Caesar : De Gallische Oorlog I.2

Bij de Helvetii was Orgetorix verreweg het aanzienlijkst en het rijkst. Hij maakte, toen Marcus Messala en Marcus Piso consul waren, hiertoe gebracht door de begeerte naar het koningschap, een samenzwering van de adel en haalde zijn medeburgers over, om uit hun gebied met al hun bezittingen weg te gaan: (hij zei, dat) het heel makkelijk was, aangezien zij in moed allen overtroffen, zich meester te maken van de macht over heel Gallia.

Hij haalde hen hiertoe des te makkelijker over, omdat de Helvetii van alle kanten door natuurlijke grenzen worden ingesloten: aan een kant door de zeer brede en zeer diepe rivier de Rijn, die het Helvetisch gebied van (dat van) de Germanen scheidt, aan de andere kant door het zeer hoge Juragebergte, dat ligt tussen de Sequani en de Helvetii, aan de derde kant door het Lac Leman en de rivier de Rhône, die onze provincie scheidt van de Helvetii. Door deze dingen kwam het, dat zij minder wijd uitzwierven en minder gemakkelijk oorlog konden voeren met de aangrenzende stammen; en in dit opzicht werden de mannen, begerig om oorlog te voeren, door grote frustratie getroffen. Zij vonden, dat zij in verhouding tot de menigte (van) mensen [autem niet vertaald] en in verhouding tot hun roem in de oorlog en van hun dapperheid een te klein gebied hadden, dat zich uitstrekte over een lengte van 240 mijlen, (en) een breedte van 180.