn, en voor altijd.
Gij goden, maak dat zij tot écht beloven in staat is
en dit in oprechtheid en uit overtuiging zegt:
dat heel ons leven deze eeuwige verbintenis,
deze onschendbare liefdesband moge duren.
(Catullus. Verzamelde verzen,
vertaald door Lucette M. Oostenbroek.
Dimensie, Leiden. 1986.)
|