catullus

carmen I

Cui dono lepidum novum libellum
arida modo pumice expolitum?
Corneli, tibi: namque tu solebas
meas esse aliquid putare nugas,
iam tum cum ausus es unus Italorum
omne aevum tribus explicare chartis
doctis, Iuppiter, et laboriosis.
quare habe tibi quicquid hoc libelli,
qualecumque; quod, o patrona virgo,
plus uno maneat perenne saeclo.

 

werkvertaling

Aan wie geef ik het nieuwe aardige boekje,
zojuist met droge puimsteen gepolijst?
Cornelius, aan jou: want jij had de gewoonte
te vinden, dat mijn onbenulligheden iets [waard] waren,
reeds toen, toen jij het waagde als enige van de Italiërs
het hele tijdperk te ontvouwen in drie geschriften [=boeken],
geleerd, bij Juppiter, en vol [=het resultaat van] hard werken.
Pak daarom maar aan wat dit boekje ook is,
hoe het ook maar mag zijn; o beschermvrouw,
moge het meer dan één generatie/eeuw in stand blijven.

 

commentaar

Catullus draagt zijn poëzie op aan Cornelius Nepos. Nepos kwam uit dezelfde streek als Catullus en was zo'n acht jaar ouder. Hij schreef biografieën van beroemde mannen, die bewaard zijn gebleven, maar ook liefdespoëzie, die verloren is gegaan. Ook de 'Chronica', waar Catullus in bovenstaand gedicht naar verwijst, zijn niet bewaard gebleven.

 

metrum:
hendecasyllabus
(elf lettergrepen)

x x -- ~ ~ -- ~ -- ~-- x
x = lang of kort
-- = lang
~ = kort
_ = het samenvoegen van lettergrepen:

cuí donó lepidúm novúm libéllum
áridá modo púmice_éxpolítum
córnelí tibi námque tú solébas
méas ésse_aliquíd putáre núgas
iám tum cum_aúsus es únus ítalórum
ómne_aevúm tribus éxplicáre chártis
dóctis iúppiter ét labóriósis
quáre_habé tibi quícquid hóc libélli
quálecúmque quod ó patróna vírgo
plús unó maneát perénne saéclo

 

vergelijk:

Dit aardig boekje, keurig ingebonden,
aan wien moet het nu opgedragen zijn?
Aan u, Cornelius! Gij vondt mijn versjes
zoo gek nog niet, al waren ze wat klein,
en dat nog wel toen in drie dikke deelen
gij 's werelds loop, als voor u geen Romein,
onthuldet met veel wetenschap en ijver.
Pak aan dus! 't Is niet veel, maar het is mijn;
en als mijn schutsgodin mij wil verhooren,
dan zal het na een eeuw nog levend zijn.

C. Valerius Catullus, nagevolgd door A. Rutgers van der Loeff.
Boucher - Den Haag. MCMXXXVII.

 

1

Voor wie is dit boekje, speels en splinternieuw,
met droge puimsteen pas gepolijst? Voor jou,
Cornelius: want jij zag altijd al iets
in mijn bagatellen, vroeger al, toen jij
als enige Romein het aangedurfd hebt
heel de beschaving te ontrollen in drie
geleerde, donders! en doorwrochte delen.
Aanvaard daarom dit boekje ongeacht zijn
waarde; o schutspatrones, laat het langer
dan één eeuw, laat het eeuwig blijven bestaan!

(Catullus. Verzamelde verzen,
vertaald door Lucette M. Oostenbroek.
Dimensie, Leiden. 1986.)