Inhoudsoverzicht van de Ilias

 

Boek 1 — Pest, Wrok van Achilles (Loimos, Mênis)

001-007: Muzenaanroep, thema
008-052: Agamemnon bruskeert Chryses, Apollo stuurt de Grieken pest.
053-100: Legervergadering. Kalchas wijst de behandeling van Chryses aan als oorzaak van de pest: Chryses’ dochter moet zonder losprijs worden teruggegeven.
101-187: Agamemnon eist onmiddellijke compensatie voor Chryseïs. Achilles protesteert tegen deze claim. Agamemnon kondigt aan hem Briseïs te zullen afnemen.
188-222: Athena weerhoudt Achilles ervan Agamemnon te doden.
223-247: Achilles beschimpt Agamemnon en kondigt aan niet meer mee te vechten.
247-303: Vergeefse bemiddelingspoging van Nestor
304-348: Chryseïs ingescheept; zoenoffer. Agamemnon laat Briseïs bij Achilles weghalen.
348-430: Achilles beklaagt zich bij Thetis, die hem belooft bij Zeus genoegdoening te zullen vragen.
430-487: Odysseus restitueert Chryseïs aan haar vader.
488-530: Thetis doet Zeus beloven de Grieken te laten verliezen tot zij Achilles zullen eren.
531-611: Zeus bekent Hera wat hij Thetis heeft beloofd. Hephaistos sust de twist die daarop dreigt uit te breken. Godenmaaltijd tot de avond valt.

Boek 2
— Droom, Test, Catalogus (Oneiros, Diapeira, Boiôtia ê katalogos neôn)

001-047: Zeus zendt Agamemnon een droom: hij moet aanvallen, nu kan Troje worden genomen.
048-086: Agamemnon roept een legervergadering bijeen. In de raad van ‘ouderlingen' vertelt hij van de droom en kondigt aan eerst het leger op de proef te zullen stellen door een bevel tot terugkeer.
087-154: Legervergadering. Agamemnons voorstel tot terugkeer wordt enthousiast ontvangen.
155-210: Op verzoek van Hera grijpt Athena in. Zij beveelt Odysseus de manschappen tot de orde te roepen. Odysseus spreekt tot de vergadering.
211-277: Allen gehoorzamen Odysseus, behalve Thersites; Odysseus wijst hem terecht.
278-335: Redevoering van Odysseus, die begrip toont voor het verlangen naar huis, maar aanspoort niettemin vol te houden, herinnerend aan een goed voorteken in Aulis. Dit ontmoet bijval.
336-368: Redevoering van Nestor die ook aanspoort vol te houden en refereert aan een ander voorteken. Agamemnon moet het krijgsvolk opnieuw ordenen teneinde de discipline te herstellen.
369-401: Agamemnon prijst Nestor. Na het maal moet de strijd beginnen. Algemene instemming.
402-440: Maaltijd. Offer en gebed van Agamemnon. Nestor adviseert nu te gaan vechten.
441-483: Het leger komt bijeen (beschreven in een serie vergelijkingen).
483-493: Hernieuwde Muzenaanroep.
494-877: ‘Catalogus’
494-785: Opsomming van de Griekse strijdkrachten
786-815: Iris meldt Priamus dat de Grieken optrekken; de Trojanen rukken uit en stellen zich op.
816-877: Opsomming van de Trojaanse strijdkrachten en hun bondgenoten.

Boek 3
— Wapenstilstand, Teichoskopie, Duel van Paris en Menelaos
(Horkoi, Teichoskopia, Paridos kai Menelaou monomachia)

001-075: De legers rukken op. Paris wijkt bij het zien van Menelaos. Terechtgewezen door Hektor belooft hij met Menelaos te zullen duelleren met Helena als inzet.
076-120: Hektor maakt dit aanbod bekend, Menelaos accepteert; wapenstilstand. Hektor zendt herauten uit om Priamus te halen, die de overeenkomst moet bekrachtigen.
121-244: Iris stelt Helena op de hoogte en dirigeert haar naar de stadsmuur om het duel te zien. Daar wijst ze Priamos de belangrijkste Grieken (expositie).
245-313: Priamus bekrachtigt buiten de stad met Agamemnon de overeenkomt.
314-382: Duel van Paris en Menelaos. Paris verliest, maar wordt door Aphrodite gered en naar Troje gebracht.
383-447: Aphrodite brengt Helena tegen haar zin bij Paris.
448-461: Menelaos zoekt zijn verdwenen tegenstander. Agamemnon roept hem tot winnaar uit en eist dienovereenkomstig Helena op.

Boek 4
— Verbreking van de wapenstilstand, Agamemnon’s inspectie
(Horkôn sunchusis, Agamemnonos epipôleia)

001-084: Godenvergadering. Hera en Athena eisen ondanks de uitkomst van het duel de vernietiging van Troje. Zeus stuurt Athena om voor verbreking van de wapenstilstand te zorgen.
085-147: Athena draagt Pandaros op een pijl af te schieten op Menelaos. De pijl treft doel.
148-219: Agamemnon is bezorgd om de vewonding van Menelaos. Optreden van de arts Machaon.
220-241: Voorbereidingen voor het hervatten van de strijd. Agamemnon inspecteerd zijn leger.
422-457: De legers rukken op. Strijd.
457-544: Gevechten van man tegen man.

Boek 5
— Aristie van Diomedes (Diomêdous aristeia)

001-094: Heldendaden van Diomedes, geïnspireerd door Athena.
095-165: Pandaros verwondt Diomedes. Athena sterkt hem opnieuw.
166-273: Aineias en Pandaros tegen Diomedes
274-351: Diomedes doodt Pandaros en verwondt Aineias en Aphrodite.
352-430: Aphrodite vlucht van het slagveld en wordt op de Olympus door haar moeder Dione ontvangen. Zeus adviseert haar de strijd voortaan aan anderen over te laten.
431-469: Hernieuwde strijd. Apollo intimideert Diomedes ter bescherming van Aineias. Ares wekt de Trojanen op.
470-518: Sarpedon, een Trojaanse bondgenoot, verwijt Hektor dat de Trojanen de strijd teveel overlaten aan hun bondgenoten. Ares helpt de Trojanen. Aineias weer hersteld.
519-589: De Grieken houden stand. Acties van Agamemnon, Aineias, Menelaos en Antilochos.
590-710: Acties van Hektor, Diomedes en Ares. Tlepolemos en Sarpedon verwonden elkaar. Acties van Odysseus en Hektor. DeGrieken wijken.
711-791: Hera en Athena mengen zich met toestemming van Zeus in de strijd. Hera spoort de Grieken aan.
792-863: Hera berispt/bemoedigt de verslappende Diomedes. Athena en Diomedes verwonden Ares.
864-909: Ares keert terug naar de Olympus en beklaagt zich bij Zeus. Paieon verzorgt hem.

Boek 6
— Hektor en Andromache (Hektoros kai Andromachês homilia)

001-071: De goden hebben het slagveld verlaten. De Grieken zijn aan de winnende hand.
072-118: Helenos spoort Aineias en Hektor aan de Trojanen tot hernieuwd verweer te bewegen. Daarna moet Hektor naar Troje gaan en Hekabe opdragen aan Athena te offeren. Hektor vuurt de Trojanen aan en verlaat het slagveld.
119-236: Ontmoeting van de gastvrienden Diomedes en Glaukos.
237-311: Hektor spreekt in Troje met Hekabe. Offer aan Athena.
312-368: Hektor bij Paris en Helena.
369-502: Hektor bij Andromache en Astyanax.
503-529: Paris en Hektor keren terug naar het slagveld.

Boek 7
— Duel van Hektor en Aias, Begrafenis van de doden
(Hektoros kai Aiantos monomachia, Nekrôn anairesis)

001-016: Hektor en Paris op het slagveld.
017-043: Apollo en Athena spreken af de strijd te onderbreken. Hektor moet een Griek uitdagen tot een duel.
044-091: Op raad van Helenos stelt Hektor de Grieken een duel voor.
92-205: Alleen Menelaos biedt zich aan, Agamemnon houdt hem tegen. Nestor kritiseert het gebrek aan durf met Hektor te vechten. Negen vrijwilligers melden zich; het lot wijst Ajas aan.
206-243: Ajas wapent zich. Confrontatie met Hektor.
244-312: Duel. Hektor dreigt te verliezen, maar Idaios komt tussenbeide en het duel eindigt, onbeslist, met een uitwisseling van geschenken.
313-344: Maaltijd van de Griekse vorsten bij Agamemnon. Nestor roept op de doden te begraven en een muur om het scheepskamp te bouwen.
345-380: Vergadering van de Trojanen. Antenor stelt voor Helena en de geroofde bezittingen terug te geven. Tot het eerste is Paris niet bereid, tot het laatste wel. Priamos: dit moet aan de Grieken worden overgebracht; een wapenstilstand is nodig voor het begraven van de doden.
381-413: Een heraut brengt de Trojaanse voorstellen over aan de Grieken. Agamemnon wenst geen compromis aan te gaan - Troje moet vallen - maar aanvaardt de wapenstilstand.
414-441: Begrafenis van de doden. Bouw van de muur rond het scheepskamp.
443-464: Poseidon beklaagt zich over de concurrentie die de Griekse muur betekent voor de muur die hij en Apollo om Troje gebouwd hebben. Zeus benadrukt het tijdelijke karakter van de muur.
465-482: Avondmaal van Grieken en Trojanen. Schrikwekkend voorteken van Zeus.

Boek 8 — De afgebroken slag (Kolos machê)

001-052: Zeis verbiedt de goden zich nog in de strijd te mengen en bekijkt vanaf de Ida het slagveld.
043-077: Gelijke strijd tot het middaguur. Zeus legt het doodslot van Grieken en Trojanen op de weegschaal: het Griekse is het zwaarst. Donder en bliksem voorspellen onheil.
078-172: De Grieken vluchten. Nestor en Diomedes vechten tegen Hektor.
172-198: Diomedes wijkt. Dreigende uitspraken van Hektor: Zeus is met de Trojanen.
198-212: Hera tracht Poseidon te bewegen de Grieken te helpen, maar deze respecteert Zeus’ verbod.
213-265: De Grieken in het nauw. Agamemnon spreekt zijn aanvoerders moed in en bidt vertwijfelt tot Zeus, die met een voorteken het Griekse moreel herstelt.
206-334: Teukros blinkt uit, maar wordt uiteindelijk door Hektor verwondt.
335-484: De Grieken opnieuw in het nauw. Athena en Hera naar het slagveld om hen bij te staan. Zeus stuurt Iris om hen tegen te houden en keert zelf naar de Olympus terug.
485-565: De nacht beeindigt de strijd. Hektor laat de Trojanen buiten de stad overnachten, zeker dat de volgende dag de overwinning zal brengen.

Boek 9
— Gezantschap naar Achilles, Smeekbeden (Presbeia pros Achillea, Litai)

001-051: Het Griekse kamp in mineur. Agamemnon stelt voor op te geven. Diomedes reageert verontwaardigd.
052-088: Nestor kritiseert Agamemnon en adviseert te eten en wachtposten uit te zetten.
089-113: Vorstenraad. Nestor roept op tot een poging Achilles te verzoenen.
114-161: Agamemnon: Achilles krijgt geschenken, de hand van mijn dochter en Briseïs, als hij zich onderwerpt.
162-224: Odysseus, Phoenix en Ajas, op voorstel van Nestor als gezanten benoemd, arriveren bij Achilles.
225-306: Odysseus poogt Achilles over te halen met Agamemnons aanbod en eigen argumenten.
307-429: Achilles zegt nee: hij zal morgen vertrekken.
430-605: Verzoeningspoging van Phoenix.
606-622: Achilles zegt nee: hij zal morgen besluiten of hij zal vertrekken.
622-655: Verzoeningspoging van Ajas. Achilles zegt nee: hij zal pas meevechten wanneer Hektor de schepen van de Myrmidoniërs bedreigt.
656-713: De gezanten keren terug. Odysseus rapporteert. Diomedes reageert. De Grieken begeven zich te ruste.

Boek 10
— Dolonie (Dolôneia)

001-071: Agamemnon kan niet slapen en besluit naar Nestor te gaan; Menelaos kan ook niet slapen en zoekt Agamemnon op.
072-130: Agamemnon bij Nestor.
131-193: Agamemnon en Nestor wekken de andere vorsten. Men inspecteert de wacht.
194-253: Krijgsraad. Op voorstel van Nestor biedt Diomedes aan in het Trojaanse kamp te spioneren; Odysseus zal hem vergezellen.
254-298: Preparaties. Gunstig voorteken.
299-332: Ook Hektor wil een spion uitsturen. Dolon biedt zich aan.
333-377: Odysseus en Diomedes vangen Dolon.
378-468: Dolon vertelt over de situatie in het Trojaanse kamp. Diomedes slaat hem neer. Odysseus wijdt zijn wapenrusting aan Athena.
469-525: Diomedes en Odysseus overvallen het kamp van de Thraciërs en roven o.a. de paarden van Rhesos. Athena en Apollo.
526-565: Terugkeer van Diomedes en Odysseus.

Boek 11
— Aristie van Agamemnon (Agamemnonos aristeia)

001-014: Zeus laat Eris de strijdlust aanwakkeren.
015-046: Griekse voorbereidingen. Agamemnon wapent zich.
047-066: De legers formeren zich.
067-083: Aanvang van de strijd. De goden morren over Zeus’ verbod zich in de strijd te mengen.
084-180: De Grieken dringen op. Agamemnon blinkt uit.
181-210: Zeus zendt Iris naar Hektor: als Agamemnon gewond raakt, zal Zeus Hektor doen winnen tot hij de schepen bereikt.
211-283: Hektor controleert de strijd. Agamemnon raakt gewond en verlaat het slagveld.
284-309: Hektor dringt op.
310-368: Acties van Diomedes en Odysseus. De eerste verdooft Hektor met een speerworp.
369-400: Diomedes verlaat gewond het slagveld.
401-497: Odysseus raakt gewond. Menelaos en Ajas redden hem en hij verlaat het slagveld.
497-520: Menelaos door Paris verwondt en door Nestor van het slagveld weggehaald.
521-543: Ajas sticht gevaar. Hektor gaat naar hem toe.
544-574: Ajas moet wijken.
575-595: Eurypylos helpt Ajas; Paris verwondt hem.
596-617: Achilles stuurt Patroklos naar Nestor om informatie in te winnen.
618-641: Nestor en Machaon in Nestors tent.
642-803: Patroklos komt bij Nestor, die hem adviseert Achilles te verzoeken hem de strijd in te sturen.
804-848: Patroklos keert terug naar Achilles en ontmoet de gewonde Eurypylos.

Boek 12
— Slag om de scheepsmuur (Teichomachia)

001-033: Vooruitblik: de Griekse scheepsmuur na de val van Troje door Poseidon en Apollo verwoest.
034-079: Hektor betreikt de Griekse gracht. Polydamas adviseert de paarden achter te laten.
080-107: Formatie van de Trojanen.
108-194: Asios tracht links de poort binnen te dringen
195-250: Ongunstig voorteken voor de Trojanen. Polydamas waarschuwt Hektor. Deze slaat de waarschuwing in de wind in de overtuiging dat Zeus hem de overwinning heeft beloofd.
251-289: Hektor valt de muur aan, die door de Aianten wordt verdedigd.
290-330: Zeus spoort Sarpedon aan aan te vallen. Gesprek tussen Sarpedon en Glaukos.
331-377: Sarpedon en Glaukos bedreigen Menestheus. Die roept Aias en Teukros te hulp.
378-429: Strijd om de muur. Sarpedon gestuit door Aias en Teukros.
430-471: Gelijk opgaande strijd totdat Hektor de poort met een steen verbrijzelt. De Trojanen dringen het scheepskamp binnen.

Boek 13
— Slag om de schepen (Machê epi tais nausin)

001-038: Zeus wendt zijn blik van het strijdtoneel af. Poseidon heeft medelijden met de Grieken en gaat naar het scheeps kamp.
039-082: Poseidon spreekt de Aianten moed in.
082-125: Poseidon vermaant de Grieken.
126-155: Formatie van de Grieken. Een aanval van Hektor wordt afgeslagen.
155-205: Gevechten.
206-239: Poseidon inspireert Idomeneus.
240-329: Idomeneus ontmoet Meriones; zij besluiten de linker vleugel te gaan versterken.
330-344: De komst van Idomeneus en Meriones doet de strijd oplaaien.
345-360: De rol van Zeus en Poseidon.
361-454: Idomeneus doodt Othryoneus, Asios en Alkethoos.
455-520: Strijd om het lijk van Alkethoos. Aineias en Deiphobos treffen niet Idomeneus maar Oinomaos en Askalaphos.
521-575: Strijd om het lichaam van Askalaphos. Meriones en Antilochos houden huis.
576-672: Gevechten. Menelaos weert zich.
673-722: De stand van zaken in het centrum.
723-753: Polydamas spoort Hektor aan tot overleg.
754-837: Hektor haalt de voorvechter van de linker vleugel naar het centrum en probeert zo een doorbraak te forceren. Aias en Hektor werpen elkaar bedreigingen toe.

Boek 14
— Zeus misleid (Dios apatê)

001-040: Nestor neemt poolshoogte en treft de gewonde Diomedes, Odysseus en Agamemnon.
041-134: Discussie over de te nemen actie.
135-152: Poseidon voorspelt Agamemnon een gunstige wending in de strijd.
153-224: Hera beraamt een list om Zeus van het toneel te doen verdwijnen. Voorbereidingen.
225-291: Hera spant Hypnos voor haar karretje.
292-353: Zeus gaat met Hera naar bed en valt in slaap.
354-362: Hypnos brengt Poseidon op de hoogte.
363-388: Poseidon spoort de Grieken aan en neemt de leiding.
389-401: De legers stormen op elkaar af.
402-439: Aias verwondt Hektor.
440-505: Gevechten
506-522: De Trojanen vluchten, de Grieken houden huis.

Boek 15
— De slag om de schepen kantelt opnieuw (Paliôxis para tôn neôn)

001-077: Zeus ontwaakt en onderhoudt zich met Hera.
078-156: Hera bij de goden op de Olympus.
157-219: Poseidon krijgt bevel het slagveld te verlaten.
220-262: Zeus laat Apollo Hektor moed inspreken.
263-305: Hektor keert terug in de strijd. De Grieken volgen Thoas’ raad op.
306-345: Onder Apollo’s leiding drijven de Trojanen de Grieken terug achter de muur.
346-389: Apollo vernietigt gracht en muur. Strijd bij de schepen.
390-405: Patroklos verlaat Eurypylus om Achilles tot de strijd over te halen.
405-414: Evenwicht in de strijd.
415-514: Aias en Teukros vechten tegen Hektor. Aias en Hektor vuren hun troepen aan.
515-591: Gevechten.
592-604: Expositie van de DiÚw boulÆ.
605-652: Hektor breekt de Griekse weerstand.
653-673: De Grieken moeten wijken tot bij de tenten. Aansporingen van Nestor.
674-695: Aias en Hektor in actie.
696-726: Hektor verovert het schip van Protesilaos.
727-746: Aias wijkt maar kan dan standhouden.

Boek 16
— Patroklie (Patrokleia)

001-100: Patroklos brengt verslag uit aan Achilles. Deze toont zich bereid Patroklos de beschikking te geven over zijn wapenrusting en manschappen om de Trojanen van de schepen te verdrijven.
101-123: Aias moet wijken voor Hektor. De Trojanen steken het schip in brand.
124-154: Patroklos trekt op aandringen van Achilles diens wapenrusting aan.
155-220: Achilles prepareert de Myrmidoniërs.
220-256: Achilles bidt Zeus om roem en een behouden terugkeer voor Patroklos.
257-283: Patroklos en de Myrmidoniërs storten zich op de Trojanen.
284-305: Patroklos doodt Pyraichmes en blust het brandende schip. De Trojanen teruggedreven.
306-350: Griekse aanvoerders doden Trojaanse.
351-376: De Trojanen vluchten. Sommige blijven steken bij de gracht.
377-418: Patroklos snijdt de Trojanen de weg naar de stad af en maakt vele slactoffers.
419-430: Sarpedon zoekt Patroklos op.
431-461: Zeus en Hera debateren over Sarpedon’s lot.
462-507: Patroklos treft Sarpedon, die stervend Glaukos aanspoort zijn lichaam veilig te stellen.
508-529: Apollo geneest Glaukos’ wonden.
530-562: Glaukos en Patroklos vuren hun soldaten aan.
563-665: Gevecht om het lijk van Sarpedon, door Zeus beslist. De Trojanen wijken.
666-683: Apollo draagt zorg voor Sarpedon’s lijk.
684-697: Patroklos zet verblind de achtervolging in op de Trojanen en maakt vele slachtoffers.
698-711: Patroklos bestormt 3x de muren van Troje, maar wordt telkens door Apollo teruggewezen.
712-730: Apollo zet Hektor ertoe aan tegen Patroklos te vechten en zaait verwarring onder de Grieken.
731-776: Hektor bereikt Patroklos. Patroklos doodt Kebriones. Strijd om diens lijk.
777-828: De Grieken hebben de overhand.Apollo grijpt nu in en maakt Patroklos weerloos, Euphorbos verwondt hem, Hektor tenslotte doodt hem.
829-867: Gesprek tussen Hektor en stervende Patroklos.

Boek 17 — Aristie van Menelaos, slag om Patroklos’ lijk (Menelaou aristeia)

001-060: Menelaos verdedigt Patroklos’ lijk en doodt Euphorbos
061-113: Hektor, die van Apollo Euphorbos’ dood vernomen heeft, komt en doet Menelaos wijken.
114-139: Menelaos roept Aias’ hulp in. Hektor moet het lijk van Patroklos, inmiddels van zijn wapenrusting ontdaan, achterlaten.
140-182: Glaukos maakt Hektor verwijten.
183-212: Hektor trekt Achilles’ wapenrusting aan. Zeus’ gedachten daarbij.
212-236: Hektor vuurt de Trojaanse bondgenoten aan.
236-261: Op aandringen van Aias roept Menelaos de vorsten om Patroklos’ lijk te verdedigen.
262-318: Strijd om het lijk van Patroklos. Een Trojaans overwicht slaat om in een Grieks.
319-365: Op instigatie van Apollo roept Aineias de Trojanen op tot strijd. Aias’ tactiek leidt tot bloedige gevechten.
366-399: De toestand elders op het slagveld gecontrasteerd met de hevige strijd rond Patroklos’ lijk.
400-411: Achilles weet nog niets van Patroklos’ dood.
412-423: De vastberadenheid van beide partijen.
424-458: Zeus troost en sterkt de paarden van Achilles.
459-483: Automedon en Alkimedon nemen achtereenvolgens de teugels in handen.
483-515: Automedon, door Hektor en Aineias bedreigt, roept de Aianten en Menelaos te hulp.
516-542: De Aianten grijpen in in het gevecht.
543-596: De strijd om het lichaam van Patroklos wordt hervat. Menelaos gesterkt door Athena, Hektor door Apollo. Zeus laat de Trojanen winnen.
597-625: Gevechten. Idomeneus ontsnapt aan de dood.
626-672: Aias instrueert Menelaos om Antilochos Patroklos’ dood aan Achilles te laten melden.
673-701: Menelaos instrueert Antilochos.
702-761: Menelaos en Meriones dragen Patroklos’ lijk weg. De Aianten houden de Trojanen tegen.

Boek 18
— Nieuwe wapens voor Achilles (Hoplopoiia)

001-034: Achilles’ voorgevoel. Zijn verdriet na het bericht van Patroklos’ dood.
035-064: Thetis bejammert Achilles.
065-147: Thetis bezoekt met de Nereïden Achilles, die vastbesloten is zich weer in de strijd te mengen. Thetis belooft hem nieuwe wapens.
148-164: Hektor tracht Patroklos’ lijkt te bemachtigen.
165-201: Hera beveelt Achilles bij monde van Iris zich bij de gracht te laten zien.
202-238: Met zijn verschijning — en hulp van Athena — zaait Achilles paniek onder de Trojanen. De Grieken stellen Patroklos’ lijk veilig. Droefenis.
239-315: Voortijdige zonsondergang. Polydamas adviseert de Trojanen naar de stad terug te keren. Hektor pleit met met succes voor buiten blijven.
315-355: Achilles bejammert Patroklos. Verzorging van het lijk.
356-368: Zeus en Hera in gesprek.
369-467: Charis ontvangt Thetis in het paleis van Hephaistos. Deze zegt haar nieuwe wapens voor Achilles toe.
468-617: Hephaistos maakt nieuwe wapens. Vervaardiging en beschrijving van Achilles’ schild.

Boek 19
— Achilles en Agamemnon verzoend (Mênidos aporrêsis)

001-039: Achilles krijgt van Thetis zijn nieuwe wapens.
040-075: Achilles ropet het leger bijeen. Hij wil zich met Agamemnon verzoenen en de strijd hervatten.
076-144: Agamemnon verklaart in verblinding gehandeld te hebben. Hij is bereid Achilles de eerder beloofde geschenken te geven.
145-237: Achilles, Odysseus en Agamemnon discussiëren over het juiste moment voor de slag.
238-281: Achilles ontvangt zijn geschenken. Verzoening.
282-302: Weeklacht van Briseïs bij Patroklos’ lijk.
303-339: Uit verdriet weigert Achilles te eten.
340-356: Zeus laat Hera Achilles nectar en ambrozijn toedienen.
357-398: Appel bij de Grieken. Achilles wapent zich.
399-424: Het paard Xanthos voorspelt Achilles zijn naderende dood.

Boek 20
— Godenstrijd (Theomachia)

001-031: Zeus geeft de goden toestemming weer aan de strijd deel te nemen.
032-075: De goden tegenover elkaar op het slagveld.
075-111: Apollo zet Aineias aan tegen Achilles te strijden.
112-155: Hera bepleit bij Poseidon steun aan Achilles. Alle goden trekken zich terug voor beraad.
156-258: Provocaties van Achilles en Aineias.
259-287: Gevecht van Aineias en Achilles
288-352: Aineias door Poseidon gered.
353-380: Achilles en Hektor sporen hun troepen aan. Apollo weerhoudt Hektor van een gevecht met Achilles.
381-418: Achilles doodt vier Trojanen.
419-454: Achilles en Hektor raken in gevecht. Apollo redt Hektor.
455-489: Achilles maakt vele slachtoffers.
490-503: Achilles’ fanatisme veroorzaakt een bloedbad.

Boek 21
— Slag bij de rivier (Machê parapotamios)

001-033: Achilles drijft de helft van de vluchtende Trojanen de rivier Skamandros in.
034-138: Achilles steekt Lykaon neer.
139-210: Achilles doodt Asteropaios en andere Paioniërs.
211-232: Skamandros sommeert Achilles hem niet langer met lijken te stremmen en beklaagt zich bij Apollo.
233-271: Achilles door Skamandros in het nauw gebracht.
272-304: Achilles’ weeklacht verhoord door Poseidon en Athena.
305-341: Skamandros roept de rivier Simoeis te hulp. Hera zendt Hephaistos om Achilles te redden.
342-382: Hephaistos doet de rivier verdampen. Deze geeft de strijd op.
383-520: De goden in gevecht.
520-543: Priamos beveelt de poort te openen voor de door Achilles opgejaagde Trojanen.
544-611: Apollo zet Agenor aan tot strijd met Achilles en neemt vervolgens zijn plaats in. Door deze afleidingsmanoeuvre kunnen de Trojanen zich in de stad terugtrekken.

Boek 22
— Dood van Hektor (Hektoros anairesis)

001-024: Apollo maakt zich kenbaar aan Achilles, die weer richting Troje snelt.
025-097: Priamos en Hekabe trachten vergeefs Hektor te overreden zich in de stad terug te trekken.
098-130: Hektors overwegingen.
131-166: Hektor vlucht voor Achilles, die hem driemaal om de stad jaagt.
167-187: De goden beraden over Hektors lot.
188-247: Tijdens de vierde ronde om de stad beslist Zeus’ weegschaal ten gunste van Achilles. Athena voorpelt Achilles de overwinning en zet in de gedaante van Deiphobos Hektor aan Achilles weerstand te bieden.
248-272: Hektor tracht vergeefs Achilles over te halen tot de afspraak dat het lijk van de verliezer niet geschonden zal worden.
273-329: Achilles velt Hektor met behulp van Athena.
330-366: Achilles gaat niet in op Hektors smeekbede zijn lijk uit te leveren. De stervende Hektor voorspelt Achilles’ zijn dood.
367-404: Achilles ontdoet Hektor van zijn rusting en sleept hem achter zijn wagen naar het kamp.
405-436: Priamos en Hekabe bejammeren Hektors dood.
437-515: De nietsvermoedende Andromache komt op het gejammer af en ziet hoe Hektor wordt weggesleept. Haar weeklacht.

Boek 23
— Lijkspelen voor Patroklos (Athla epi Patroklôi)

001-058: Achilles en de Myrmidoniërs gaan driemaal klagend rond Patroklos’ lijk. Hektors lijk wordt smadelijk behandeld. Voorbereidingen voor begrafenismaal en begrafenis. Maaltijd.
059-110: Patroklos’ schim gebiedt Achilles per droom haast te maken met de begrafenis.
110-28: Hout voor de brandstapel wordt gehaald.
128-153: Achilles en de Myrmidoniërs transporteren Patroklos’ lijk. Achilles schenkt Patroklos een haarlok.
154-191: De brandstapel klaargemaakt en aangestoken. Achilles verklaart Patroklos’ dood naar belofte te hebben gewroken.
192-225: De brandstapel wil niet branden. Boreas en Zephyros blazen het vuur aan. Achilles brengt de nacht door met plengoffers.
226-257: Patroklos’ beenderen worden verzameld en een grafheuvel opgeworpen.
257-286: Achilles organsiseert lijkspelen; de prijzen voor de wagenrennen.
287-361: Vijf deelnemers treden aan. Nestor instrueert Antilochos. Parcoursbeschrijving.
362-447: Wagenrace. Antilochos haalt listig Menelaos in.
448-498: Een ruzie tussen Idomeneus en de Kleine Aias door Achilles in de kiem gesmoord.
499-613: Aankomst en tumultueuze prijsuitreiking. Antilochos erkent zijn overtreding.
614-652: Nestor krijgt de overgebleven prijs en gedenkt in zijn dankrede zijn vroegere prestaties.
653-699: Boxen: Epeios verslaat Euryalos.
700-739: Worstelen: Odysseus vs. Aias, onbeslist.
740-797: Hardlopen: Odysseus wint met Athena’s hulp.
798-825: Speersteken: Diomedes vs. Aias, afgebroken.
826-849: Discuswerpen: Polypoites wint.
850-883: Boogschieten: Meriones wint van Teukros.
884-897: Achilles gelast de wedstrijd in het speerwerpen tussen Agamemnon en Meriones af en geeft Agamemnon de eerste prijs.

Boek 24 — Priamos koopt Hektors lijk los (Hektoros lutra)

001-021: Achilles’ verdriet. Mishandeling van Hektors lijk.
022-076: Godendiscussie over het lot van Hektors lijk. Zeus laat Thetis roepen en verzoekt haar Achilles tot teruggave van Hektors lijk te bewegen.
077-142: Achilles gehoorzaamt aan Zeus’ verzoek.
143-187: Zeus geeft via Iris Priamos de opdracht naar Achilles te gaan om Hektors lijk los te kopen.
188-328: Priamos laat onder protest van zijn familie een wagen vol kostbaarheden prepareren om naar Achilles te gaan. Zeus zendt desgevraagd een gunstig voorteken.
329-467: Op instructie van Zeus gaat Hermes Priamos tegemoet. Hij poseert als Myrmidoniër, beraadt en begeleidt Priamos tot Achilles’ tent, waar hij zijn ware identiteit openbaart.
468-571: Hektor betreedt Achilles’ tent en vraagt hem Hektors lijk af te staan. Achilles toont medelijden en zegt toe.
572-595: De losprijs wordt afgeladen. Achilles laat Hektors lijk verzorgen en belooft Patroklos het hem toekomende aandeel in de losprijs.
596-627: Achilles geeft het lijk officieel vrij en overreedt Priamos met hem de maaltijd te gebruiken.
628-676: Op Priamos’ verzoek wordt voor hem een slaapplaats klaargemaakt. Achilles zegt een wapenstilstand toe voor de duur van de begrafenisplechtigheden. Men begeeft zich te ruste.
677-697: Hermes leidt Priamos het kamp uit.
697-718: Kassandra ziet Priamos komen. De aangesnelde Trojanen bewenen Hektor.
719-776: Hektor opgebaard. Weeklachten van Andromache, Hekabe en Helena.
777-804: Begrafenisplechtigheden.

 

Met dank ontleend aan:

Door: P. Stork
Redactie: M.P. Cuypers
Universiteit Leiden

Je vindt meer over de compositie en de tekstoverlevering van de Ilias in een web-artikeltje van C. Sicking.